Overal zijn pony's

De dochters van Monique Snoeijen hebben een wereldvakantie met hun eigen pony. Maar hoe is het voor ouders?

Mijn moeder hield er vreemde opvoedmethoden op na. Was ze het gezeur om Negerzoenen beu, dan kwam ze thuis met twee dozen. `Eet maar zoveel als je wilt', zei ze dan. Tot op de dag van vandaag lust ik geen Negerzoenen meer. En: `Wil jij per se opblijven? Dan zul je opblijven vanavond.' Tot je om middernacht – groen van de slaap – smeekte of je alsjeblieft naar bed mocht (`Doe niet zo flauw, drink nog gezellig een glaasje cola'). Mijn meisjes (vier en zeven jaar) zeuren ons al een jaar de kop gek dat ze op paardrijles willen. Dus gaan wij maar eens naar Slagharen. Naar het ponypark.

`Hallucineer ik?' fluistert manlief als we met de auto het park binnenrijden, op zoek naar ons huisje. Overal zijn pony's. Pony's met en pony's zonder kinderen. Pony's vastgebonden aan de veranda's van de huisjes, pony's aangelijnd aan terrastafeltjes (hun tijdelijke baasjes drinken intussen cola), pony's geparkeerd bij de supermarkt, pony's wachtend bij de uitgang van het zwembad, pony's met een verliefd meisje om de hals of pony's lopend aan de lijn – alsof ze worden uitgelaten. Op de achterbank maken de meisjes alvast afspraken over aantallen, kleur en grootte.

In de folder had een gezin ons vanaf een gazonnetje toegelachen, maar dat moet lang geleden zijn geweest. Ons huisje staat in een grote zandbak. We hadden het speciaal gereserveerd. Op de plattegrond had het eruit gezien als een afgelegen huisje aan het water. Maar precies tegenover ons huisje (`Rien') staat een ander huisje (`Truus'). De blauwe vlek op de kaart kunnen we in werkelijkheid ook niet ontdekken. Binnen kan een blind paard nog geen kwaad doen. Vanavond zullen we op plastic matrassen slapen. Het gratis schoonmaakpakket dat we bij aankomst kregen, doet vermoeden dat hier nog nooit een professionele schoonmaker binnen is geweest. Dochter leest intussen voor uit het informatiepakket: `De juiste plaats voor uw ontspanning en plezier! Iedere avond vanaf 20:00 uur amusement en gezelligheid voor het hele gezin met o.a. bingo's, dansavond, karaoke, live-muziek, talentenshow, clownsvoorstelling.' De relatie die een middagje Ikea overleeft, haalt met gemak de overige vijftig jaar, schreef Geert Mak ooit. Zeker nooit in Slagharen geweest. We hebben vier dagen te gaan.

Als we door het rulle zand sjokken om de tassen uit de kofferbak te halen, galoppeert een pony voorbij. Zonder kind. Geschrokken kijken we of eerste hulp nodig is. Maar wie hier een paar dagen is, weet: niets aan de hand, weer een pony terug naar de stal.

Dan is het moment daar. We mogen onze pony afhalen. Met de afhaalbon in de hand lopen we naar de stal. De oudste dochter is bang van zoveel ponykonten op ooghoogte en wil meteen weer terug naar het huisje. Dit gaat de goede kant op. De jongste laat zich niet afschrikken door de weigerachtige dieren bij het afhaalpunt. (`Het is te heet', verzucht een pony-medewerker, `de mensen worden lastig, de beesten worden lastig') Een pony vertikt het stil te staan om zijn berijder te laten op stappen. De jongen stept uiteindelijk weg: een been over de rug van het dier, een been op de grond. Verderop hangt een meisje schuin achterover aan een hoofdstel te trekken. Alweer een pony zonder kind komt aandraven.

De meisjes mogen er zelf een uitkiezen. Ze vragen een lief, klein paardje. Ze krijgen een bruine Shetlander met blonde manen en een wit blesje. Iets groter dan een labrador. Eenmaal uit de stal wil hij meteen rechtsomkeert maken. Gelukkig zijn er meer bange, huilende meisjes die op hun kop krijgen van hun vader (`Ik zeg toch: sturen')

Hoe heet hij? Dat was het eerste wat de meisjes van de ponymedewerker wilden weten. `Hij heeft geen naam.' Daar zijn we stil van. Thuis heeft zelfs de huismuis een naam. `Marietje' oppert de oudste, de jongste stemt in. Totdat we een kwartier later bij Marietje tussen de benen kijken. Enkele jongensnamen van school komen nu langs, een lievelingsneef, opa – uiteindelijk wordt het Knolletje. Met Knolletje in ons midden eten we friet en frikadellen in The Billy the Kid Saloon. Manlief krijgt onder tafel een schop als hij op het punt staat de ingrediënten op te sommen. `Pap, waarom heb jij geen stempel?', vraagt dan de jongste dochter, het is haar opgevallen dat de meeste vaders hier een tatoeage hebben.

