Ik schrijf het op mijn buik

In zijn romans en gedichten probeert Peter Verhelst het woord vlees te laten worden. ,,Ik zoek woorden om nooit meer een ander woord te hoeven gebruiken.''

`Mijn vader gaf les aan blinden. Hij bezat een ongelofelijk mooi boek met transparante plastic bladen waarop in reliëf het oog was afgebeeld. Deeltje per deeltje. Zenuw voor zenuw. Ik kon alles navoelen. Dat heeft me als kindje zeer geraakt. Ik wilde zoiets zelf kunnen maken en was altijd aan het tekenen. Ik ontwierp atlassen met nieuwe werelden en continenten. En anatomische constructies. Om het echt te leren ben ik op mijn vijftiende een tekenopleiding gaan volgen, maar al snel merkte ik dat ik niet goed genoeg was en ben ik gestopt. Ik dacht: ik zal het wel beschrijven.''

De ervaring met het voelbare oog leidde bij Peter Verhelst tot een preoccupatie die verder gaat dan plastisch willen schrijven. ,,Het fascineert mij hoe een schilderij, boefff!!, je lichaam overvalt. Beeld tout court, muziek: het dringt je lichaam binnen en verandert de samenstelling van je bloed. Woorden maken een omweg. Wat ik van mijn boeken wil, is die omweg laten verdwijnen. Ze moeten het lichaam van de lezer enteren, overnemen en een lijfelijk gevoel van sensatie teweegbrengen.''

Zijn pogingen het woord vlees te laten worden maken het werk van Verhelst (dichter, toneelschrijver, romancier) direct herkenbaar. Zijn exuberante stijl domineert zijn postapocalyptische roman Tongkat uit 1999, waarvoor hij in 2002 werd onderscheiden met de driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs voor Proza. De jury stelde dat hij `als geen ander het gezicht van de Vlaamse literatuur van de voorbijgaande jaren heeft bepaald'. In de novelle Memoires van een luipaard (2001) en de recent verschenen gedichtenbundel Alaska schrijft Verhelst zuiniger en transparanter, maar het effect van vervreemding is even groot als in zijn eerdere boeken.

Op een van de onzalig hete dagen van deze zomer loopt Verhelst (1962) in bermuda en op slippers, de brede torso gehuld in een gestreept bootsmanshirt. Dat hij zijn handen vol heeft aan een verhuizing naar vijftig meter verderop in de straat en dat hij zich in de dag van de afspraak heeft vergist, deert hem niet. Hij neemt de keukentafel af, waar de lunch van zijn kinderen nog staat, steekt op en begint te praten, zijn laconieke Vlaams peperend met knallende `fucks', `bullshits' en cartooneske kreten als `pffgrr' en `tsjieoe'.

Exploderen

Het dorp waar Verhelst woont bestaat uit weinig meer dan bebouwing langs een doorgaande weg. ,,Liever zou ik in Brussel wonen, maar de kinderen willen hier niet weg. Het voordeel is dat het dorp geen enkele prikkel geeft. Als ik in Brussel kom, explodeer ik gewoon. Ik word bestormd door indrukken en beelden. Het klinkt idioot, maar ik ben dwangmatig ontvankelijk. Schrijven is concentratie. Als je vrouw zwanger is, dan denk je dat iedereen zwanger is, omdat zwangere vrouwen je plots opvallen. Hetzelfde gebeurt als ik werk aan een boek. Alles wordt bruikbaar.''

Een opschrijfboekje is niet aan Verhelst besteed. ,,Ik heb een dictafoon, maar ik durf me er niet mee onder het publiek te begeven. Dus schrijf ik op mijn handen, en als ze vol zijn op mijn armen, of ik bel met mijn mobiele telefoon naar mijn eigen antwoordapparaat. In de tijd dat ik Tongkat schreef ben ik in de file eens doorgegaan tot op mijn buik. Helaas kon ik het 's avonds thuis niet ontcijferen.'' Zijn invallen onthouden lukt niet. ,,Vroeger dacht ik: wat je niet onthoudt is niet belangrijk, maar dat is niet waar.''

Eén manier om invallen op te wekken gaat volgens een vast procédé. Achterin Alaska staat dat `het gros van de teksten' werd geschreven `naar levend model' – zoals in de schilderkunst. Als modellen dienen danseressen, uit producties van de Vlaamse choreografen Wim Vanderkeybus, Anne Teresa de Keersmaeker en Jan Fabre. ,,Iemands verschijning kan overweldigend zijn. Ik wil de impact van een eerste ontmoeting, dat moment van totale sprakeloosheid, in woorden vatten en een zin schrijven die even indrukwekkend is als de persoon in kwestie. Daar ben ik nu al 24 jaar naar op zoek.''

