Blauwalg

We mogen weer zwemmen in de Sloterpas van Amsterdam. De blauwalg bedreigt daar niet langer ons aller leven. Hoe het in andere plassen en binnenwateren zit, weet ik niet, maar ik vermoed dat het giftige monster ook daar bezweken is. Jammer alleen dat de hoogzomer er nu bijna opzit.

De blauwalgambtenaar heeft zijn zin.

Wie dat is? Dat is één man die, net als de blauwalg zelf, merkwaardig genoeg niet in een blauw, maar in een groen uniform gehuld is. Toen de zomer ondraaglijk heet begon te worden, stapte de blauwalgambtenaar bij zijn Haagse departement in zijn afgereden autootje om ons overal in het land via waarschuwingsbordjes ieder zwemplezier in het open water te ontzeggen.

Ik kan ervan meepraten. Op een van de heetste dagen van het jaar fietsten wij naar Abcoude om in een grote plas verkoeling te zoeken. ,,Weet u misschien de weg naar...'', vroegen we een voorbijgangster.

Ze keek ons strak aan en zei alleen maar: ,,Blauwalg.'' Toen haastte ze zich voort, alsof wij al op het punt stonden een blauwalgepidemie te verspreiden.

De plas lag er inderdaad verlaten bij, op wat roekeloze kinderen na, van wie ik me afvraag of ze nog wel in leven zijn.

,,Denk erom, je gaat er niet in'', zei mijn vrouw.

Ik knikte moedeloos. Ik kon me maar al te goed de eerste onheilspellende berichten over de blauwalg herinneren. Je kwam als zwemmer in `een vieze, groene brij' terecht, waarin het krioelde van de schofterigste bacteriën. Eenmaal op het droge als je dat nog haalde begon je te trillen en te braken, waarna enkele heftige koortsstuipen het dodelijke karwei afmaakten.

We besloten door te fietsen naar een grote plas in Ouderkerk aan de Amstel. De zon hing immiddels als een gloeiende sintel boven ons hoofd, we voelden ons een koppel Nederlandse wielrenners in de zwaarste Pyreneeënetappe. Eindelijk, daar lag het verlokkende water: een formidabele plas die trilde in de hitte.

Maar er zwom niemand. Beter gezegd: er dúrfde niemand te zwemmen, want de blauwalgambtenaar had hier zelfs echte verbodsborden geplaatst.

,,Je wordt gearresteerd als je hier gaat zwemmen'', voorspelde mijn vrouw, die altijd graag met de politie meedenkt.

We besloten terug te fietsen naar Amsterdam, op zoek naar de Gaasperplas in de Bijlmer. De lucht langs de drukke wegen was bezwangerd met uitlaatgassen, die laag boven de grond bleven hangen. Verkeerslichten functioneerden niet meer, mussen vielen dood voor onze banden.

Ik wilde het al opgeven, maar plotseling zag ik het water schitteren tussen de flatgebouwen. Langs de plas hingen alleen een paar verwaaide papiertjes waarin tegen `blauwwier' werd gewaarschuwd. Er zwommen enkele volwassenen en kinderen.

,,Ik zou het niet doen'', zei mijn vrouw.

Ik kreeg opeens een visioen van de blauwalgambtenaar die daar ergens vanuit de bosjes toekeek. Hij grinnikte. Nooit eerder had men hem serieus genomen, maar nu hield hij heel zwemmend Nederland gegijzeld met een simpel dreigement, waarvan de wetenschappelijke waarde hoogst dubieus was.

Barst jij maar, dacht ik, en ik nam een duik. Drie kwartier later klom ik heelhuids aan de wal.

Of ik die avond nog gebraakt heb? Nee, niet méér dan normaal.