Goudkoorts in buitengewest

Rose Tremains Music and Silence was de meest speelse en scherpziende, de hardste en zachtmoedigste roman van 1999 en omringende jaren. Het zou veel lezers best bevallen als zij er een vervolg op had geschreven, weer over Denemarken in de zeventiende eeuw, met Koning Christiaan IV en zijn tweede vrouw Kirsten Munk in de hoofdrollen, en met dezelfde grote en kleine bijrollen.

Misschien zou het teveel van het goede zijn geworden, dezelfde kastelen van Rosenborg en Frederiksborg, en de Sont en Jutland, het groene landschap en de ijzige winters, de consequente karakters en de muziek van luit en viool op de achtergrond. In ieder geval is dat niet gebeurd. De schrijfster had deze keer een ander landschap voor ogen, met karakters die zij heel anders opvat.

Het landschap wordt gevormd door twee kuststroken van het Zuid Eiland van Nieuw-Zeeland en de bergen ertussen, en de tijd is het midden van de jaren zestig van de negentiende eeuw. Joseph Blackstone is er uit Engeland aangekomen met zijn jonge vrouw die hem weinig zegt en zijn moeder die zich tekortgedaan voelt. Hij hoopt een eindje buiten Christchurch een nieuw bestaan op te bouwen als boer. Maar dat lukt hem niet goed; na een paar jaar heeft hij er genoeg van en besluit met voorlopige achterlating van vrouw en moeder mee te doen aan de gold rush die intussen is uitgebroken aan de andere kant van het eiland: aan de westkust, waar enkele delvers al fortuin gemaakt lijken te hebben. `The colour' is hun term voor het goud.

De achterlating van vrouw en moeder in de kwakkelende boerderij maakt geen aardige indruk op de lezer. Blackstone is een saaie, onprettige man, daar geeft hij verdere blijken van wanneer hij na een ruwe zeereis om de noordpunt van het eiland ploetert op het kleine terreintje waarvoor hij een vergunning heeft. De lezer vindt aangenamer gezelschap op de boerderij, al loopt het daar ook slecht af: de moeder sterft, een storm vernielt het huis en de jonge vrouw Harriet moet maar zien hoe zij zich redt.

Het enige wat Harriet kan doen is haar echtgenoot volgen naar het goudzoekersplaatsje Hokitika. Zij verwacht weinig van hun ontmoeting, en er is inderdaad geen plezier aan te beleven. Gelukkig vindt zij een minnaar die haar een tijdje bezighoudt, een Chinees die groenten verbouwt om aan de goudzoekers te verkopen en met wat geld op zak naar zijn familie in Zuid-China hoopt terug te keren. Al is deze Pao Yi een buitenstaander, de schrijfster besteedt ruime aandacht aan zijn karakter, zijn liefdeskunst en zijn herinneringen. Hij steekt als een kleurrijker figuur af tegen de Engelse hoofdpersonen. Zo onderscheidt zich ook het kindermeisje Pare dat bij een ander Engels gezin werkte. Na een domme fout is ze daar weggebleven en zwerft nu door de bergen, gekweld door goden en berggeesten. Ook over haar weet Tremain veel te vertellen, alsof de Maori verbeeldingswereld haar even vertrouwd is als de Engelse.

Het is indrukwekkend om te zien hoeveel zich aftekent om het verhaal heen. Tientallen kleinere bijfiguren komen en gaan, minder exotisch dan de Chinees en de Maori, sommigen even in het leven van de Blackstones gemengd, anderen op de achtergrond als kolonialen of goudzoekers. Weinigen van hen zullen in de herinnering van de lezer voortleven. Waar het meeste van blijft hangen is Nieuw-Zeeland zelf, het eiland, het klimaat en de zee er omheen. De tamelijk vriendelijke groene heuvels waar Harriet op haar paard doorheen trekt als zij een bevriend echtpaar gaat opzoeken worden in de winter geteisterd door sneeuwstormen en overstromingen. Dat de reis naar de westkust over zee gemaakt moet worden is omdat alleen waaghalzen, waarvan wij er ook een paar ontmoeten, het over de bergrug langs de ravijnen durven te proberen. De zee-engte tussen de eilanden waar het scheepje Wallabi de goudzoekers door meeneemt, lijkt een verkleinde versie van Straat Magelhaes. Het voorgebergte bij Hokitika waar zij afgezet worden is alweer een wildernis waar zij worden bedreigd door vernietigende overstromingen.

De indrukken van het onbehouwen buitengewest dat Nieuw-Zeeland honderdveertig jaar geleden was zullen meer herinnering nalaten dan de mensen die wij er leren kennen. Dat die geen bijzondere kwaliteiten hebben geeft niet, dat is toelaatbaar voor romanfiguren. Minder aanvaardbaar is dat de schrijfster zelf zelden plezier toont in de manier waarop zij zich door het leven slaan. Het verbazende van Music and Silence was hoe personen die niet boven het gemiddelde uitstaken oplichtten en kleur kregen in de Tremainse visie. Zoiets gebeurt hier helaas niet.

Rose Tremain: The Colour.

Chatto & Windus, 360 blz. €26,50