Hollands dagboek: Frits Duparc

Na acht jaar voorbereiding opende in het Mauritshuis deze week een tentoonstelling met werk van de 16de-eeuwse Duitse schilder Holbein. Directeur en kunsthistoricus Frits Duparc (55) is getrouwd, heeft drie kinderen en woont in Wassenaar. `We slenteren via de gezellige antiekmarkt op het Voorhout naar het museum om even poolshoogte te nemen.'

Woensdag 13 augustus

Wanneer ik mijn ogen open, worden mijn gedachten ogenblikkelijk in beslag genomen door de naderende Holbein-tentoonstelling. Acht jaar geleden werden de eerste ideeën hierover ontwikkeld en deze week is het zover. Het besef dat de opening over twee dagen is zorgt voor extra adrenaline. Mijn eerste gang is naar beneden om thee te maken voor mijn vrouw René. Zij is al vele jaren, ook in het Mauritshuis, mijn steun en toeverlaat. Omdat het mooie weer aanhoudt, kunnen we buiten op het terras ontbijten. We praten vooral over de voorbereidingen voor het bruikleengeversdiner, morgenavond bij ons thuis.

In het kantoorpand van het Mauritshuis aan de Lange Vijverberg, waar we onlangs naar toe verhuisden, word ik op de trap verwelkomd door Diana (financiële afdeling). Stralend houdt ze het eerste exemplaar van de Holbein-catalogus in haar handen. Altijd weer een speciaal moment wanneer ,,het boek er is''. Ik vraag me af waarom dat altijd pas aan de vooravond van de opening gebeurt en niet twee weken eerder.

In het museum heerst grote bedrijvigheid. De laatste hand wordt aan het paviljoen in de Hofvijver gelegd. In het museum wordt het één na laatste schilderij opgehangen: ons eigen Portret van Robert Cheseman waarvan de restauratie pas gisteren werd voltooid. Het ziet er schitterend uit.

Om elf uur bespreek ik samen met Antia en Pom van P.R. en Communicatie het draaiboek voor de opening en de beide persconferenties.

Weer snel naar huis, want woensdagmiddag is mijn `schrijfmiddag'. Vandaag werk ik verder aan mijn speech voor de opening en mijn verhaal voor de persconferenties. Regelmatig bellen medewerkers over Holbein-zaken. Ook een verrassend telefoontje van een goede vriend die spontaan een bedrag toezegt voor ons aankoopfonds. Zo'n bericht is ook een mentale stimulans voor de gehele organisatie. Later komt mijn broertje uit Israël langs. Hij krijgt een telefoontje uit Jeruzalem dat hij een kleinzoon heeft gekregen: de eerste mannelijke Duparc van de volgende generatie!

Donderdag

De groeiende spanning maakt dat ik nog vroeger wakker word. Tijdens het ontbijt in de tuin praten we samen over de opening. Aangekomen op mijn kantoor word ik gebeld door de SponsorBingoLoterij, waarvan het Mauritshuis en nog enkele musea veel geld krijgen voor aankopen, over een mogelijke aanwinst voor ons museum. Boll van de Vereniging Rembrandt belt even later over dezelfde spannende kwestie. Ik spoed me naar het museum waar een indrukwekkende activiteit heerst. Boy (technische dienst) heeft inmiddels het laatste schilderij opgehangen en de verlichting in de tentoonstelling voltooid. De portretten komen ineens tot leven. Holbeins schilderijen en vooral zijn tekeningen ontroeren mij.

Voordat de internationale persconferentie begint, ontvlucht ik de drukte. Ik lunch alleen op een terras op het Plein. Bij terugkeer zie ik dat het museum volstroomt. Als ik de bijeenkomst open, blijken er meer dan 90 journalisten te zijn. Na mijn inleiding vertelt hoofdconservator Peter iets over Holbein. Met het gehele gezelschap bezoeken we de tentoonstelling. Gespannen wachten we de reacties af. Gelukkig is iedereen enthousiast. Nog even naar mijn kamer om wat lopende zaken af te werken en dan snel naar huis. Thuis wordt hard gewerkt aan het bruikleengeversdiner. Het weer werkt mee en dus drinken we met de gasten een borrel in de tuin; dat is informeler dan binnen. De sfeer is ontspannen en het diner verloopt goed. De temperatuur staat toe de avond op het terras af te sluiten.

Vrijdag

Vandaag de museale triatlon: de Nederlandse persconferentie, de officiële opening en de voorbezichtiging. Lang voor de wekker ben ik al klaarwakker. Snel naar het museum, want daar wacht een filmploeg van het NOS-journaal. Nu maar hopen dat we bij het journaal niet worden weggedrukt door de elektriciteitsstoring in Amerika. Ik maak de laatste aantekeningen voor de persconferentie. De Gouden Zaal in het museum zit bijna even vol als gisteren. In het museum en het paviljoen worden nog een paar logistieke zaken verbeterd. In mijn kamer schaaf ik voor de zoveelste keer aan mijn speech. Ik leg de telefoon naast de haak en probeer even te ontspannen voordat ik naar Sociëteit `De Witte' loop, de plaats van de opening. Een opgewonden spanning is bij iedereen merkbaar. Renée en ik ontvangen de gasten bij de ingang. Na mijn verhaal is er een mooie show van op Holbeins portretten geïnspireerde hoeden van Mirjam Nuver met muziek uit die tijd. Neil MacGregor, directeur van het British Museum, houdt een schitterend verhaal over het genie Holbein, over de muts van hermelijn op het schilderij uit Londen, over Willem III, die twee panelen van Holbein uit Engeland naar ons land meenam (volgens hem stal) en over de tentoonstelling. Iedereen lijkt te genieten van zijn verhaal. Samen met de bruikleengevers en sponsors bezoeken we de tentoonstelling. Eregast S.K.H. Landgraf von Hessen is blij met de installatie van zijn Darmstadt-Madonna.

