Snel akkoord over ombuigingen

Het kabinet bereikte onverwacht gemakkelijk een akkoord over extra ombuigingen. De financiële gevolgen voor de burger van accijnsverhogingen en andere maatregelen zijn echter groot.

Bezuinigen bleek deze week voor het kabinet-Balkenende II gemakkelijker dan gedacht. Sneller dan ook de meest betrokken ministers (van Financiën, Sociale Zaken en Economische Zaken) hadden verwacht bereikten zij onderling een akkoord over extra maatregelen. Een weekje onderhandelen in de financieel-economische `vierhoek' (met daarin verder premier Balkenende) bleek voldoende om nog eens ruim drie miljard extra bezuinigingen en een klein miljard lastenverzwaringen op te tellen bij de toch al ongekende toren aan `ombuigingen' van 13 miljard euro die in het regeerakkoord van dit voorjaar al waren voorzien. Vanmiddag werd in de voltallige ministerraad nog verder gesproken over de uitwerking daarvan.

De snelle overeenstemming was niet het resultaat van politieke eenstemmigheid tussen de coalitiepartners CDA, VVD en D66, maar van een onverwachte meevaller die minister van Financiën Zalm woensdagavond om acht uur voorschotelde. Uit hernieuwde berekeningen van het Centraal Planbureau bleek dat de overheid rekening kon houden met minder stijging van pensioenpremies dan, op grond van eerdere berekeningen, voorzien. Gevolg, aldus Zalm: per werknemer gaat een kleiner deel van het loon (belastingvrij) naar de pensioenfondsen. En de Belastingdienst krijgt dus meer. Volgens Zalm een meevaller van 700 miljoen euro.

Op zijn weblog www.gerritzalm.nl geeft de VVD-minister de credits voor deze `slimme' uitweg aan zijn CDA-collega De Geus. Die had namelijk ,,al eerder de indruk gekregen dat de aannames van het CPB over de pensioenpremiestijgingen in de marktsector wellicht te somber waren.''

Door deze `creatieve' oplossing kwam een einde aan een opkomend politiek conflict in de coalitie. Zalm en De Geus speelden daarin de hoofdrol. De laatste verzette zich tegen een voorstel van Zalm om de maximale duur van een WW-uitkering te beperken van 5 tot 2,5 jaar. Achter De Geus groeide binnen het CDA, onder bewindslieden en in de Kamerfractie, protest tegen verdere bezuinigingen op de sociale zekerheid. VVD-ministers zagen de tegenvallers juist als een gelegenheid om deze in hun ogen goede maatregelen ,,eindelijk maar eens'' door te voeren. Zalm voerde aan dat voor 5 miljard aan extra maatregelen nodig was om te voldoen aan de afspraken uit het regeerakkoord om het tekort in 2007 terug te brengen tot 0,5 procent van het bbp. CDA'ers zeiden die afspraak niet los te willen laten, maar oordeelden dat niet meer dan 3 miljard bezuinigen nodig was.

De meevaller loste de discussie op voordat zij uitgevochten was. Van de 4 miljard extra bezuinigingen tot 2007 moet zo'n 2,3 miljard volgend jaar worden verwerkt.

Ondertussen versterken de uitlekkende plannen (die op prinsjesdag worden gepresenteerd) wel het beeld dat het kabinet vooral kiest voor maatregelen met stevige sociale gevolgen. Zo vervalt de fiscale steun voor VUT en prepensioenregelingen niet per 2007, maar reeds per 2005. Dat levert 1,2 miljard op, maar vakbonden voorspellen sociale onrust. De Geus heeft ook 500 miljoen extra te bezuinigen op onder meer de WAO, en alles rond de WAO is politiek pijnlijk. Sociale Zaken heeft bovendien al ingrijpende maatregelen klaar als het (snel) afschaffen van de tweejarige vervolguitkering waarop ex-WW'ers tot begin deze maand recht hadden. Ook de andere `grote bezuiniger', minister Hoogervorst van Volksgezondheid, heeft tal van maatregelen in petto die burgers direct voelen: eigen bijdrages worden verhoogd voor bijzondere ziektekosten (thuiszorg, gehandicaptenzorg) en ingevoerd voor ziekenfondsverzekerden. Het basispakket wordt verkleind, premies gaan omhoog.

Tegenover al deze `saneringen' wordt het relatieve aandeel van extra investeringen in onderwijs, zorg en veiligheid steeds kleiner, en ze betalen zich ook pas op de langere termijn uit. Dat het kabinet zich daarover wel enige zorgen maakt kan worden afgeleid uit de ontwikkelingen gisteren en vandaag rond mogelijke inperking van de loonruimte voor ambtenaren.

Tot dusverre was voor 2004 nog 0,7 procent reële loonstijging voorzien. Als dat minder wordt, naderen ambtenaren en uitkeringsgerechtigden volgend jaar de nul. Gistermorgen spraken bronnen rond het kabinet in dat verband nog van een de facto `bevriezing' van ambtenarensalarissen en uitkeringen voor 2004. Vakbonden en oppositie vreesden een `directief' van de overheid en zagen de ontkoppeling tussen uitkeringen en ambtenarensalarissen en de marktlonen naderen. 's Avonds spraken de Haagse bronnen alleen nog van een komende bezuiniging op de gereserveerde ruimte voor zaken als bonussen en promoties voor ambtenaren.