120.000.000 nabootsers

Terwijl de westerse vrede in Irak elke dag verder afbrokkelt, woedt in de bedevaartsplaats Najaf een andere strijd. Een religieuze machtsstrijd die de landsgrenzen overstijgt. Inzet: het geestelijk leiderschap over 120 miljoen sjiitische moslims wereldwijd. Over moord in een graftombe en een islamitisch leger in wording. `Wij moeten de Amerikanen tegenwicht bieden.'

In de wirwar van straten in Najaf is weinig terug te vinden van de glorie van een bedevaartsplaats. Jongens trekken met houten karren sporen door het vuil dat de goten verstopt. Bedelaars vragen om Iraakse dinars – ze leven van de islamitische traditie van Zakat. Geestelijken in zomer-aba's spoeden zich door de steegjes, de hand op hun tulband als bescherming tegen de harde en warme woestijnwind.

Maar zodra ze het ommuurde gebied betreden in de binnenste ring van de stad, raken ze verblind door de zomerzon. Ze staan oog in oog met de gouden koepel van een tempel, met daarnaast twee minaretten van goud. Sigarettenverkopers, pelgrims en geestelijken lopen langs elkaar heen, terwijl vrouwen in zwarte chadors met hun kinderen in de schaduw zitten.

Dit is de glorie van imam Ali Ibn Abu Talib, schoonzoon en neef van de profeet Mohammed, grondlegger van de sjiitische tak binnen de islam. Na een geschil over de opvolging van zijn oom besloten veel molims Ali te volgen. Zij kregen de naam `partizanen van Ali', de Sjia Ali. En toen die in het jaar 661 in het Iraakse Najaf werd vermoord, werd de stad een bedevaartsoord.

In een gouden schrijn in dit heiligdom ligt Ali's lichaam. Daarnaast ligt, kniehoog, geld afkomstig uit alle vier de windstreken. Mannen, vrouwen en kinderen kussen de tralies rondom de tombe, zij huilen en lezen zijn wijsheden. Er hangt een penetrante zweetgeur; het is er 45 graden Celsius en schoenen zijn hier verboden.

Zodra een grafkist het heiligdom wordt binnengebracht, klinkt uit de monden van de gelovigen ,,la illahe illahla'': er is slechts één God en dat is God. En dat gebeurt om de haverklap, want de doden uit de massagraven worden dezer dagen herbegraven en zeven keer rond de tombe gedragen. De gelovigen schieten opzij als de mannen met kisten langsdraven. De eeuwige zielenrust is beter gegarandeerd na een laatste bezoek aan imam Ali.

Na de val van het regime van Saddam Hussein is het drukker geworden in het heiligdom. Op de heilige vrijdagen is de hele binnenplaats bezet. Zestig procent van de Iraakse bevolking is sjiitisch. En er komen steeds meer pelgrims uit Iran, Afghanistan, Koeweit, Saoedi-Arabië, Libanon, Syrië en Bahrein, waar de circa 120 miljoen sjiieten wonen. Behalve Mekka behoort elke sjiiet eenmaal in zijn leven het graf van imam Ali te bezoeken, en ook de laatste rustplaats van zijn zoon Hussein, 40 kilometer noordwaarts in de stad Kerbala.

Hier in Najaf wordt nu een politiek-religieuze machtsstrijd uitgevochten waarvan de uitkomst ingrijpende gevolgen kan hebben voor Irak en de regio. Voor het eerst sinds dertig jaar kunnen de religieuze leiders vrij discussiëren over de toekomst van de sjiitische islam, zonder bemoeienis van Saddam Hussein of het sjiitische regime in Iran. Ook de Amerikaanse bezetters willen hun vingers er niet aan branden en houden zich afzijdig.

