Op weg naar de afgrond

In de smorende hitte doe je soms rare dingen. Zo heb ik het in mijn bolle hoofd gehaald om te gaan skiën, midden in de zomer.

Het leek allemaal zo leuk. Ik kende iemand met een huis in Zwitserland, in een gebied waar de sneeuw nooit verdwijnt. Met de kabelbaan kon je heel hoog komen. Ik verheugde me al op het uitzicht dat ik zou hebben terwijl ik de berg afroetsjte. Zon en sneeuw in de zomer, wat wil je nog meer.

Nu had ik al eens een keer eerder geskied, maar dan in de winter en niet op zo'n grote hoogte als nu. En dat heb ik geweten. De piste was veel steiler dan ik had gedacht. Toen ik uit de kabelbaan stapte had ik al last van hoogtevrees. De andere skiërs gleden onbezorgd naar beneden, sommigen zelfs in hun bikini of zwembroek. Niet eerder had ik zoveel vrolijke mensen bij elkaar gezien. Sneeuw maakt gelukkig, dacht ik nog.

Toen besloot ik het er zelf op te wagen. Het ging meteen al mis. Door de steile helling lukte het me niet om te slalommen en kwam ik al meteen in Schussfahrt, met mijn ski's evenwijdig aan elkaar. Ik racete loodrecht de diepte in. Eerst had het nog wel iets, die snelheid, maar na een paar minuten ging ik zo hard dat ik niet meer kon stoppen. Overal om me heen riepen mensen in alle talen van de wereld: `Fallen lassen! Laat je vallen!' Niemand keek nog vrolijk. Ik deed natuurlijk wat ze zeiden, maar in plaats van op mijn zij, viel ik met mijn kont op mijn ski's en zat ik nu op een soort turboslee. Het ging nog veel sneller dan eerst.

Inmiddels bevond ik me al niet meer binnen de begrenzing van de piste en zag ik een afgrond met scherpe rotsblokken voor me opdoemen. Ik ga eraan, dacht ik. Alle hoogtepunten uit mijn leven schoten nu als in een snel afgedraaide film aan mijn netvlies voorbij. Zo herbeleefde ik in een paar seconden mijn eerste schooldag, de uitreiking van mijn zwemdiploma-A, mijn eerste kus (met Anita). Er kwam maar geen eind aan die herinneringen. Anders was dat met de afgrond.

Maar toen gebeurde er gelukkig een wonder. Want mijn ski's gingen, zonder dat ik er iets voor hoefde te doen, ineens uiteen in een grote V. Het was alsof ik uit elkaar werd gerukt. En voordat ik het doorhad, kwam ik tot stilstand, met mijn benen in een wijde spagaat. Op nog geen drie meter van de afgrond vandaan.

Ik deed mijn ski's uit en liep, nog natrillend van de spanning, naar beneden. Ik wilde zo snel mogelijk weg uit Zwitserland. Skiën in de zomersneeuw laat ik in het vervolg aan anderen over.