Nader tot de aarde

Volgende week is Mars nog geen 56 miljoen kilometer verwijderd van de aarde. Zestigduizend jaar geleden kwam de planeet nog dichterbij. Oorzaak: de toenemende ellipticiteit van de Marsbaan.

Deze zomer is er één van records. Woensdag a.s. wordt er weer een gevestigd. Op 27 augustus, om 11.51 uur Nederlandse tijd, bedraagt de afstand tussen de middelpunten van de aarde en Mars precies 55.758.006 kilometer. Zo'n korte afstand is sinds mensenheugenis nog niet voorgekomen. Het nieuwe record is berekend op de computers van het US Naval Observatory in Washington en het Jet Propulsion Laboratory in Pasadena en heeft astrologen al verleid tot de uitspraak dat het de oorzaak van de vele bosbranden op aarde moet zijn. Als dat waar was, stond ons nog heel wat te wachten, want Mars zal ons in de toekomst steeds wat dichter blijven naderen.

Dichte naderingen tussen de aarde en Mars komen in feite veelvuldig voor. Mars draait in 687 dagen om de zon en de aarde doet dat in een wat kleinere baan -in 365 dagen. De aarde haalt Mars daardoor telkens in iets minder dan twee aardjaren in en staat dan het dichtst bij de rode planeet. Doordat de banen van de planeten echter ietwat elliptisch zijn, is de onderlinge afstand tijdens deze inhaalmanoeuvres verre van constant. Als de aarde Mars inhaalt wanneer die het dichtst bij de zon staat, is die afstand aanmerkelijk korter dan wanneer Mars ver van de zon staat. De kortste afstand tot de aarde varieert daardoor in de loop van ongeveer 15 jaar tussen minimaal 56 miljoen en maximaal 100 miljoen kilometer.

Dichte naderingen van Mars hebben in het verleden altijd tot grote activiteit onder astronomen geleid. Omdat het schijfje van de planeet dan het grootst is, zijn er ook de meeste details op te zien. Zo werden tijdens de dichte nadering in 1877 zowel de vermeende `kanalen' op Mars als de twee minimaantjes Phobos en Deimos ontdekt. En tijdens de dichte nadering van 1956 werd voor het eerst warmtestraling van Mars waargenomen en zouden astronomen (volgens de Nieuwe Rotterdamse Courant) `tekenen van plantengroei' hebben gezien. Sinds de rode planeet echter door ruimtesondes wordt bezocht, is het belang van waarnemingen vanaf de aarde afgenomen. Het zijn nu vooral amateur-astronomen die hun telescopen op Mars richten.

De Belgische (amateur)astronomen Edwin Goffin en Jean Meeus wezen er al in 1978 in Sky and Telescope op dat Mars in augustus 2003 dichter bij de aarde zou komen dan in de afgelopen duizenden jaren. De oorzaak daarvan was het feit dat de ellipticiteit van de Marsbaan als gevolg van de aantrekkingskracht van de andere planeten al duizenden jaren lang aan het toenemen was. De kleinste afstand tot de zon wordt langzaam kleiner en daardoor komt Mars steeds dichter bij de aardbaan en soms bij de aarde zelf. Afgelopen jaar berekende de Italiaanse astronoom Aldo Vitagliano dat de laatste keer dat Mars zo dicht bij de aarde was gekomen het jaar 57.617 v.Chr. was geweest. In feite kwam hij toen nog 40.000 km ruim drie aarddiameters dichterbij dan nu.

In de Sterrengids 2003 laat Meeus zien dat de voortgaande `vormverandering' van de Marsbaan tot gevolg heeft dat de allerkortste afstand tussen de aarde en Mars ook in de toekomst verder blijft afnemen. Over vierduizend jaar zal Mars ons nog 660.000 kilometer dichter naderen dan nu. Pas veel later, als de excentriciteit van de Marsbaan weer gaat afnemen, zal de allerkortste afstand tussen Mars en de aarde weer gaan toenemen en uiteindelijk ook weer groter worden dan die van dit jaar. Ten opzichte van bovengenoemde 56 miljoen kilometer blijven het echter geringe veranderingen. Ze vinden in de banen van alle planeten plaats, maar maken bij Mars de meeste indruk. Want, zoals al in de Sterrengids van 1956 werd gesignaleerd: `De neiging bestaat Mars belangrijker en belangwekkender te achten dan enige andere planeet. Deze neiging is gekweekt door, veelal voorbarige zo niet onjuiste, mededelingen over enigerlei vorm van leven op Mars.'