Belangrijkste twistpunt binnen de geestelijkheid is de vermenging van religie en staat, een heet hangijzer sinds de opkomst van wijlen ayatollah Ruhollah Khomeini en zijn Iraanse islamitische revolutie van 1979. De verschillende kampen beschimpen elkaar, zetten elkaar weg als `Iraniërs' en `groentjes'. Voor het eerst sinds lange tijd lijken seculiere geestelijken de overhand te krijgen. Zij vinden dat het samenbrengen van religie en staat – de wens van vele fundamentalisten – de islam corrumpeert. Sommige van hun tegenstanders schuwen het geweld niet om hun argumenten kracht bij te zetten. Er zijn al verschillende doden gevallen. De inzet is dan ook hoog: het geestelijk leiderschap over 120 miljoen sjiieten.

Opgeschud

De loopgraven van deze strijd zijn te vinden in de steegjes van Najaf. Achter verschillende deuren gaan kantoren en scholen schuil van de hoogste sjiitische autoriteiten, de groot-ayatollahs. Er zijn slechts twintig groot-ayatollahs op de wereld. Allen zijn ook `Marja-e Taqlid', wat letterlijk `Bron van Nabootsing' betekent. Iedere sjiiet is verplicht een `Bron van Nabootsing' te kiezen en diens religieuze verordeningen, fatwa's, na te leven. Hierdoor beschikken de `Marja's' over duizenden tot miljoenen volgelingen die allemaal éénvijfde van hun inkomen afdragen, de `khom'. De groot-ayatollahs bezitten miljarden euro's, meestal ondergebracht in stichtingen met bankrekeningen in het buitenland. De stichting van wijlen groot-ayatollah Al Khoei in Londen beschikt bijvoorbeeld over een vermogen van ongeveer 2 miljard euro. Ook al is deze `Marja' in 1992 op hoge leeftijd overleden, het geld blijft nog steeds binnenkomen, zo laat de stichting weten.

Met dit geld worden de heiligdommen onderhouden en de geestelijken betaald, en kunnen duizenden `talabehs', religieuze studenten, in Najaf en elders een opleiding volgen. Deze studenten vormen samen met de geestelijken de Hawza, het religieuze establishment. Najaf is dankzij de `khoms' al meer dan duizend jaar een soort sjiitisch Vaticaanstad.

Vanuit de gedachte dat de islam een allesomvattende godsdienst is, wagen sommige ayatollahs zich ook aan politiek. Begin april schraapte de 83-jarige groot-ayatollah Ali Al Husseini As Sistani in Irak al zijn moed bijeen en vaardigde een fatwa uit waarin stond dat de gelovigen zich neutraal moesten opstellen tegenover het binnentrekkende Amerikaanse leger. Een novum was deze politieke fatwa niet – eind jaren '70 had een geestelijke de Iraakse sjiieten al aangemoedigd in opstand te komen tegen Sadam Hussein die hierop verschillende hoge geestelijken liet ombrengen. In 1920 werd in een fatwa uitgesproken dat verzet tegen de Britten, die toen Irak hadden bezet, geoorloofd was. Er brak een opstand uit en hoewel de Britten deze genadeloos neersloegen, was deze rebellie het begin van de nationaal-Iraakse gedachte.

De uitspraak van Sistani dit voorjaar tijdens de Irak-oorlog was niet zonder gevaar, want de politiek heeft de afgelopen dertig jaar tot scherpe debatten tussen de groot-ayatollahs geleid. De meningsverschillen lopen hoog op, omdat de sjiieten, anders dan de katholieken, geen hoogste leider hebben die een eindoordeel velt. De cruciale vraag is: kan er wel of niet een religieuze staat op aarde worden gevestigd zonder de aanwezigheid van de sjiitische messias, de Mahdi? Deze `Twaalfde Imam' is in het jaar 873 verdwenen en de sjiitische gelovigen wachten met smart op zijn terugkeer die gepaard moet gaan met de vestiging van de islamitische heilstaat op aarde.

Groot-ayatollah Ruhollah Khomeini beantwoordde deze vraag bevestigend. Hij vond dat een geestelijke, een `juridische expert', in afwachting van de Mahdi een islamitische republiek kon leiden. Het gevolg was de revolutie in Iran, die mede kon slagen doordat Khomeini als `Bron van Nabootsing' miljoenen volgelingen had in dit land. Politieke fatwa's volgden, met als bekendste Khomeini's doodvonnis over de Britse schrijver Salman Rushdie wegens zijn boek `De duivelsverzen'. Maar het uiteindelijke resultaat is dat nu, meer dan 24 jaar later, de heilstaat in Iran geen stap dichterbij is gekomen. Wat het islamitische land van melk, honing en gerechtigheid had moeten worden, is veranderd in een zinkend schip met grote economische problemen waar mensen zich massaal afkeren van de islam en de geestelijkheid.

