`Hiervoor stap je toch godsamme niet naar de Ondernemingskamer'

Dance-ondernemer Duncan Stutterheim en creatief brein Frenkel Frank staan tegenover elkaar bij de Ondernemingskamer. De rechter vindt dat partijen bezig zijn met zwaardvechten op modder. Fluks aanvaarden ze zijn arbitragevoorstel.

,,Dit is een klassiek geval van een meerderheidsaandeelhouder die zijn eigen belang dient en niet het belang van de minderheidsaandeelhouder. Het is een zaak van een grootaandeelhouder die alle statutaire en wettelijke regels aan zijn laars lapt.''

Zo begon advocaat H.J. de Kluiver zijn pleidooi voor de Ondernemingskamer namens zijn cliënt B. Frenkel Frank, die via Starfish & Coffee minderheidsaandeelhouder is van het Amsterdamse restaurant Mme. Jeanette en strandtent Bloomingdale in Bloemendaal. Frenkel Frank dagvaardde Duncan Stutterheim – grootaandeelhouder van beide bedrijven, oprichter van dance-organisator ID&T en grote afwezige tijdens de rechtszaak – en verzocht de Ondernemingskamer beleid en gang van zaken van de drie ondernemingen te onderzoeken.

Voor het hof schetste De Kluiver een deel van de geschiedenis van creatief brein Frenkel Frank en rasondernemer Stutterheim. Nadat de twee aanvankelijk zeer succesvol zijn met de hippe eettent Mme. Jeanette en strandtent Bloomingdale, ontstaat in november 2002 onenigheid over de financiële koers van de bedrijven.In een aandeelhoudersvergadering worden de nieuwe ideeën daaromtrent nader uitgewerkt, maar Frenkel Frank wordt daar volgens De Kluiver niet voor uitgenodigd.

Frenkel Frank is dan al enige tijd verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van Mme. Jeanette en heeft met Bloomingdale nauwelijks nog iets te maken. Wanneer hij over de financiële situatie van Bloomingdale en Mme. Jeanette steeds minder te horen krijgt, terwijl hij toch 20 procent van de aandelen bezit, doet hij navraag. Keer op keer loopt hij tegen dichte deuren, aldus zijn advocaat.

In maart 2003 wordt Frenkel Frank ontslagen als bedrijfsleider van Mme. Jeanette. De partijen doen verschillende pogingen om een prijs overeen te komen voor zijn aandelen, maar slagen daar niet in. Tussen 1999 en nu zijn er volgens De Kluiver ,,merkwaardige'' dingen gebeurd. Zo zou zonder medeweten van Frenkel Frank het meerderheidsaandeel van ID&T zijn overgedragen aan een hoger in het concern gelegen vennootschap, zijn jaarcijfers niet of structureel te laat aan zijn cliënt verstrekt, en is Frenkel Frank onder druk gezet om zijn aandelen voor een heel laag bod aan Stutterheim te verkopen. Bovendien zou een lening aan Stutterheim van zijn vader van een miljoen euro zonder overleg met Frenkel Frank naar holdingniveau zijn getild, terwijl hem was verteld dat met de lening de financiële structuur van Mme. Jeanette zou worden versterkt.

Advocaat Stibbe van de verwerende partij luisterde geduldig naar het pleidooi van De Kluiver, om het vervolgens op alle punten tegen te spreken. Dat Frenkel Frank niet aanwezig zou zijn geweest bij de cruciale aandeelhoudersvergadering, trachtte Stibbe te weerleggen door een besluit te tonen dat Frenkel Frank zelf had getekend, gedateerd op de dag van de bewuste vergadering. Van een nieuwe financiële koers was geen sprake, en ID&T had juist altijd de gevraagde medewerking verleend. Frenkel Frank was bovendien door niemand onder druk gezet. En die late jaarrekeningen? Welk bedrijf had nou altijd precies op tijd zijn jaarrekening

klaar? Naarmate zijn pleidooi vorderde wond Stibbe zich meer en meer op.

,,U komt met allemaal suggestieve verhalen en veel van uw vragen hoor ik vandaag voor het eerst'', zei hij tegen De Kluiver.

Voorzitter J. Willems vond in het dossier slechts aanwijzingen die wezen op een zeer coöperatieve opstelling van ID&T. En die jaarrekeningen? Rechter De Boer volgde het standpunt van Stibbe: ,,Hoeveel van uw eigen cliënten leveren hun jaarrekeningen nou op tijd in?'' vroeg hij op bitse toon aan De Kluiver. Verbaasd keken De Kluiver en zijn cliënt elkaar aan. Vanaf dat moment spitste de zaak zich volledig toe op de omhooggeschoven lening.

Na wat getouwtrek over de al dan niet nadelige gevolgen van het omhoogtillen ervan naar holdingniveau voor Frenkel Frank gooide rechter De Boer zijn hoofd in de nek, zuchtte en pufte luid en barstte toen los tegen De Kluiver. ,,Mijnheer De Kluiver, we zitten hier nu twee uur en nu pas komt u toe aan de relevante details. En u kunt ons niet eens uitleggen wat het nadeel is van het omhoogtillen van die lening voor uw cliënt. Het is ons aller niveau onwaardig'', brieste hij. ,,Voor zo'n conflict hoef je toch godsamme niet naar de Ondernemingskamer. Dat los je onderling op.'' Stibbe knikte instemmend.

De Kluiver, zichtbaar verbaasd door de uitspatting van De Boer, deed nog een aantal pogingen, maar kon noch Stibbe, noch de Ondernemingskamer overtuigen. Uiteindelijk deed Willems een voorstel. ,,Waarom laten jullie niet door een onafhankelijke derde en op kosten van de vennootschap de waarde bepalen van de bedrijven en de aandelen van Frenkel Frank?'' vroeg hij. ,,Wat u nu doet is zwaardvechten op modder. Met zo'n rapport in de hand kunt u wat ordelijker en netter zwaardvechten.'' Alsof er niet net twee uur heftig gediscussieerd was, waren de partijen het eens. Het voorstel van Willems werd door beide partijen aanvaard.

De Ondernemingskamer wees in een voorlopige beschikking J. Lindenaar, registeraccountant te Hilversum, aan om de waarde te bepalen van ID&T Bars en Restaurants. Hoewel het enquêteverzoek van Frenkel Frank wordt aangehouden ziet Stibbe met de voorlopige beschikking een einde aan de zaak. ,,Mij zie je voor deze zaak niet meer terug bij de Ondernemingskamer.''

In Het Geding komen juridische geschillen in het bedrijfsleven aan bod. Reacties naar hetgeding@nrc.nl.