Keerpunt 1965

Marcel van Eeden tekent de wereld van voor zijn geboortejaar. In tien jaar tijd maakte hij zo'n 2.400 tekeningen. ,,Al die tijd dat ik er niet was is belangrijker dan de korte tijdsspanne waarin ik er wel ben.''

Zacht, maar scherp klinkt haar ongenaakbare stem van een cd door de kamer. De dichteres Ida G.M. Gerhardt spreekt, op 8 november 1980, tot een Zutphens gehoor. Ze zal zo dadelijk haar gedicht Dolen en dromen voorlezen, maar eerst verwijst ze, in een uitvoerige inleiding, naar een jaarboekje over de stad Zutphen waar het publiek iets in kan opzoeken en zegt: ,,Maar dat kunt u nu niet doen, dat doet u maar retrograad.''

Beeldend kunstenaar Marcel van Eeden (1965) was net bezig met de voorbereidingen van zijn overzichtstentoonstelling in het Haagse GEM, het nieuwe Museum voor Actuele Kunst bij het Gemeentemuseum, toen hij de cd voor het eerst beluisterde. ,,Ik dacht: Retrograad, of retrograde, dat is een heel mooi woord, dat kom je niet meer tegen. Het betekent achteraf, teruggaand, in omgekeerde richting gaande, gericht op het verleden. Het is ook een gedicht dat je omgekeerd kunt lezen, van achteren naar voren. Het heeft op allerlei manieren met mijn werk te maken en daarom koos ik `Retrograde' als titel voor de tentoonstelling.''

Van Eedens expositie in het GEM beslaat slechts één zaal. In die ene zaal hangen niet minder dan zeshonderd tekeningen, in ordelijke rijen naast en boven elkaar. De volgorde is min of meer willekeurig. Er zijn abstracte en figuratieve tekeningen. Er is een eindeloze variatie in onderwerpen. Van Eeden tekende acht hamburgers met ketchup en ui. Een groep soldaten bij een kerstboom. Een Zwitsers chalet. Een bos anjers. Een operatiekamer. Een geparkeerde Volkswagen. Of vijf verticale strepen. De meeste tekeningen zijn zwart-wit, in talloze schakeringen, maar er zijn er ook enkele in kleur, zoals die van een moeder met kind bij het koelvak in een supermarkt. Sommige voorstellingen zijn scherp weergegeven, andere juist wat wazig.

Alles lijkt mogelijk in zijn tekeningen, maar zo is het niet. Ze zijn stuk voor stuk gebonden aan regels die Van Eeden zichzelf heeft opgelegd toen hij tien jaar geleden aan dit levenswerk begon. Met zijn tekeningen wil hij, onder de titel Encyclopedie van mijn dood, een reconstructie maken van zijn `hiervoormaals', de tijd waarin hij nog niet bestond, waarin hij nog `dood' was en de deeltjes waaruit hij later gevormd werd nog over de wereld verspreid waren. Elke tekening is dan ook gebaseerd op een foto van voor 1965, zijn geboortejaar, of op een tekst uit die tijd, want hij tekent ook teksten na. Hij kiest zijn voorbeelden uit oude boeken en tijdschriften. Hij verzint nooit iets. En hij houdt zich straf aan hetzelfde A4-formaat, of een veelvoud daarvan.

In totaal zijn er nu zo'n 2.400 tekeningen. Sinds hij twee jaar geleden een website begon waarop hij zijn werk publiceert, ligt ook het tempo vast: elke dag komt er een nieuwe tekening bij. En als het aan hem ligt zal dat de rest van zijn leven zo doorgaan.

De dag voor ik hem spreek tekende Marcel van Eeden een stemmig berglandschapje met sparren en rotsen. Hij vertelt dat hij net terug is van vakantie. Hij moest naar München omdat hij daar een expositie heeft en daarna ging hij met zijn vrouw en twee zoontjes in Beieren kamperen. Als hij niet in München had moeten zijn, was hij ook met vakantie naar Duitsland gegaan. Italië vindt hij meer iets voor meisjes: ,,De meeste meisjes die ik ken willen naar Italië. Duitsland heeft iets diepzinnigs, alleen al de kranten. Als je de Frankfurter Allgemeine openslaat staat er zomaar een essay van Sloterdijk in. Kom daar hier eens om. Ik zou wel in Berlijn willen wonen, ik denk dat je daar meer diepzinnigheid gewaarwordt, omdat het in de lucht zit, in de cultuur.''