Ondanks zijn indirecte politieke steun aan de Amerikanen geldt de groot-ayatollah Ali Al Husseini As Sistani nog steeds als de belangrijkste `Bron van Nabootsing' in de sjiitische wereld. Hij pleit voor een volledige terugtrekking van de islam uit de politiek. De politiek, zegt hij samen met zeer veel geestelijken in Najaf en Iran, corrumpeert het geloof: wie zegt dat Gods vertegenwoordigers op aarde net zo onfeilbaar zijn als de Twaalf Imams? De duizenden executies van politieke tegenstanders die Khomeini in 1988 liet uitvoeren, worden nu door veel geestelijken als misdaden gezien en niet als de wens van God.

De groot-ayatollah hangt zozeer aan de scheiding tussen religie en staat dat hij bijna geen politieke uitspraken doet, noch in zijn kantoor in Najaf noch op zijn website (www.najaf.org). Wel houdt hij zijn volgelingen leefregels voor. Zo schrijft hij dat iemand die in het ziekenhuis ligt tijdens de vastenmaand beter niet vloeibaar voedsel tot zich kan nemen. Verder heeft hij bepaald dat masturbatie voor zowel vrouwen als mannen verboden is, ook als een man zijn sperma wil laten testen bij een dokter. Maar hij staat wel toe dat gelovigen hun woningen versieren met opgezette beesten.

Politieke preek

Maar hoelang is Sistani nog informeel leider?

Elke dag sluiten meer sjiieten zich aan bij Muqtada al Sadr, een jonge geestelijke. Al Sadr erkent de door de Amerikanen ingestelde regeringsraad niet. Hij wil een Irak dat wordt geregeerd door de geestelijken. Het begin is al gemaakt: in de chaotische dagen na de oorlog namen volgelingen van Al Sadr ziekenhuizen en andere publieke instellingen in heel Irak over. Al Sadr betaalde hun lonen met het geld dat zijn vader, een belangrijke `Bron van Nabootsing' die in 1999 door het Ba'ath-regime werd vermoord, nog steeds ontvangt van zijn volgelingen. Het maakte de zoon erg populair.

Op vrijdagmiddag hebben zich om twaalf uur zeker honderdduizend mannen verzameld bij `zijn' moskee in Kufa, een voorstadje van Najaf. De zon staat recht boven de gelovigen. Het is de grootste bijeenkomst in het land sinds de Amerikanen Irak zijn binnengevallen. De mensen eten meloen en drinken thee, in afwachting van het gebed en de vrijdagmiddagpreek. Een politieke preek, zoveel is zeker, want in deze moskee gaat het over vrijwel niets anders.

Vervolg op pagina 26

120.000.000 nabootsers

Vervolg van pagina 25

De afgelopen weken zijn gelovige moslims opgeroepen een islamitisch leger te vormen.

De gelovigen zijn gekleed in witte lijkwaden, een teken dat ze bereid zijn om te sterven voor de islam. Ze wachten op de woorden van `groentje' Muqtada al Sadr, de zoon van de vermoorde Mohammad Sadiq Al Sadr. Hoewel de 29-jarige Muqtada nog maar een religieuze student is, heeft hij sinds de Amerikaanse inval in Irak al een omvangrijke islamitische organisatie opgezet. Zeker 4.000 studenten van zijn school zijn uitgewaaierd over het land en verkondigen zijn radicale boodschap.

Als vele duizenden zich binnen de muren van de moskee hebben gewurmd, kijkt Al Sadr met strenge blik op de menigte volgelingen neer. ,,We moeten een islamitisch leger vormen als tegenwicht voor het Amerikaanse leger'', zo galmt zijn stem door de moskee. ,,Dit leger zal gehoorzamen aan de Hawza en wordt het zaad voor de vorming van een islamitische republiek in Irak.''