Zit je met kladbok op je knieën te kijken?

,,Ja, het is debiel hoor. Bewegingen beschrijven heeft geen zin. Wat ik kan doen is de logica van een dansend lichaam, van beweging en tegenbeweging, in taal proberen om te zetten. Bij een beweging ontstaat een beeld in mijn hoofd en bij een tweede beweging verschuift de betekenis van dat beeld. Elke regel moet dus de betekenis van de vorige regel veranderen.''

Zo is `Hotelrooms' ontstaan, de eerste afdeling van Alaska: 21 lange strofeloze gedichten die één geheel lijken te vormen en waarin weinig meer gebeurt dan kijken; door ongedefinieerde mannen en vrouwen in kamers, op bedden, op terrassen, aan het zwembad. Een gedicht begint bijvoorbeeld zo: `je staat aan het raam als ze de kamer binnenkomt/ hoort hoe ze zich ontkleedt op bed/ plaatsneemt in een slaap/ die niets met jou te maken kan hebben/ zich aankleedt/ de kamer uitgaat/ zo moet het zijn/ (...).'

Ook de novelle Memoires van een luipaard, uit 2001, dat met Alaska een tweeluik vormt, gaat vooral over kijken. De hoofdpersoon is geobsedeerd door zijn geliefde. ,,Hij probeert haar lichaam op te zuigen en verzet zich tegen het feit dat zijn herinneringen verdampen. Als ze slaapt neemt hij haar op video op. Hij wil vastleggen, vastleggen, vastleggen.''

Verhelst herkent die manie en noemt het een gevolg van zijn taalfetisjisme. ,,Ik zoek voortdurend het ultieme beeld. Ik zoek woorden om nooit meer een ander woord te hoeven gebruiken.'' Dat moet een onmogelijk streven zijn. ,,Het is niet uit pretentie. Het gaat me om kleine dingen: een navel, een polsbuiging. Het is de verafgoding van de onwaarschijnlijke schoonheid van een lichaam.'' Soms denkt hij te slagen. ,,De voorbeelden zijn dom hoor. In Alaska beschrijf ik een mond als een vrucht die door een kus, pfjiet, wordt opengesneden. Ahh, ik hou van fruit hè. We hebben blauwe pruimen in de tuin en die zijn soms zo rijp dat ze openbarsten en hun vruchtvlees naar buiten glinstert. Dan denk ik, fuck man, dat is alsof iemand de mond opent om gekust te worden. Een ander voorbeeld: ik schrijf dat een druppel op een borst hetzelfde is als een contactlens die op je vinger ligt. Als ik dat teruglees denk ik: ja, dat wilde ik zeggen.''

Ondanks zijn verlangen tactiel te schrijven, is zijn werk gebed in verwijzingen naar mythes, bijbel, beeldende kunst, popmuziek, film en literatuur. ,,Het zintuiglijk schrijven is een stilistisch gegeven, al heeft het een inhoudelijke grondslag, want het is geen spelletje. Wat mij bezighoudt is een soort palimpsestgegeven: ik krab oude mythes schoon, als een koeienvel, en kleef er nieuwe teksten aan. Ik maak de mythes van mij, ik perverteer ze compleet, als een virus.''

Politiek statement

Voor Verhelst is het perverteren van mythes een politiek statement, zelfs morrelen aan de grondvesten van het kapitalisme. Hij wil graag schrijven over de samenleving, betoogt hij. Dat klinkt verrassend uit de mond van iemand die vanwege zijn stilistisch vuurwerk wel voor estheet wordt versleten. Collega Dirk van Bastelaere plaatst zijn eigen `ethisch postmodernisme' graag tegenover het `esthetisch postmodernisme' van Verhelst. ,,Als ik dat lees, denk ik: fuck off! Het is aanwijsbaar onjuist! In mijn werk krijgt de lezer voortdurend absolute systemen aangereikt die weer worden vernietigd. Ik geloof niet in ideologieën en de bijbehorende systemen en goeroes die verkondigen dat ze de oplossing hebben voor alle problemen. De wereld is zo onwaarschijnlijk complex dat er alleen voorlopige oplossingen zijn. Ik geloof in pragmatisch zijn. Ideologieën kunnen zeer mooi zijn, maar ze zijn nooit in staat hun zuiverheid te bewaren op het moment dat hun aanhangers aan de macht komen.