Van zijn vakantie nam hij verschillende antiquarische boeken mee, zoals een Deutsches Handbuch für Fremdenverkehr uit de jaren vijftig waaruit hij het berglandschapje natekende. Van Eeden: ,,De tekeningen zijn niet alleen een terugblik op de wereld van voor mijn geboorte, maar ze vormen ook een soort dagboek. Als ik net van een vakantie in Beieren kom, teken ik het Beierse landschap en als ik me niet lekker voel dan maak ik een makkelijke tekening, dan krabbel ik wat na. Wat en hoe ik teken heeft te maken met mijn staat van dat moment. Ik sta mezelf ook wel wat vrijheden toe, ik ben niet klakkeloos realistisch aan het natekenen. Ik laat dingen weg, ik maak uitsnedes uit een foto en soms teken ik een foto na met krassen of alleen met stippen. De laatste tijd combineer ik ook wel eens plaatjes en teksten die niet bij elkaar horen, dan teken ik een soort collages. Of ik kies een foto en teken die dan zonder er nog naar te kijken, als een soort écriture automatique, zodat er in de tekening nauwelijks nog iets van die foto te herkennen is.''

Plastic kratten

Atelier is een groot woord voor de achterkamer in een Haags bovenhuis waarin Van Eeden elke avond, vaak tot diep in de nacht, zit te tekenen. 's Nachts, zegt hij, is het rustig en hoeft hij zijn kinderen niet van school te halen. Hij zit dan achter een klein, afgeladen bureau waar een computer, scanner, lessenaar en tekengerei nog net een plekje openlaten voor een vel papier. Om het bureau heerst een in de hand gehouden chaos van plastic kratten vol boeken en stapels tijdschriften – allemaal van voor 1965. Die grens is heilig. Niet alleen omdat dit zijn geboortejaar was, Van Eeden ziet 1965 ook als een keerpunt in onze cultuur, een scharnier naar een ander tijdperk.

Hij wijst naar de plank boven zijn bureau, waar een miniatuur staat van het Atomium, een bouwsel met de structuur van een ijzermolecule dat in 1958 op de wereldtentoonstelling in Brussel groot opzien baarde. Het futuristische bouwwerk van glanzende bollen en buizen heeft hij op verschillende manieren getekend. ,,Het Atomium was in 1958 een symbool voor de hoop, voor het geloof in de vooruitgang. Dat is in 1965 verdwenen. Er is toen van alles veranderd, alle instituties, de kerk, de oude gezagsverhoudingen, de normen en waarden stortten in.''

Van Eeden wil niet zeggen dat dit allemaal kwam doordat hij toen geboren werd, hij beseft dat het al te arrogant zou zijn om te denken dat de hele wereld om hem draait. ,,Maar'', zegt hij, ,,aan de andere kant kan ik toch niet ontkennen dat omstreeks 1965 alles op de helling ging. Ik heb het later in mijn leven ook wel meegemaakt, dat als ik op de proppen kwam alles misliep. In 1995 had ik een tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Kort daarna begon iedereen te klagen dat het Stedelijk ook niet meer is wat het geweest is. Ik ben nu gevraagd voor de jury van een bekende kunstprijs – ik mag niet zeggen welke, die jury is nog geheim – en ik weet zeker dat die prijs het daarna te verduren krijgt, dat er ineens kritiek komt dat die prijs niks meer voorstelt.''

Het Atomium is voor Van Eeden niet alleen een geliefd onderwerp omdat het zo'n typisch naoorlogs vooruitgangssymbool was, maar ook omdat hij moleculen en atomen `mooie dingen' vindt: ,,Atomen blijven altijd hetzelfde. Het intrigeert me dat de atomen waaruit je bent samengesteld er al die tijd dat je nog niet bestond al waren, dat ze toen uit elkaar lagen en dat dat na je dood weer zo zal zijn.''

Van Eeden ziet zijn tekeningen als `uitspraken': ,,Daarom zet ik ze op mijn website. Ik zeg er iets mee. Het zijn dagelijkse, als het goed is verrassende, uitspraken.'' Over zijn hiernamaals kan hij geen uitspraken doen, over zijn hiervoormaals wel – die tijd is immers gedocumenteerd. Hij heeft geen beginpunt afgebakend, geen ondergrens in de tijd. In principe komt alles van voor 1965 in aanmerking om te worden nagetekend. Maar meestal richt hij zich op het recente verleden, op afbeeldingen uit de negentiende en twintigste eeuw.

,,Ik teken vooral foto's na en die bestaan nog niet zo lang. En ik kies vaak dingen van kort voor mijn geboorte. Veel foto's hebben iets te maken met wat ik me herinner uit mijn allervroegste jeugd, dat is wat ik herken, dat zijn mijn wortels. Waarschijnlijk heb ik zoveel zonovergoten jaren vijftig-flats gekozen omdat ik zelf in zo'n soort nieuwbouwwijk ben opgegroeid.''

