Hulp bij opbod

Allereerst van harte gefeliciteerd met uw artikel Nederlandse ontwikkelingshulp per opbod verkocht (Z, 19 juli). Ik ben blij dat u dit aan de kaak heeft gesteld. Ik heb namelijk zelf in 1990 als projectleider ervaren hoe het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking een soortgelijk project uitvoerde voor 42 technische scholen verspreid over heel Indonesië voor een totaalbedrag van 50 miljoen gulden.

Aangezocht door een inspecteur van het Nederlandse ministerie van Onderwijs kwam ik in dienst van een Nederlandse firma die alle gereedschappen en onderwijsmiddelen zou leveren. Eenmaal in Jakarta en Bandung begreep ik snel dat de bedoeling heel anders was dan met dit geld de 42 bestaande scholen opnieuw in te richten en het lerarenkorps bij te scholen.

Ik heb dit toen gerapporteerd aan de Nederlandse ambassade en kreeg te horen dat ze helaas niets anders konden doen dan het ministerie van de corruptie op de hoogte te stellen aangezien het om een lening aan Indonesië ging. Dit heb ik toen zelf gedaan, maar het antwoord op het ministerie, destijds onder leiding van minister Pronk, was hetzelfde en dat betekende voor mij: `einde project'!

Denkt u echter niet dat ik een gefrustreerd ontwikkelingswerker ben, want dat is gelukkig niet het geval. Ik ben vanaf 1966 bij diverse projecten werkzaam geweest, die tot op heden goed draaien en waaraan ik de prettigste herinneringen bewaar.

Vanaf het moment dat het ministerie de hulp begon uit te besteden in plaats van dit in eigen beheer te doen, ging het echter veelal mis.