Rozenwater

Mannen met zilverkleurige tanks voor onkruidverdelging op de rug spuiten rozenwater over de aanwezigen. De tanks op de ruggen van deze vrijwilligers zijn versierd met foto's van ayatollah Khomeini en van de vader van Muqtada al Sadr. Een afbeelding van Sistani is hier niet te vinden.

Als Al Sadr is uitgesproken, ontstaat er buiten een rellerige sfeer. Uit de luidsprekers klinkt een waarschuwing: ga vandaag niet naar Najaf om te demonstreren. ,,We moeten de Amerikanen nu nog niet provoceren'', zegt de stem. ,,Eerst moeten we sterker worden.'' Eerder had de jonge Al Sadr al verteld dat tienduizenden zich hebben ingeschreven voor `het vreedzame leger'.

De jonge geestelijke heeft de religieuze verhoudingen binnen Najaf op zijn kop gezet. Hij en zijn school redeneren zoals de grondlegger van de sjiitische islam, imam Ali: ze stellen dat leiderschap over kan gaan van vader op zoon.

Muqtada Al Sadr lijkt vastbesloten een leider van Iraks sjiieten te worden. Daarbij gaat hij over lijken. In de chaotische dagen na de inname van de stad belegerden zijn volgelingen het huis van groot-ayatollah Sistani. Gewapend met knuppels en messen eisten ze dat de bejaarde ayatollah binnen 48 uur het land zou verlaten. Sistani is van Iraanse afkomst en Al Sadr presenteerde zich als een `Arabische' sjiitische leider. Maar doordat het nieuws van de aanstaande belegering de groot-ayatollah al had bereikt, kon hij onderduiken. Dagen later kwam hij, onder bescherming, weer tevoorschijn.

Waarschijnlijk is Sistani een gruwelijk lot bespaard gebleven. Met een medestander liep het veel slechter af. Tegelijk met de Amerikaanse troepen was de zoon van de in 1992 overleden groot-ayatollah Al Khoei ook in Najaf aangekomen. De in Londen wonende Abdul Majid Al Khoei waarschuwde de Amerikanen niet in de buurt van het heiligdom te komen en zorgde er zo voor dat extreme elementen in Najaf geen reden hadden om een `jihad' tegen de bezetters te beginnen. Met zijn verlichte denkbeelden over de islam, zijn vriendschap met Tony Blair en zijn belangrijke familienaam zagen velen in hem de juiste man om de sjiieten van Irak op één lijn te krijgen met de coalitie, niet in de laatste plaats omdat hij de vermenging van religie en staat bestrijdt.

Al Khoei bezocht het heiligdom in het hart van Najaf, toen plotseling een groep van veertig aanvallers hem met bijlen bedreigde. Hij vluchtte met getrokken pistool de tombe van imam Ali in, waarbij hem na overleg een veilige aftocht werd beloofd. Maar omdat het in de sjiitische islam geoorloofd is te liegen om het geloof te beschermen, werd hij op 10 april alsnog aan stukjes gehakt. Door mannen van Al Sadr, beweren ooggetuigen. De Al Khoei-stichting in Londen houdt Al Sadr dan ook verantwoordelijk voor de aanslag.

De Amerikanen doen Al Sadr af als ,,een oproerkraaier die zijn volgelingen uit de arme wijken van Bagdad haalt'' en lijken het probleem voorlopig te negeren. Zo kon Al Sadr zes weken geleden buurland Iran bezoeken. De jonge geestelijke sprak daar met een voor Saddam Hussein gevluchte Iraakse extremistische ayatollah die fatwa's uitspreekt tegen heidenen, en die eist dat zijn volgelingen de door de Amerikanen aangewezen Iraakse regeringsraad niet steunen. Muqtada heeft zijn steun nodig, omdat hij als student zelf geen fatwa's kan uitspreken.

