Funken op de duduk

Sezen Aksu was de eerste Turkse popmuzikante die haar eigen liedjes schreef èn uitvoerde. Ze maakte meer dan twintig cd's, maar in Nederland is haar muziek nauwelijks verkrijgbaar.

Een jaar of twintig geleden, het kabelnet was net aangelegd, kwam Sezen Aksu op een druilerige zaterdagmiddag onverwachts via de Turkse satellietzender de Nederlandse huiskamers binnen. Met een stem die zowel rauw als warm klonk, kwetsbaar en toch sterk. En een beetje hees: Amalia Rodriguez met ballen. Op muziek die zowel rockte van de elektrische gitaren als door zijn oosterse melodielijnen verhaalde van weemoed en verlangen, muziek die beelden opriep van de exotische wereld van Topkapi, en sluierdansen in het paleis van de sultan. Soul, maar dan met oriëntaalse middelen. Het maakte een onuitwisbare indruk.

In al die jaren ben ik haar nooit vergeten, maar tot voor kort heb ik haar na die ene keer nooit meer gehoord. Dat ik niet de enige was die door haar stem gegrepen werd, bewijzen de roem en de status die zij in twee decennia in haar vaderland Turkije heeft vergaard. Die roem is op veel meer gebaseerd dan alleen haar kwaliteiten als liedjesschrijver en hitzangeres. Aksu's invloed in eigen land reikt verder dan die van Madonna in de Verenigde Staten: ze is feministe, milieuactiviste, mannenverslindster en politiek geëngageerd – in een land als Turkije, waar 99 procent van de bevolking moslim is, toch zaken van een andere orde dan in het westen.

Midden jaren zeventig was Sezen Aksu (1954) de eerste Turkse die haar eigen liedjes schreef en op een podium uitvoerde. Ze maakte sindsdien een stuk of twintig cd's, en veranderde even vaak van uiterlijk als van muzikale richting. Ze speelde in films en musicals, was inspirator van en drijvende kracht achter de successen van andere Turkse sterren als Askin Nur Yengi, die evenals Eurovisie Songfestivalwinnares Sertab Erener ooit achtergrondzangeres bij Aksu was. Vorig jaar nog gaf ze op 30 augustus, in Turkije de dag waarop de overwinning in 1922 van Atatürk op de Griekse bezettingsmacht wordt gevierd, een openluchtconcert in het klassieke amfitheater van Efese. Daar zong zij voor een kleine twintigduizend bezoekers liederen in het Koerdisch en Turks.

Tot voor kort was het in het openbaar uitvoeren van Koerdische muziek streng verboden in Turkije. Dat het in 2002 eindelijk wel kon, kwam doordat het Turkse parlement, na Europese druk, knarsetandend akkoord was gegaan met voorstellen die de Koerden meer culturele vrijheden moeten toestaan. Het concert bleek toch nog tegen het zere been te schoppen van ten minste één parlementslid van de regeringspartij MHP, die de diva beschuldigde van `separatistische propaganda'. Behalve door haar uitbundige levensstijl is Sezen, als kind van Koerdische ouders, in rechtse kringen sowieso al verdacht.

Rockchick

Het was dan ook een klein wonder dat Sezen Aksu begin jaren tachtig op de staatszender TRT te zien was. De muzikale programma's op die zender blonken in die tijd, nog meer dan nu, voornamelijk uit door saaiheid. Er traden veelal artiesten op die van staatswege waren goedgekeurd. Dat betekende dat alles wat niet `zuiver Turks' klonk, niet door de beugel kon. Die betutteling is nu minder sterk, maar nog steeds brengt de zender vooral verpletterend vervelende muziek, uitgevoerd door in pak gestoken heren die, gezien de afwezige blik in hun ogen, alles, hoe virtuoos soms ook, op de automatische piloot lijken te spelen. Geen wonder dat onder platenhandelaren en andere kaaskoppen hier de overtuiging heeft postgevat dat die Tarkan weliswaar een aardig hitje had, maar dat de Turken verder qua popmuziek nog in de Middeleeuwen leven.

Maar loop eens een Turkse videotheek binnen, in Amsterdam bijvoorbeeld bij Hekmet in de Kinkerstraat. Daar zijn behalve videofilms ook veel Turkse popplaten, waaronder die van Sezen Aksu, te krijgen. Eigenaar Yilmaz Hekmet is niet te beroerd de ene na de andere plaat in de cd-speler te stoppen om zijn autochtone klant te laten kennismaken met hier onbekende sterren als Tarik Tufekçi, Erkan Oˇgur of Rober Hatema. En natuurlijk met Sezen Aksu. Haar twee laatste cd's Deliveren en Sarki Söylemek Lazim laten een zangeres horen die in niets meer doet denken aan de rockchick van het tv-optreden van twintig jaar geleden. Een paar van haar verzamel-cd's uit die tijd, Klasikler en Ikinci Bahar, stellen trouwens met hun vlakke popdeuntjes flink teleur, en doen even vrezen dat de charme van destijds op verstandsverbijstering moet zijn gebaseerd.