,,We zien nu wat de jaren zestig hebben opgeleverd. Een exces van het omgekeerde van wat men toen wilde. Door toedoen van dezelfde mensen trouwens. Maar goed. Dat exces laat ik zien: de open wonde. Maar ik ben geen dokter.''

Zijn neiging zo'n beetje alles – verhaallijnen, chronologie, waarheden – voortdurend op losse schroeven te zetten, geeft zijn werk onmiskenbaar postmoderne trekken. In Alaska zet hij bijvoorbeeld reeksen metaforen naast elkaar of begint hij eindeloos regels met `terwijl' – net zolang totdat begin en einde, oorzaak en gevolg onontwarbaar worden. Hij steekt graag de draak met `onze obsessieve betekeniswil'. ,,In mijn bundel Master stonden de gedichten alfabetisch, een zeer idiote rangschikking. We willen dat het leven zin heeft, zelfs als het afbreekt, dat er een causaal verband is, het liefst naar een voltooiing of een vervolmaking. Dat vind ik fantastisch. Ik ervaar dat als een zucht naar zuiverheid. In mijn boeken wordt dat verlangen naar zuiverheid en volmaaktheid zo excessief dat het een zelfvernietigend streven wordt.

,,Het klinkt melig, maar op het moment dat je kinderen krijgt, verandert je leven. Ik ben er nog altijd niet uit wat ik ze kan aanbieden. Er zijn geen algemene waarheden, er is alleen een soort universeel moreel besef.''

Het vele geweld in je boeken doet critici wel twijfelen aan je moreel besef.

,,Ik heb een enorm moreel besef. Maar ik heb ook het besef dat elke stelling die je tegenover geweld inneemt gebaseerd is op zelfbedrog en leugen. Men praat over `het monster Dutroux'. Allemaal onzin. Het kwaad is geen kracht buiten ons. Dutroux lijkt voor 99,99 procent op mij.''

Jij zult toch niet doen wat Dutroux heeft gedaan?

,,Ik heb geluk gehad, hij niet. Ik heb een moreel besef mogen ontwikkelen in een veilige omgeving. Iedereen kent het: je ziet een meisje lopen en denkt: man, zo mooi! In de kiem heeft dat iets seksueels, omdat je denkt: wat een mooi lichaam. Ik zet daar een rem op, omdat ik een meisje van tien niets aandoe. Ik ben niet zot. Maar ik erken dat de aanzet aanwezig is. In Tongkat staan passages waarvan ik me afvraag: moet dat? Voilà, het moet. Mensen weigeren in hun eigen stront te kijken. Dan denk ik: come on, snuif er maar eens aan.''

Herrijzenis

In 1996 kondigde hij de dood van de dichter Verhelst af. Na jarenlang in hoog tempo bundels te hebben gepubliceerd, besloot hij in Verhemelte zijn uiterste vorm te hebben gevonden. De dichter herrees, `zeer tegen mijn zin'. De aandrang kwam terug toen hij voor Memoires een doorlopende regel boven aan de bladzijdes bedacht. Die kopregel vormt het openingsgedicht van Alaska. ,,Soms heb ik de behoefte om ingedikte taal te schrijven, zinnen die veel in zich hebben. Het omgekeerde kan ook, zoals in `Chelsea Hotel', een gedicht van achttien pagina's dat alle kanten op springt.''

In `Chelsea Hotel' zit ook sarcasme, een gevoel voor humor...

,,Dat hoop ik toch wel.''

...waarvan in de rest van je oeuvre niet veel zichtbaar is. Je bent een ernstig schrijver.

,,Tuurlijk. Maar sommige passages zijn zo overdreven dat je ze niet anders kunt interpreteren dan als humor.''

Het is niet om te lachen als er weer eens lichaamsdelen worden afgesneden of vastvriezen.

,,Dat vind ik toch wel leuk. Het is ook mooi. Ik leg mezelf op altijd de dingen te verhevigen. Met het risico dat er verzadiging optreedt, waardoor alles als luide muziek klinkt. Ik hou ervan zo te schrijven dat de lezer zich traagheid moet opleggen, omdat het anders een brij in zijn hoofd wordt. Sommige van mijn lievelingsboeken zijn ook zo geschreven, zoals Gravity's Rainbow van Thomas Pynchon. Een briljant schrijver, maar meer dan één bladzijde per keer? Ik snap niet dat mensen het kunnen.

