De kinderaanslag

Cain slew Abel, Seth knew not why

For if the children of Israel were to

multiply

Why must any of the children die?

(Randy Newman, God's Song)

Van de twintig doden die dinsdag in Jeruzalem vielen bij de honderdste Palestijnse zelfmoordaanslag in drie jaar waren zes kinderen, de jongste was drie maanden oud. Onder de gewonden bevinden zich veertig kinderen en baby's. De jongste is een maand geleden geboren. Een dag voor de aanslag poseerde de dader, Rael Abdel-Hamed Misk, met in zijn armen zijn twee peuters, een meisje van twee en een jongetje van drie, voor een laatste familiefoto die donderdag op de voorpagina van deze krant stond. Een verbijsterende foto. Trots lachend kijkt de vader in de camera, in het gelukzalige besef van wat hij gaat aanrichten. Maar aan niets valt af te zien welk drama hij in zijn hoofd heeft. De kleintjes zijn vol vertrouwen. Het zoontje zet grote verbaasde ogen op en klemt zich aan zijn vader vast. Het dochtertje kijkt een beetje schuchter opzij, pientere blik, een wolk van een kind. Een harmonisch beeld van een tevreden, welvarende man die zijn blakende oogappels een onbezorgde jeugd wil bieden. Een etmaal later was hij dood en had hij willens en wetens andere kinderen in zijn dood meegenomen.

De kinderaanslag, zo noemde ziekenhuispersoneel in Jeruzalem de rampzalige gebeurtenis die een einde maakte aan de zogenaamde wapenstilstand, de `hudna', waartoe Hamas en de Islamitische Jihad zich hadden verplicht. Er bestaat geen zaak in de wereld die het vermoorden van kinderen rechtvaardigt. Wie deze stelling onderschrijft, moet uit de kinderaanslag ofwel concluderen dat er niet zoiets bestaat als een Palestijnse zaak, ofwel dat de dader niet het oogmerk had de Palestijnse zaak te dienen. Het laatste ligt voor de hand: uiteraard is er een Palestijnse zaak – het recht op een eigen, levensvatbare staat – maar het streven daarnaar was niet de inzet van de kindermoordenaar. Een volwaardige Palestijnse staat die zich naast Israël in vrede kan ontwikkelen zou een te wereldse zaak zijn voor iemand wiens heil niet in deze wereld te vinden is. Maar omdat zijn zaak ergens buiten de begrenzingen van ruimte en tijd is gesitueerd, kon hij het kinderoffer voltrekken.

,,Rael droomde van het martelaarschap, dat was Gods wens'', zei de (zwangere) weduwe van de dader toen zij werd ondervraagd over de motieven van haar echtgenoot, volgens vrienden en familie een diep gelovig man die preekte in de moskee en binnenkort zijn theologische studie zou afronden. Het kan geen toeval zijn dat zijn doelwit een volle stadsbus was op de lijn naar een orthodox-joodse wijk van Jeruzalem. De zelfmoordaanslag behoort tot het arsenaal van de godsdienstoorlog.

Als het Israëlisch-Palestijnse conflict uitzichtloos lijkt, dan is dat wegens de overtuiging van groepen aan beide kanten dat zij handelen in naam van God. Zowel Israël als het Palestijnse gezag draagt een seculier karakter. Aan beide zijden zijn het echter de religieuze fanaten die iedere poging om tot een oplossing te komen saboteren, geroepen als zij zich menen te weten tot het dienen van hogere doelen dan veiligheid voor Israël (orthodoxe joden zijn tegen het zionistische idee van een joodse staat) of een eigen staat voor de Palestijnen.

De ene groep wil het Jeruzalem van koning David verdedigen, de tempel van Salomo en het graf van Rachel, de andere de plek waar de profeet Mohammed een hemelvaart maakte; beide groepen ge-lovigen zijn bezeten, zoals de christelijke kruisvaarders in de Middeleeuwen die het heilige graf kwamen veroveren. De Britse ex-non Karen Armstrong baseerde haar historische studie Jerusalem, one city, three faiths (1996) op de gedachte van een ,,heilige geografie'', die geen verband heeft met de wereldkaart, maar het innerlijk leven van de gelovigen in kaart brengt. De heilige plaatsen hebben miljoenen joden, christenen en moslims met het goddelijke in aanraking gebracht, schrijft zij. Bijgevolg werd de heilige grond waar Israëliërs en Palestijnen om strijden als onafscheidelijk van het beeld van God zelf beschouwd. Zodoende wordt het geloof steeds oorlogszuchtiger en al kent de apocalyptische spiritualiteit van de extremisten slechts een beperkte aanhang, hun acties kweken haat op grotere schaal. ,,Zodra de eerste taak om de goddelijkheid in andere mensen te respecteren vergeten is, kan `God' zover worden gekregen een bovenaardse, absolute goedkeuring te verlenen aan onze eigen vooroordelen en wensen. Religie wordt dan een broedplaats voor geweld en wreedheid.''

In God's Song beschrijft Randy Newman hoe God antwoordt op de klacht dat de wereld wordt bezocht door plagen: ,,Ik brand jullie steden plat – hoe blind moeten jullie zijn/ Ik neem jullie kinderen van je weg en jullie zeggen hoe gezegend zijn we/ Jullie moeten krankzinnig zijn om in mij te geloven/ Daarom heb ik de mensheid lief.''

Een conflict van metafysische proporties en met een metafysische inzet kan onmogelijk met fysieke middelen worden opgelost. Het Israëlisch-Palestijnse conflict is dus onoplosbaar zolang de lieden die hun inspiratie aan God zeggen te ontlenen zich er buiten hun moskeeën of synagogen en kerken mee bemoeien. Waarom houden zij het heilige niet voor zichzelf? Dan blijven de kinderen in leven. Laat hun barmhartige God zich terugtrekken uit de strijd!

Op de dag van de aanslag schreef de Israëlische romanschrijver Amos Oz, oprichter van het in de verdrukking geraakte Vrede Nu, in The Guardian: ,,Dit is niet langer een oorlog tussen Israël en Palestina. Aan beide kanten steunt meer dan 70 procent van de bevolking het idee van twee staten. De vijand van de vrede is de coalitie van fanatici aan beide kanten: zij die ieder compromis categorisch afwijzen en zij die vinden dat de andere kant alleen maar het recht heeft om te sterven of te verdwijnen.''

De reden dat deze groeperingen van fanatieke Arabieren en extremistische joden erin slagen de weg naar vrede te blokkeren is volgens Oz de lafheid van de leiders aan beide kanten, Sharon en Abbas. Zij eisen van elkaar dat zij intern korte metten maken met de religieuze stokebranden, maar dat kan alleen als zij simultaan optreden: de Palestijnen moeten de terreurorganisaties ontmantelen en tegelijkertijd moet Israël, zonodig met geweld, een eind maken aan de onwettige nederzettingen van kolonisten.

    • Elsbeth Etty