Voor het slapen gaan kijken we nog even bij het nachtverblijf (de pony's moeten voor half zes weer ingeleverd zijn). Tweehonderd Shetlandpony's op een rij. We zoeken een wit blesje. Maar er zijn meer witte blesjes. Gelukkig hangt ons huisnummer aan zijn hoofdstel. Er gaan suikerklontjes en verse pollen gras in. Knolletje geeft geen enkel blijk van herkenning. Toch menen de meisjes dat ,,dit het liefste paardje van allemaal is''. En het is pas de eerste dag.

,,Mag ik een strakke paardrijbroek'', vraagt de oudste de volgende ochtend. Over haar hoeven we ons nog het minste zorgen te maken. Als ze meer dan twee pony's bij elkaar ziet, verschanst ze zich achter een hek. Maar de jongste begint nu toch wel erg fanatiek te worden. Lang voor de les begint trekt ze Knolletje de bak in. Vanaf nu zal ze alleen maar enthousiaster worden. En dat is de schuld van Cowboy Hein (ook wel Bingo Hein of Clown Hein). Cowboy Hein is geweldig, in het Twents, maar ook in het Duits. Na een uur kan onze jongste `bremsen' en `gas geiben' als de beste.

Die middag doet ze mee aan de Barrelrace. Bij kinderen jonger dan zes moeten de ouders meelopen. Manlief komt warempel op dreef – iets té. Knolletje schiet in draf, dochter valt eraf en komt onder de buik van het paard. Paniek. Huilen. De seconden tikken intussen door. `Als het paard maar over de finish is, dan is het ook prijs', klinkt het door de megafoon. Moeder en paard maken – onder een daverend applaus – in draf het parcours af. Een half uur later zit dochter weer op het paard, een rozet aan haar T-shirt. Dit begint zorgelijk te worden. We moeten zwaarder geschut inzetten. We gaan naar het pretpark.

Vijfentwintig jaar geleden liepen de pony's in Slagharen nog rond in het pretpark. Maar volgens marketing-manager Hofmeijer ging dat niet langer. Het aantal attracties nam toe, met als gevolg dat er bestrating in het park kwam. En pony's moeten op zandpaden lopen. Bovendien leidde de combinatie van ponypark en pretpark tot ,,excessen''. ,,Dan wilden kinderen bijvoorbeeld hun pony mee de achtbaan innemen'', zegt Hofmeijer. Nu kunnen `sportieve en avontuurlijke kinderen en hun ouders' dus in Vakantiepark Collendoorn (vijf kilometer van het pretpark vandaan) een huisje met een pony huren. En wie wil wonen in een attractiepark huurt een huisje in Attractiepark Slagharen.

In de kabelbaan zweven we over het park. We zien de Looping Star, het reuzenrad, de Octopus, de Zweefapollo, de Hara Kiri waterglijbaan. En beneden op de grond zien we net zulke huisjes als die van ons. Lijkt ze dat niet wat? Een huisje in een pretpark? `Mwah, liever een huisje met een paardje.' We zijn aan de verliezende hand.

Van de Miss-pony verkiezing hoeven we ook weinig te verwachten. Overal in het park staan moeders en dochters hun pony te borstelen en in te vlechten. Maar de staart van Knolletje blijft in de klit. De meisjes durven niet. Beetje vies vinden ze het ook. `Knolletje is zo ook al heel mooi', heet het dan. Hopeloos. Tot overmaat van ramp vindt Knolletje inmiddels zelf de weg naar ons huisje, naar de appels en de wortels.

De laatste dag rijden beide dochters een wedstrijd: alleen, in draf, foutloos. Zijn wij dat die daar staan te juichen? ,,Ik wil hier blijven'', zegt de jongste met een dikke keel als ze Knolletje voor het laatst terug naar de stal rijdt. Grote tranen met zand onder haar cap. `Kinderen voelen zich al snel een echte cowboy op de prairie van Collendoorn', had de folder gewaarschuwd. We hebben verloren. Als we het park afrijden stelt de achterbank vast dat dit ,,het leukste land'' is waar ze ooit op vakantie zijn geweest. ,,Schatzje'', zeg ik tegen manlief, ,,gas geiben. Und schnell, bitte.''