Ontwaken uit een boze droom

Temidden van verwarring en nationale schaamte over het grote aantal hittedoden wees president Chirac, terug van vakantie, op de eenzaamheid van veel ouderen en gehandicapten.

Hadden ze hem niet witter kunnen schminken? Het was de automatische eerste gedachte toen de gebronsde Franse president Jacques Chirac zich gisteren in een rechtstreeks op radio en televisie uitgezonden toespraak voor het eerst uitliet over de dramatische gevolgen van de hittegolf van de afgelopen weken. Zo blakend en zichtbaar terug van vakantie een periode van nationale uittocht die, naar nu gebleken is, veel oudere landgenoten fataal is geworden – belichaamde de president zelf het verwijt dat hij de natie in zijn ultrakorte toespraakje van drie, vier minuten impliciet maakte: de ouderen en de zwakkeren aan hun lot te hebben overgelaten.

Volgens door velen `waarschijnlijk' genoemde schattingen (op grond van vergelijking van de sterftecijfers van dezelfde periode in voorgaande jaren) bezweken meer dan tienduizend Fransen aan de gevolgen van de warmte. Eén van de grote begrafenisondernemingen heeft, op basis van het `extra' aantal uitvaarten en het eigen marktaandeel, uitgerekend dat de oversterfte over de hele maand zelfs tegen de veertienduizend gevallen kan gaan bedragen.

De voorlopige cijfers maken de kwalificaties `humanitaire ramp' en `nationaal drama' alleszins toepasselijk. Heel Frankrijk, inclusief de felste critici van de rechtse regering, ontwaakt uit een boze droom. Het in hoog tempo maar toch sluipenderwijs tot astronomische hoogte gestegen aantal uitzonderlijke sterfgevallen is een belangrijke verklaring voor ontoereikende en goeddeels achterwege gebleven noodmaatregelen van de overheid. Blind vertrouwen in de eigen gezondheidszorg, door de VN uitgeroepen tot de beste ter wereld, is een tweede verklaring.

Het is temidden van deze verwarring, nationale schaamte en hardhandige ontmaskering van de bijna mythische `Republikeinse' solidariteit met de zwakkeren, dat Jacques Chirac in elk geval een ernstige psychologische misrekening heeft gemaakt. Het Franse staatshoofd keerde pas eergisteren terug van zijn vakantie in het Canadese Québec, alwaar hij de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen liet niet na erop te wijzen - wel zijn ,,woede'' had uitgeproken over de aanslag op het VN-hoofdkwartier in Bagdad, maar in alle talen zweeg over het drama dat zich in zijn eigen land aan het voltrekken was. De redenen daarover lijkt iedereen het eens waren louter politiek-strategisch van aard. Chirac heeft zijn `eigen' regering, van zetbaas/premier Jean-Pierre Raffarin, niet voor de voeten willen lopen en geen olie op het vuur willen gooien in een op dat moment nog niet al te duidelijke situatie.

De president werd daarmee tevens slachtoffer van zijn eigen reputatie van bezorgde vader. Zijn vorige ambtstermijn diende hij tandenknarsend uit in door de kiezer afgedwongen `samenleving' met een linkse regering. Er kon geen gekkekoeiencrisis naken in de verte, geen storm over het land razen en bossen decimeren en geen overstroming de bewoners van geïsoleerde streken het leven zuur maken of Jacques Chirac was er als de kippen bij om zijn medeleven uit te spreken en hardop gepaste maatregelen te eisen van de regering. Thema's van zijn huidige ambtstermijn zijn de strijd tegen kanker, onveiligheid op de weg en bevordering van de maatschappelijke positie van gehandicapten. Die breed geëtaleerde betrokkenheid droeg bij aan zijn humanitaire imago – én aan de teleurstelling over zijn `oorverdovende' stilzwijgen over de huidige ramp.

,,Het is de schuld van de Fransen'', zo vat dagblad Libération het presidentiële toespraakje van gisteren samen. Tendentieus maar voor de hand liggend, want in weliswaar op kousenvoeten gekozen bewoordingen legde de president de schuld inderdaad bij de overlevenden. ,,Dit drama heeft de eenzaamheid van veel oude en gehandicapte landgenoten opnieuw aan het licht gebracht'', zo klonk het verwijtend. Vagelijk stelde Chirac vervolgens maatregelen in het vooruitzicht om de solidariteit met de zwakkeren ,,doeltreffender'' te maken. Door links geëiste excuses bleven uit. Hooguit erkende de president ,,gebreken'' in de organisatie van de gezondheidszorg.

Hij ging daarmee voorbij aan de waarschuwingen die eerstehulp-instellingen wel degelijk in een vroeg stadium gegeven hebben en die door de regering-Raffarin in de wind zijn geslagen. Hij negeerde ook het feit dat zeker de helft van de slachtoffers niet in eenzaamheid is gestorven, maar, pijnlijker, in bejaarden- en ziekenhuizen waar ze door familieleden in allerijl heengebracht werden maar waar de mankracht en technische voorzieningen ontbraken om ze de verzorging te geven die ze nodig hadden.

Behalve politiek falen en systeemgebreken legt het drama typisch Franse eigenaardigheden bloot. Augustus is de bijkans heilige vakantiemaand, van zowel arbeider als staatshoofd. Er wordt nu gepleit voor vakantiespreiding. De hitte bleek immers een aan twee kanten snijdend mes: niet alleen bezweken de bejaarden eraan, de zorginstellingen moesten het gemiddeld ook met slechts tweederde van hun toch al schaarse personeel stellen. De verplichte, door links ingevoerde 35-urige werkweek heeft het laatste probleem alleen maar verergerd.

Een andere eigenaardigheid is het centrale bestuur. Sneller dan in het eveneens onder de hitte zuchtende Italië en Spanje werd daardoor het aantal slachtoffers duidelijk. Begrafenisondernemers zijn verenigd in enkele centrales, die maar naar hun collectieve `orderportefeuille' hoeven te kijken om conclusies te kunnen trekken. Wellicht houdt ook het grootschalige gebruik van op diesel rijdende auto's en daarmee de grotere luchtvervuiling verband met de vooralsnog duidelijk hogere oversterfte in Frankrijk. In de omgeving van Lyon bedroeg die 126 procent, in die van Parijs 107 procent. Ook blijkt het in bij voorbeeld Parijs op 10 en 11 augustus met 39 graden heter te zijn geweest dan in Rome, Madrid en Lissabon. Weerdeskundigen hebben tevens gewezen op de uitzonderlijk geringe afkoeling 's nachts.

    • Pieter Kottman