Opblaasbare koelcellen voor hittedoden

Het aantal `hittedoden' in Frankrijk is zo groot dat in Parijs opblaasbare koelcellen worden gebruikt om de doden te bewaren tot de begrafenis.

De armzwaai waarmee begafenisonderneemster Marie-France Viennois haar beide koelcellen opent is zonder meer royaal te noemen. In elke cel liggen twee lijken. Eén is verpakt in een zak, want `die was echt niet meer toonbaar'. Wijzend naar de witte zak zegt Viennois: ,,Pas 68. Die daaronder is tien jaar ouder.''

Allevier zijn `victimes caniculaires', slachtoffers van de hittegolf die Frankrijk deze maand teisterde. Tien dagen lang werden in grote delen van het land temperaturen van rond de veertig graden Celsius gemeten. Volgens schattingen heeft de warmte aan tienduizend, meest oude mensen het leven gekost. Volgens de prognose van één van de grote begafenisondernemers, de Pompes Funèbres Générales (PFG), zal het normale sterftecijfer van 40.000 over de hele maand augustus dit jaar uitkomen op 53.500. Zekerheid daarover is er pas half september als alle gemeenten hun overlijdensaktes naar Parijs hebben gestuurd.

Viennois is de eigenaresse van `Cristal', een kleine uitvaartonderneming, waarvan de onderdelen bloemenwinkel, grafwinkel en mortuarium op drie hoeken van een strategisch kruispunt in het Parijse voorstadje Drancy zijn ondergebracht. Op de vierde hoek bevindt zich de ingang van de plaatselijke begraafplaats. De vier doden in de koelcellen van `Cristal' liggen al bijna twee weken op teraardebestelling aan de overzijde te wachten. Wanneer die plaats zal hebben, weet Viennois nog steeds niet. Inmiddels is er geen gebrek meer aan kisten en ander materiaal, maar omdat het gebruikelijke sterftecijfer meer dan verdubbeld is, geldt er een wachttijd voor begrafenissen.

,,Deze gaan in elk geval voor'', zegt Viennois, terwijl ze een ijzig gekoelde kamer opent waarin lukraak vijf kisten op de grond staan. De elf medewerkers van `Cristal' hebben vanaf 10 augustus `dag en nacht' doorgewerkt: ,,Je wilt het toch allemaal netjes hebben.'' Volgens Viennois is er `meer aan de hand geweest dan alleen de hittegolf'. ,,Geen van de slachtoffers die we in hun huis aantroffen was op bed gestorven. Ze lagen allemaal op de grond, kennelijk plotseling overvallen door de dood. Ik ben geen medicus, maar ik denk aan iets epidemisch. Warmte alleen kan zoiets toch niet veroorzaken?''

Onzin, stelt Patrick Launay, adjunct-directeur van het in Drancy gevestigde departementale coördinatiecentrum van de PFG. ,,Er is een duidelijk verband tussen de hittegolf en het ongebruikelijke sterftecijfer. Het is bekend, dat oudere mensen die uitgedroogd zijn bij tijdige hulp nog jaren kunnen leven, maar ons vermoeden is toch dat veel slachtoffers zo broos waren, dat ze hoe dan ook binnen afzienbare tijd zouden zijn overleden. Als de komende maanden het gebruikelijke sterftecijfer lager uitvalt, zal ons vermoeden juist blijken te zijn geweest.''

Op het terrein van de PFG is met het oog op sterftepiek een opblaasbare koelcel opgetrokken. Ook in andere steden rondom Parijs worden ze gebruikt. Het gaat om een kleine, blauwe tent met een vloeroppervlak van ongeveer twaalf vierkante meter, die gekoeld wordt door een externe installatie. Er staan drie kisten in. Op het hoogtepunt van de crisis, rondom 12, 13 augustus, waren het er acht. De achterstand is volgens Launay nu zo goed als ingelopen. Enigszins cryptisch zegt hij: ,,We hebben op zeker moment meer begrafenissen gedaan dan er sterfgevallen waren, omdat we filevorming voorzagen. Ik bedoel: tijdens zo'n crisis moet je het omslagpunt zo vroeg mogelijk zien te bereiken.''

De overheid heeft op de nationale, bij Parijs gelegen groente- en vleesmarkt van Rungis een koelhal ter beschikking gesteld, die door de PFG beheerd wordt. Het is volgens Launay `een akelige ruimte, waar nabestaanden een half uur voor de uitvaart afscheid kunnen komen nemen van de overledene'.

De opblaasbare koeltent, die binnen drie uur kan worden opgetrokken, is ontworpen voor rampen, zoals vliegtuigongelukken. Er is gebruik van gemaakt voor de berging van de slachtoffers van de verongelukte Concorde, drie jaar geleden. Zo'n ramp is volgens Launay `simpel' in vergelijking met de recente crisis. ,,Normaal kun je bij een calamiteit alle deskundigen uit het hele land bij elkaar trommelen, maar nu waren die in hun eigen gebied nodig. Het ging bovendien sluipenderwijs en de omvang werd steeds groter: er is geen harde knal, waarna je het slagveld kunt overzien. Bovendien was iedereen, ook de nabestaanden, met vakantie. Dat was overigens deels de oorzaak van het drama, en tegelijkertijd ook nog eens een complicerende factor erna, omdat de familie opgespoord moest worden.''

De maximaal toegestane tijd tussen overlijden en begrafenis is zes dagen, maar die wordt op dit moment nog op veel plaatsen overschreden. Bij de PFG is volgens Launay acht dagen het maximum geweest, `maar ik ken gevallen waarin het wel veertien dagen is geworden'. Volgens Marie-France Viennois van `Cristal' zijn sommige slachtoffers pas na bijna veertien dagen ontdekt. ,,Buren klaagden over luchtjes. Logisch, ik heb nog nooit te maken gehad met lijken die in zulke slechte staat verkeerden. Het is een schande dat dit op zo grote schaal in een rijk land heeft kunnen gebeuren.''

    • Pieter Kottman