Het broze illusionisme

Wie zijn fotoportret ziet zou denken dat hij hoogleraar is of een rentenierende grootgrondbezitter. Maar een beeldend kunstenaar? Nee, dat niet. En toch heeft de Brit Howard Hodgkin (1932) talloze prijzen in de wacht gesleept. Zijn werk komt vooral in Amerika voor vermogens onder de veilinghamer en hij werd in zijn vaderland om zijn verdiensten in de adelstand verheven. Noem zijn naam in kunstminnende kringen in Nederland en er gaat maar zelden een lampje branden.

Howard Hodgkin haat schilderen, maar hij schilderde wel de sterren van de hemel. Hij heet een abstract-expressionist, die met een brede kwast, met weinig tekens maar vooral met kleur vormgeeft aan een `broos illusionisme', zoals hij het zelf noemt. Daarnaast maakte hij grafiek, aanvankelijk behoedzaam, wat houterig; later kwamen de litho's en etsen in hun trefzekere elegantie dicht in de buurt van zijn schilderijen. Die ontwikkeling komt naar voren uit de meer dan tweehonderd reproducties in de net verschenen catalogue raisonné van zijn prenten, en uit een kleiner boek met de afbeeldingen van de grotere, bijna wellustig-abstracte schilderijen die Hodgkin de afgelopen vijftien jaar maakte.

Hodgkin wil graag een `classic painter' heten, en dat is hij ook. Een estheet, die in splendid isolation net zo lang laag-over-laag en nat-in-nat doorgaat op zijn houten panelen (`wood doesn't fight back') tot uiterlijke en innerlijke herinneringen – regen in Italië, de dood van een vriend, een bezoek aan het Museum of Modern Art in New York – precies raken aan het atmosferische bezinksel uit zijn geheugen. De impulsieve beweeglijkheid waarmee hij in strepen en stippen vooral de intimiteit van die herinneringen weet te suggeren, lijkt op een fijnzinnig soort karate. Maar nogmaals, een karate-in-very-slow motion, want er gaan maanden overheen voordat dat ongrijpbare sensuele effect is bereikt.

Grafiek vergt in vergelijking met schilderkunst meer planning, meer technische kennis en samenwerking met anderen. Een volstrekt ander métier, volgens Hodgkin. In de zorgvuldig uitgegeven catalogue raisonné reconstrueert de Nederlandse kunsthistorica Liesbeth Heenk zijn grafische ontwikkeling tot in de finesses. Van de eerste lithografische experimenten en het handmatig inkleuren van etsdrukken via de wereldwijd verspreide drukkers die onontbeerlijk blijken, tot en met de grotere mate van sensualiteit die zijn werk bereikt als Hodgkin na een ernstige ziekte en een scheiding toegeeft aan zijn homoseksuele geaardheid. Een proces van ruim dertig jaar dat vooral exact illustreert hoe diens prenten zijn wonderbaarlijk mooie schilderijen bijna gaan evenaren.

De kunstenaar zelf betreurt de toenadering van die twee technieken, zo vertelde hij Heenk. Beide zijn weliswaar net zo complex, maar in een schilderij `kan ik méér zeggen'. Prenten moeten zo onpersoonlijk mogelijk zijn, vindt Hodgkin, `to get away from self expression'. En net als aan schilderen heeft hij ook aan grafiek maken een pesthekel. Godzijdank is daar in zijn werk geen spoor van terug te vinden.

Liesbeth Heenk: Howard Hodgkin Prints. A catalogue raisonné. Met een introductie van Nan Rosenthal. Thames & Hudson, 240 blz. €98,50

Richard Kendall en Robert Rosenblum: Howard Hodgkin. Large Paintings 1984-2002. National Galleries of Scotland, 72 blz. €28,95