Kiezen tussen drie vrouwen

In een serie over heruitgegeven klassieken deze week `Schimmen aan de Hudson' van Isaac Bashevis Singer (Vertaald door Mea Flothuis, De Arbeiderspers, 569 blz. euro 17,95)

Magistrale overspelromans. Zo zou je Isaac Bashevis Singers Enemies. A love story en Shadows on the Hudson het best kunnen noemen. Wanhoop, hartstocht en vertwijfeling vechten er op iedere pagina om voorrang en ontnemen je iedere aandrang om je man of vrouw ooit te bedriegen.

Enemies verscheen in 1966 eerst als feuilleton in de jiddische krant Forwerts onder de titel Sonim, di Geshichte fun a Liebe. De Engelse vertaling in boekvorm volgde zes jaar later. In 1957 had dezelfde krant een vergelijkbare overspelroman van Singer afgedrukt: Shotns baym Hodson. Anders dan bij Enemies wilde Singer echter niet dat dit feuilleton in het Engels uitkwam. Dat gebeurde pas zeven jaar na zijn dood, in 1998. En zoals wel vaker bij postuum uitgegeven romans van grote schrijvers werd Shadows on the Hudson door critici alom uitgeroepen tot een meesterwerk.

Of dat laatste werkelijk zo is, betwijfel ik. Enemies vertelt in een veel korter bestek min of meer hetzelfde verhaal – van een man met drie vrouwen die maar niet kan kiezen – en zit als roman veel beter in elkaar. Shadows on the Hudson wekt daarentegen regelmatig de indruk dat Singer niet goed wist welke kant hij op moest met zijn overvloed aan personages. Desondanks is het boek, in soepel Nederlands vertaald als Schimmen aan de Hudson, een boeiende roman. In de eerste plaats dankzij Singers meeslepende manier van vertellen. Maar ook door de grote thema's die worden aangesneden: het dilemma van het kiezen tussen het orthodoxe jodendom en de assimilatie, tussen het oude en het nieuwe; het trauma van de holocaust; de nietigheid van de mens; het onbegrijpelijke van de betrokkenheid van joden bij de Stalin-terreur; en in verband met dat overspel natuurlijk het conflict tussen ratio en passie.

Je zou Schimmen aan de Hudson een natuurlijk vervolg kunnen noemen op Singers twee mooiste boeken, The Manor en The Estate. Deze romans spelen zich af aan het begin van de twintigste eeuw in Polen, als orthodoxe joden in toenemende mate assimileren en daardoor in conflict raken met de wereld van hun ouders. Assimilatie houdt dan nog een grote belofte in. Van die belofte is in Schimmen aan de Hudson niets meer over. De joden die Singer hier neerzet zijn getraumatiseerde vluchtelingen die vlak voor of direct na de oorlog naar Amerika zijn gekomen. Sommigen van hen zijn rijk geworden, anderen leven in het verleden en dromen van hun vermoorde vrouw en kinderen.

Het belangrijkste personage in Schimmen aan de Hudson is Hertz Grein, een voormalige talmoedgeleerde die een succesvolle effectenmakelaar op Wall Street is geworden. Hij heeft een vrouw, twee volwassen kinderen, een zwoele maîtresse, een mooie flat aan Central Park. Maar hij verveelt zich en kan het leven steeds minder goed aan. Grein slaat op hol als hij een verhouding krijgt met de eveneens getrouwde Anna, de hysterische dochter van zijn rijke vriend Boris Makaver.

Aan de hand van de gedachten van zijn personages behandelt Singer alle belangrijke levensvragen. Kan er een God bestaan na de moord op zes miljoen joden? Waartoe dienen in de huidige wereld de geboden uit de thora nog? Moet je je leven aan God wijden en afzien van alle aardse geneugten? Is een jood die niet in God gelooft nog wel een jood? Het zijn discussies over goed en kwaad zoals ze bij Spinoza en Sjestov worden gevoerd en die meer zijn dan alleen maar franje van een spannend verhaal.

Grein komt uiteindelijk tot het inzicht dat de wereld waarin hij leeft niet de zijne is. Zo denkt hij: `Wat was er met de joden gebeurd? Drieduizend jaar lang hadden ze afgoderij weerstaan, en nu opeens waren ze vooraanstaande producenten in Hollywood geworden, grote uitgevers van kranten, radicale communistenleiders. In Rusland hadden onbetekenende joodse schrijvers elkaar net zo lang aangegeven in naam van de revolutie, tot ze allemaal waren uitgeroeid.' En dat is nog maar het begin van zijn twijfels.

Op een gegeven moment koopt Grein een verlaten boerderij in New Hampshire, waar de wolkenformaties hem doen denken aan het Europa van zijn jeugd. Grein laat nu zijn baard en peies groeien, doet zijn gebedsriemen om en neemt aldus de uiterlijke tekenen aan die horen bij de `wereld van God', de enige wereld die er volgens hem nog toe doet.

Schimmen aan de Hudson laat ook zien hoe joodse vluchtelingen in Amerika kort na de oorlog hebben geleefd: met hun ene voet in het Europa van hun voorouders, met de andere in een wereld waarin alles om geld en succes draait. Om die tegenstelling te verduidelijken voert Singer een aantal komische bijfiguren op, van wie de vermakelijke, patserige miljonair Morris Plotkin je op zijn beste momenten doet denken aan de poenerige oom van Saul Bellows Augie March. Niet minder indrukwekkend is Anna Makavers ex-man Yasha Kotik, een afvallige communist die de Sovjet-Unie heeft ingeruild voor Broadway en daar furore maakt in het jiddische theater. Yasha Kotik komt ook in Enemies voor, als ex-man van de maîtresse van de hoofdpersoon, al is hij in dat boek minder uitgesponnen.

Aan het eind van Schimmen aan de Hudson vraagt Boris Makaver, verward door al het overspel in zijn omgeving, aan een rabbijn wat al dat gehol van de een naar de ander toch voor zin heeft. `Wat levert die waanzin op?' vraagt hij. De rabbijn antwoordt dan: `Passie bestaat...' Als Makaver vervolgens opmerkt dat die passie wel begrijpelijk moet zijn, zegt de rabbijn slechts: `Och...' En in dat ene woordje ligt al Singers eigen twijfel besloten over de redelijkheid van de menselijke geest. Niet voor niets hield Singer als jongeling op met zijn rabbijnenstudie om die onredelijkheid in zijn romans te kunnen beschrijven.

    • Michel Krielaars