De recente platen daarentegen laten een gerijpte zangeres horen, warm en nog steeds wat hees, een grande dame die moeiteloos chansons afwisselt met feestpop. Wat vooral opvalt zijn de volstrekt natuurlijk klinkende combinaties van moderne synthesizers, computerbeats en funkgitaren met traditionele instrumenten als ud en duduk. Zoals in `Nihayet' van het album Sarki, waar bedeesd smachtende violen worden afgewisseld met een geprononceerde maar ontspannen beat, of in `Dansöz Dünya', waar een rustige ud en virtuoos bespeelde handtrommels de luisteraar in een handomdraai van pastorale weide naar een nachtelijk danshol voeren, en weer terug. Qua opbouw doen haar platen wat onevenwichtig aan door de afwisseling van nogal platte feestnummers met het betere rustige werk. Maar een grandioos nummer als `Sari Odalar' (op Deliveren), waarin ud en klarinet meeslepend om de beat zwieren, maakt veel goed.

Sezen Aksu is natuurlijk niet de enige Turkse muzikant die erin slaagt om pop met etnische tradities te mengen. Of omgekeerd, want de vraag of dit nu popmuziek is met oorspronkelijke accenten of volksmuziek met rockelementen, is niet te beantwoorden – gelukkig. Tarkans laatste cd Karma, opgenomen in studio's in Amerika, Frankrijk en Turkije, staat ook weer vol met nummers waarmee de zanger weigert te veel concessies te doen aan de westerse smaak. In Nederland is het onvoorstelbaar dat de muziek van onze grootouders iets zou kunnen toevoegen aan een moderne pop-cd, maar `Yandum', of `Hüp' met zijn in onze oren `ouderwetse' vioolorkestje en vervormde ud, laten horen hoe organisch en goed die combinaties kunnen zijn. Vergeleken daarmee is Nederlandse pop muzikaal gesproken pure armoe.

Nederpop

Een paar maanden geleden werd World of Hurt, het debuutalbum van Ilse DeLange uit 1998, uitgekozen tot Beste Nederpopalbum Aller Tijden. Inderdaad, DeLange schreef mee aan vier nummers op die plaat en ja, ze is geboren en getogen in Almelo. Maar World of Hurt is een Amerikaanse plaat: geschreven, gespeeld en opgenomen door Amerikanen, in Nashville, met de beste studiomuzikanten die daar te huur zijn. World of Hurt is zo'n goede plaat (en Livin' On Love nog beter) omdat hij zo Amerikaans klinkt. Je kunt gelukkig aan niets horen dat het een Nederlands werk is.

Nederland bestaat helemaal niet in de popmuziek. Afgezien van de Nederlandse taal zit er niets in dat als typisch Nederlands herkenbaar is. Ook bands als Skik en Rowwen Hèze laten zich voornamelijk beïnvloeden door muziek die in de gebieden ten westen van ons land geproduceerd wordt. Echte Nederlandse muziek wordt uitsluitend beoefend in een reservaat voor volksmuziek waaruit ontsnappen onmogelijk lijkt. En de bewoners van het popreservaat negeren de volksmuzikanten. Preciezer: autochtone Nederlandse bands doen dat. Een paar maanden geleden nog lazen we in deze bijlage hoe van oorsprong Kaapverdische muzikanten uit Rotterdam roem oogsten in Angola. `Surinaamse' groepen husselen hier al tientallen jaren hun muziek met rock en jazz door elkaar; Nederlandse Marokkanen en Turken doen hetzelfde, of luisteren naar popmuziek uit hun moederland.

Go east, zou je onze Ilse, André, Marco, Anouk, Huub en al die andere vaderlandse popartiesten willen toeroepen. Speel eens leentjebuur bij onze Turkse landgenoten in plaats van die eeuwige Engelse en Amerikaanse citaten te gebruiken. Als de platen van Sezen Aksu zelfs in Amerika worden uitgebracht en daar op de hitlijst terechtkomen, dan heeft haar muziek kennelijk iets universeels. Maar in de grote platenzaken van Amsterdam, een stad waar de helft van de jeugd buitenlandse wortels heeft, staan in de bak `Turkije' slechts een paar platen met traditionele volksmuziek, en de laatste plaat van Tarkan, een van de weinige niet-westerse popsterren die hier een hit hadden. Van Sezen Aksu, de beroemdste zangeres van dat land, de auteur van Tarkans hit Simarik, de `koningin van de Turkse pop', de `Madonna van Turkije', is niets te vinden.

Datzelfde geldt voor al die andere talenten. Want behalve in Turkije wordt er op zoveel andere plekken in het oosten fantastische muziek uitgevonden: we kennen Natacha Atlas al, die lounge mixt met Egyptische shaabi, rap en tsifteteli-beats met funk. En er bestaat een levendige oriëntaalse loungescene met bedwelmende zangeressen als Rania Gosen en Julia Boutros, en nachtclub-crooners als Khalid Al Shaikh. Mercan Dede (onlangs nog hier op het Roots Festival) mengt soefi-muziek met trance – dat zou ik wel eens op dance-zender ID&T Radio willen horen. Maar de eigenaar daarvan heeft al laten weten dat het enige doel van zijn zender het verdienen van geld is, en dat die dus niet vóór maar alleen achter de trends blijft aandansen.

En dan hebben we het nog niet gehad over popmuziek uit Libanon, Israël, Egypte, enzovoort, enzoverder.

    • Bart Jippes