Op mijn vraag of hij zich die vervlogen tijd al tekenend wil eigen maken om zo zijn bestaansduur `retrograad' te verlengen, zegt hij: ,,Nee, dat geloof ik niet.'' Hij had ook niet eerder geboren willen worden, in een vroeger tijdperk willen leven: ,,Toen speelden er weer andere problemen dan nu, dat weet ik ook wel. Ik had nooit geboren moeten worden, zoals niemand ooit geboren had moeten worden. Het stond al in de Bijbel, heel Prediker gaat erover dat je beter nooit geboren had kunnen zijn – de ijdelheid, het vergeefse geploeter onder de zon. Waar het mij om gaat is dat al die tijd dat ik er niet was belangrijker is dan de korte tijdsspanne waarin ik er wel ben. Mijn tekeningen zijn meer een symbool voor wat, wie of waar ik was toen ik nog niet bestond.''

Enkele tekeningen bevatten verwijzingen naar de negentiende-eeuwse Duitse filosoof Arthur Schopenhauer, die het leven als één groot lijden zag. En toen Van Eeden naast zijn tekenlog een tweede website opende – een `digitaal plakboek' vol afbeeldingen, citaten en links naar tijdschriften en kunstbladen – noemde hij die site naar de Roemeense doemdenker E.M. Cioran (1911-1995). Vanwaar al die zwartgalligheid? Van Eeden, met lichte tegenzin: ,,Het zit in je. Ik vind dat negatieve mooi, omdat dat mij het meest ware lijkt. Toen ik die nieuwe site opende, een soort archief, waar ik alles instop wat me interesseert, had ik net Ciorans boek Geboren zijn is ongemak gelezen. Zijn nihilisme spreekt me aan. Cioran vond, net als Schopenhauer, zelfmoord ook geen oplossing. Je moet het hele levensrad stoppen, het steeds opnieuw groeien en geboren worden. Je kunt je afvragen waarom ik dan kinderen heb. Ja, dat vind ik leuk. Ik ben eigenlijk heel vrolijk. Ik heb het naar mijn zin. Ik denk dat Schopenhauer ook een vrolijk persoon was. Als je wat produceert in je leven, ben je sowieso niet depressief. Mijn werk gaat weliswaar over de dood, dat is het thema, de onderliggende draad, maar ik sta daar heus niet elke dag bij stil. Omdat het te erg is, moeten er lichtvoetige tekeningen bij en humor. Het moet voortdurend gerelativeerd. Anders wordt het bombastisch en ongeloofwaardig. Als ik zie hoe een tekening gaat worden, moet ik er vaak om lachen.''

Marcel van Eeden groeide op in Leidschendam, als enig kind. Zijn vader was vertegenwoordiger in tekenmachines – tekentafels voor architecten. Toen hij net voor zijn havo-eindexamen zat, overleed zijn vader. ,,Ik heb dat examen toch nog gehaald. Maar daarna had ik geen idee wat ik moest gaan doen.'' Het werd een studie Nederlands, vervolgens de sociale academie en daarna kunstgeschiedenis – alledrie hield hij niet meer dan een jaar vol. ,,Intussen zat ik te rommelen met gedichten en tekeningen. Mijn toenmalige vriendin – nu mijn vrouw – had de Haagse kunstacademie afgemaakt. Dat was voor mij een soort bolwerk, maar toen ik er door haar studenten leerde kennen, dacht ik: ik kan het ook wel proberen.'' Hij volgde van 1989 tot 1993 de avondacademie en werkte overdag aan de balie van een bibliotheek. Dat baantje heeft hij nooit helemaal opgegeven: ,,Ik doe het nog steeds, een dag per week, uit het idee dat het ineens weer slecht kan gaan, en met twee kinderen geeft dat werk toch een soort zekerheid.''

Omkeringen

Hij vertelt hoe hij op zijn vijftiende, bij een vriendinnetje, ineens geconfronteerd werd met kunst en literatuur en meteen wist: daar wil ik iets mee. Hij raakte gefascineerd door de gedichten van Gerrit Achterberg en vooral door het idee van de magische werking van kunst: ,,Zoals Achterberg in zijn gedichten een soort bezweringsformules schreef om zijn dode geliefde weer te laten opstaan, zo dacht ik de werkelijkheid te kunnen beïnvloeden door in mijn gedichten alles om te keren. Ik had altijd al iets met omkeringen. Ik schreef over Mussolini die op z'n kop werd opgehangen nadat hij vermoord was en over omkeermachines. Zo hoop je dat alles weer goed komt. Heel romantisch, maar dat ben je als puber.''