Ook sprak Al Sadr met Iraanse leiders. Hij mag zich dan wel als Arabier willen profileren, hij weet ook dat deze Iraniërs net zo gebaat zijn bij chaos in Najaf als hij. Want de afgelopen 24 jaar fungeerde de Iraanse heilige stad Qom als machtscentrum van de sjiitische wereld, dankzij de isolatie van Najaf. Dit hield in dat er geen kritiek mogelijk was op het door Khomeini in praktijk gebrachte systeem van de geestelijke `juridische expert' die het land leidt. Al jarenlang staan twee belangrijke Iraanse `Bronnen van Nabootsing' in Iran onder huisarrest, want de opperste leider ayatollah Khamenei duldt hun dissidente standpunt niet. Maar sinds Najaf is bevrijd, is er ruimte voor debat. Intussen vreest Khamenei ook voor zijn eigen positie. Want hoewel het Iraanse regime sinds 1995 beweert dat Khamenei een groot-ayatollah en dus `Bron van Nabootsing' is, erkennen andere groot-ayatollahs zijn status niet. Hij mist de juiste diploma's.

Angst voor fatwa's

Met de toch al steeds smaller wordende machtsbasis in eigen land wachten de Iraanse geestelijke leiders vol angst af wat voor fatwa's de erkende `Bronnen van Nabootsing' van Najaf over hun regime zullen uitspreken. Groot-ayatollah Sistani sprak deze week al zijn verbazing uit over de manier waarop het Iraanse regime zijn bestuurders behandelt. Hierbij verwees hij naar een rechtszaak tegen de hervormingsgezinde burgemeester van Teheran die door conservatieven van corruptie werd beschuldigd en gevangen werd gezet.

De ontmaskering van Khamenei als onechte `Bron van Nabootsing' zou ook gevolgen kunnen hebben voor de sjiitische Hezbollah-beweging in Zuid-Libanon. Nu nog erkent deze groep de Iraanse leider als hoogste macht. Een eventuele ontmaskering zou deze groep kunnen doen besluiten voor de Iraaks/Libanese groot-ayatollah Mohammad Hussein Al Fadlallah te kiezen. Deze is een stuk pragmatischer dan Khamenei en keert binnenkort waarschijnlijk terug naar Najaf. Ook de sjiitische minderheid in Saoedi-Arabië wacht de strijd om het leiderschap in Najaf gespannen af. Ongeveer 15 procent van de bevolking van Saoedi-Arabië is sjiitisch en wordt onderdrukt door de streng-fundamentalistische wahabitische meerderheid. Afgelopen maand werden drie moskeeën in brand gestoken. Lokale sjiieten beweerden dat de Saoedische geheime dienst erachter zat.

Dikke sigaar

Intussen wacht hotjatolislam Seyed Jamal Adin (42) in Bagdad in zijn huis aan de Tigris zijn kans af. Hij is een opkomende geestelijke met heel andere ideeën dan de extremistische Al Sadr. Het huis heeft hij `overgenomen' van de gevluchte Iraakse vice-president Izzat Ibrahim. Adin zit binnen en rookt een dikke sigaar. Vogels kwetteren op de achtergrond.

Adin zegt: ,,Ik heb zestien jaar in Iran gewoond en weet hoe het niet moet. Om de religie te beschermen, moeten we haar scheiden van de staat. De Amerikanen zijn de enigen die ons vrijheid van meningsuiting kunnen garanderen, dus ze moeten hier nog zeker vijftien jaar blijven om de prille democratie te laten opbloeien.''

Naast hem zit de kleinzoon van wijlen ayatollah Khomeini bevestigend te knikken. Hij is vertrokken uit Iran. Drie weken geleden zette hij uiteen wat er mis is in zijn vaderland. ,,Ik word nu gezocht door de Iraanse geheime dienst'', zegt Khomeini.

Het duo wil een nieuwe school openen in Najaf om hun ideeën uit te dragen. We moeten in Najaf rust en vrede scheppen, zegt Adin, daarna kunnen er vele religieuze discussies plaatsvinden. ,,En dan zullen de nu vrije standpunten van de `Bronnen van Nabootsing' als golven door de sjiitische wereld gaan en de islam vernieuwen.''