,,Over mijn werk hoor ik vaak: het zit zo vol. Een boek moet je blijkbaar in één ruk kunnen uitlezen. Voor mij is dat een exces van het kapitalisme. Mensen eisen voortdurend: ik wil het nú hebben! Nou, je kunt het niet hebben. En ik heb het zo gemaakt dat je er godverdomme lang over zult doen! Of dat een kwaliteit is of niet, dat is een andere zaak. Maar de extreme vorm van mijn werk gaat in tegen de gemakzucht die wil dat je alles moet kunnen bevatten. Fuck it, je mag het niet bevatten!

,,Vandaar dat mensen mij opbellen: `Ik heb uw boek verbrand', of `Ik schop uw boek tegen de muur'. Echt waar. Ik ontmoet mensen die met schuim rond de mond tegen me zeggen: `Jongen, wat is dat voor walgelijks, die boeken van jou'. Of omgekeerd: een student aan een universiteit die doorsloeg en tijdens een college vertelde: ik heb het licht gezien, ik heb Tongkat gelezen. Maar die zit nu in een dwangbuis, hoor.''

Om het raadsel te vergroten permitteert Verhelst zich in Alaska ongebruikelijke middelen, zoals spiegelbeeldig geplaatste morsetekens. ,,Ach, een mens moet zich amuseren. Iedereen heeft internet. Tik morse in bij Google en je kunt het lezen.'' In de bundel De boom N (1994) markeerde hij gedichten met brailletekens. ,,Het is hetzelfde als het gebruik van Latijn, een dode taal. In Alaska ben ik ook, en ik heb het mezelf zeer kwalijk genomen, woorden gaan doorstrepen. Ik haat het. Het is zo arty.''

In Tongkat streep je al woorden door. Waarom het dan herhalen?

,,Omdat ik bij het schrijven van die gedichten niet over de woorden beschik om in taal te gieten wat ik zeggen wil. Het is voor mij het zuiverste bewijs van het failliet van het boek. Het is de absolute wil om te verdwijnen. Ik probeer mijzelf door te krassen.''

Voor Verhelst staat de titel van de bundel, Alaska, voor het verlangen te verdwijnen, niets te zijn, en het verlangen naar zuiverheid. Het is het verlangen van een zenboeddhist. Evengoed vallen er verwijzingen naar de mystiek te onderscheiden. Al in Tongkat gebruikte hij diverse passages uit het werk van mysticus Johannes van het Kruis. ,,Als ik dood ga, hoop ik te kunnen glimlachen en zeggen: het was niet slecht. Onthecht glimlachen, zoals zenboeddhisten. Niet steriel, maar alle positieve en negatieve dingen aanvaardend. Eigenlijk is Alaska het relaas van een man die veertig is geworden, zich vragen begint te stellen en kruipt door een modderbad van zelfvernietiging in de hoop die glimlach te kunnen bereiken.''

Waarom moet dat via zelfvernietiging?

,,Het probleem met wat ik schrijf is dat het altijd escaleert tot een suïcidaal moment. Voor mij is het een conceptueel gegeven. Elk systeem is een labiel systeem. Elk concept bereikt een punt waarop het kapot moet worden gemaakt. Het zet de boel in beweging en maakt ruimte voor nieuwe dingen.''

Geloof je eigenlijk wel in mystiek en zenboeddhisme?

,,Ik wou godverdomme dat ik het kon. Maar ik ben zo westers als wat. Het lukt me niet, dus lach ik er bij. Mystici interesseren me wel ontzettend. Ik was jong toen ik Hadewijch las, het was een van de boeken van mijn vader. Zij schrijft zeer erotisch over een soort zelfverlies waarin ze opgaat in het goddelijke. Ik dacht: wat een gelukzak, ik ben zo jaloers. Dat wil ik ook. Tegelijk denkt iemand in mij: fuck you. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat het geen zin heeft erin te geloven, maar'' (en hier zet Verhelst baldadig een piepstemmetje op) ,,je moet wachten tot je op de proef wordt gesteld.

,,Nog enkele jaren geduld: ik zal het je vanaf mijn sterfbed mailen.''

De boeken van Peter Verhelst verschijnen bij uitgeverij Prometheus. Hij schreef ook de teksten van `Sonic Boom' en `Het Sprookjesbordeel', te zien op het Theaterfestival.