Na mijn opmerking dat het stelselmatig natekenen van zijn `hiervoormaals' ook iets magisch en bezwerends heeft, zegt hij: ,,Ja. Toen ik een jaar of twintig was, wilde ik de dingen op hun kop gaan schilderen, daar begon het mee. Maar dat had de Duitse schilder Baselitz al gedaan. Ik zocht dus naar andere omkeringen. Ik heb nog een tijdje zandlopertjes geschilderd, die moet je immers ook steeds omdraaien, maar dat was me te symbolisch. Toen kwam ik op een omgekeerde vorm van leven: het leven voor je eigen leven, dus een omkering in de tijd. Ik ging monochrome grijze doeken schilderen met op elk doek in grote cijfers een datum van voor mijn geboorte. Zo hoopte ik die data weer te laten ontstaan. Het kan natuurlijk niet, maar wel als idee. Ja, dat was de eerste poging om de tijd voor mijn bestaan te bezweren.''

Later, op de academie, liet dat idee van omkeringen in de tijd hem niet los. ,,Op een gegeven moment was ik bezig met het maken van linoleumsnedes. Ik ben een beetje manisch, als ik iets doe, doe ik alleen dat – dus ik was flink aan het doorslaan met die linosnedes. Maar daardoor leerde ik hoe je in zwart-wit door de licht- en schaduwwerking allerlei problemen kunt oplossen, hoe je bijvoorbeeld in een donkere omgeving over elkaar liggende takken kunt uitbeelden, hoe je het nachtelijke erin krijgt, het sprookjesachtige maanlicht. Dat zwart-wit boeide me steeds meer en toen iemand tegen me zei: `Waarom ga je niet lekker tekenen?' ging er een knopje om en wist ik ineens wat me te doen stond. Voor mijn eindexamenproject in 1993 begon ik de wereld van voor mijn geboorte na te tekenen.''

Schaduwen

Sindsdien tekent hij altijd met vet, zwart negro-potlood. Hij laat zien hoe er licht in de lijnen komt door minder hard op het potlood te drukken en vertelt hoe hij de techniek van het tekenen door de jaren heen beter leerde beheersen, hoe hij een toonverloop aanbrengt in zijn arceringen en hoe die toon naar de randen vaak donkerder wordt waardoor de blik van de kijker naar binnen wordt gezogen, naar het licht. ,,Als een tekening erg vol is, wordt het niet mooi als je alles scherp weergeeft, dan teken ik vaak een beetje impressionistisch, alleen de schaduwen. Als ik 's nachts zo rondloop door de foto die ik nateken, dan wordt het soms een droombeeld, een soort ideale plaats waar ik als een onzichtbare man rondloop zonder dat die mensen me zien. Dat je die anti-wereld gaat idealiseren, is wel een element van dit project. Maar ik teken ook genoeg scènes waar ik niet graag getuige van had willen zijn – steekpartijen, branden, dat is dan geen ideale wereld.''

Van Eeden confronteert zijn kijkers ook graag met raadsels, met moeilijk te duiden voorstellingen of bizarre woorden als `sinterklaasmelken'. ,,Ja, dat vind ik leuk. Maar niets is bedacht, het is allemaal gevonden materiaal. Sinterklaasmelken is een folkloristisch gebruik, iets met melkbussen. Ik houd van folklore omdat het vaak een magische bedoeling heeft, denk maar aan de paasvuren. En het heeft iets authentieks dat ik bijvoorbeeld ook herken in amateurkunst, in de schilderijen van outsiders als Willem van Genk. Het naschilderen en -tekenen is een typisch amateuristische outsider-bezigheid. Al mijn tekeningen zijn door mij gemaakt, maar tegelijk heb ik een soort personage geschapen: een outsider-kunstenaar die gelooft dat hij door al die tekeningen van een voorbije tijd naast elkaar te hangen, die tijd ook echt kan doen ontstaan, met een harde knal. Ik kan zelf geen outsider meer worden, ik ben te professioneel, maar door me zo'n personage in te denken, zo'n amateur, heb ik toch iets van dat outsider-gevoel.''

Zolang hij `nog elke dag een tekening wil maken', zal Marcel van Eeden verder werken aan zijn Encyclopedie van mijn dood. ,,Het is mijn woudlopershandboek. Ik wil tot het eind doorgaan, alles moet erin staan. Maar ik weet dat ik dat niet haal.''

`Retrograde'. T/m 28 sept in het GEM, Stadhouderslaan 43, Den Haag. Di t/m zo 14-22u. Galerie Maurits van de Laar, Herderstraat 6 in Den Haag exposeert van 7 sept t/m 5 okt tekeningen van Marcel van Eeden. Wo t/m za 12-18u. Tel. 070-3640151. De tekeningen worden dagelijks gepubliceerd op de website www.marcelvaneeden.nl. Zie ook: www.cioran63.com.