De receptie in `De Witte' moet ik laten schieten, want de eerste gasten voor de voorbezichtiging arriveren. Vanaf 5 uur heet ik samen met Renée ongeveer duizend gasten welkom: collega's, relaties, vrijwilligers en vrienden van het Mauritshuis. Tegen half negen, als onze ruggen beginnen te sputteren, gaan wij met een huisgenootje uit mijn studententijd en zijn vrouw heerlijk eten op het terras van de Bistroquet. We praten nog even na over de dag. De kop is er af.

Zaterdag

Om negen uur ben ik alweer op het museum. Iedereen is enthousiast over de vorige dag. Als het museum om tien uur opent, staat er al een behoorlijke rij voor de kassa's. Ik praat even met de vrijwilligers in de winkel en met enkele medewerkers voordat ik naar huis ga. Heerlijk even in de tuin voordat ik tennisles heb van Ton Buytelaar. Tennissen zal ik nooit leren, maar een uur met hem slaan is de beste ontspanning die er is. Aan het eind van de middag word ik gebeld met de resultaten van de eerste dag: het is de hele dag goed bezocht maar niet te druk geweest. We drinken een glaasje bij buren, voordat we het achtuurjournaal bekijken. Holbein wordt uitgebreid gebracht. We gaan vroeg naar bed en kijken om 10 uur in bed nogmaals naar het journaal.

Zondag

Vandaag een ontspannen dag. Ontbijt buiten onder de serene klanken van Mozarts Vesperae. Ik tennis, zoals elke zondagmorgen, met een jaargenoot uit Leiden voordat we vrienden ontmoeten die van Londen via Holbein naar Salzburg reizen. We slenteren via de gezellige antiekmarkt op het Voorhout naar het museum om even poolshoogte te nemen. De bezoekers lijken te genieten van Holbein. Dat geeft grote voldoening, want daarvoor doe je het allemaal. 's Avonds komen David, Jan-Maurits en Carolijne, onze kinderen, thuis eten. Ze vertellen uitgebreid over hun leventjes in Amsterdam en Leiden. Het is heerlijk hun gezelligheid weer even in huis te hebben. Er wordt veel gelachen, zeker als ze alledrie aanbieden op te ruimen en af te wassen, in de hoop dat ik hun voorbeeldige gedrag in mijn dagboek opneem. Renée en ik praten nog even na.

Maandag

Na alle hectiek van de afgelopen week keert de rust op kantoor enigszins terug. Reacties op de afgelopen dagen inclusief de recensies in de kranten komen los. Ik bel met enkele mogelijke geldschieters over onze zo vurig gewenste aankoop. 'sMiddags leid ik een grote supporter van het museum uit België en diens vrouw rond op de tentoonstelling. Later laat ik ze ons prachtige restauratieatelier zien. Ook op deze maandag, wanneer we normaal dicht zijn, trekt Holbein veel bezoekers.

Dinsdag

's Ochtends geen afspraken, zodat ik een rondje kan maken in het museum. Na de lunch is er stafvergadering. De eerste resultaten van de tentoonstelling worden besproken. Tijd om daar lang bij stil te staan is er niet, want de komende maanden moet door iedereen veel werk worden verzet. Begin november moet de beleidsnota voor de jaren 2005-2008 en de bijbehorende begroting opgesteld zijn. Ook de teksten voor de twee tentoonstellingscatalogi voor volgend jaar, Albert Eckhout en Carel Fabritius, moeten in november voltooid zijn. 's Avonds een diner bij de Franse ambassadeur ter ere van haar vertrekkende Braziliaanse collega.

Woensdag 20 augustus

Het weer laat toe dat we, anders dan gisteren, de dag weer beginnen op ons terras. Snel naar het museum om een interview over Holbein te geven voor de Duitse televisie. De middag wordt thuis achter de computer besteed. Ik krijg goed nieuws van twee fondsen over steun voor onze mogelijke aankoop. Er zal desondanks de komende tijd nog veel moeten gebeuren om de zaak rond te krijgen.

's Avonds is in het museum de eerste ontvangst van de raad van bestuur van de Rabobank. Samen met Unilever zijn zij de sponsoren van de Holbein-tentoonstelling; gelukkig lijken zij tevreden te zijn. Als alle gasten vertrokken zijn, gaan Renée en ik nog even terug naar Holbein. In alle stilte staan we oog in oog met de schilderijen en tekeningen. Plotseling realiseer ik me dat dit voor mij geen portretten meer zijn. Ik zie mensen van vlees en bloed, vrouwen en mannen met edele of meedogenloze karakters die dankzij het genie Holbein ook na bijna vijfhonderd jaar nog springlevend lijken te zijn. De afgelopen tijd ben ik zo intensief met deze meesterwerken bezig geweest dat ik soms denk dat ik deze mensen ken. Ik realiseer me hoe bevoorrecht ik ben dat ik soms dromen, in dit geval het bijeenbrengen van een deel van het mooiste werk van Holbein, werkelijkheid mag laten worden. Ik geniet intens en wens dat alle bezoekers evenzeer genieten. Voldaan gaan Renée en ik naar huis.

    • Frits Duparc