Fopanjers ... ...en nepmossels

Honderdduizenden plantensoorten hebben een naam maar verdienen die niet. In de International Plant Names Index staan een miljoen soorten, maar botanici denken dat er in werkelijkheid maar tussen de 200.000 en 400.000 soorten bloemplanten bestaan.

Pseudosoorten kregen hun naam van botanici die hun vondst als nieuwe soortbeschreven, zonder uitputtend te onderzoeken of-ie niet allang door ander beschreven was. Ook zijn vaak lokale varianten of exemplaren met een afwijkende bloemkleur als nieuwe soort beschrijven.

Michael Hood van de universiteit van Virginia is een nieuwe categorie fopsoorten op het spoor. Het gaat om planten die door een infectieziekte zo sterk van uiterlijk veranderen dat biologen een nieuwe soort dachten te zien. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de Silene cardiopetala en de Silene tatarinowii. Die twee silenes zijn een eeuw geleden verzameld in China en als twee verschillende soorten beschreven. De een heeft donkere helmknoppen en stuifmeel, terwijl de ander geel stuifmeel heeft. In werkelijkheid, beweren Michael Hood en zijn collega's nu, ontstaat het donkere stuifmeel door een schimmelinfectie.

Hood en zijn collega's bestudeerden de soortindeling in planten van de geslachten Silene (met in Nederland de Blaassilene en de Avondkoekoeksbloem) en Lychnis (met Echte koekoeksbloem) van de anjerfamilie. Ze gebruikten een in Parijs aanwezig herbarium met in China verzamelde planten. Van de 300 planten waren er 25 besmet met de schimmel anther smut (vertaald zoiets als helmknoproet). Vier van die aangetaste planten waren gebruikt om nieuwe soorten mee te beschrijven. Hoe vaak botanici in deze valkuil zijn getrapt is onbekend.

Deze zaak staat niet op zichzelf. Zelfs modern DNA-onderzoek is geen garantie dat soorten hun juiste plaats in het rijk van levende organismen krijgen. Het 2 cm lange zeewormpje Xenoturbella was in 1997 na lange discussie over zijn plaats in het dierenrijk eindelijk bij de weekdieren (mollusken) ondergebracht. In het ongedifferentieerde wezen (zonder ruggengraat, zonder geslachtsdelen, zonder darmen, met hersenloos zenuwnetwerkje) waren eitjes en embryo's gevonden die er zo uitzagen als die van de tweekleppige weekdieren, zoals de mosselen.

Maar Xenoturbella had die embryo's alleen maar gegeten. Op grond van analyses van drie genen maakt Xenoturbella een grote stap van het superfylum van de protostomen naar dat van de deuterostomen (Nature, 21 aug). Daaronder vallen ook de gewervelden en dus de mensen. `Worm blijkt naaste verwant van de mens', kopte de Britse krant The Daily Telegraph daarom.