Vreedzame apartheid

In het Limburgse dorp Heel hebben zeven op de honderd inwoners een verstandelijke handicap. Maar alleen de nieuwe rijken wonen achter hekken.

Hij glundert van oor tot oor als ik hem tegenkom. Zelfs zijn rechtermondhoek, die normaal halverwege zijn kin hangt, schiet in de hoogte. ,,Hoe gaat het?'' vraagt hij terwijl hij me op m'n schouder klopt, ,,gaat het goed?'' Als ik bevestigend knik, wordt zijn grijns nog breder.

,,Jij bent de schoolmeester, hè?''

Beduusd kijk ik naar mijn lange regenjas en ineens ben ik me pijnlijk bewust van mijn beroepsmatig nieuwsgierige blik. ,,Nee, ik ben journalist'', zeg ik. Dat lijkt er wel een beetje op, wil ik er nog aan toevoegen, maar hij is met zijn gedachten al elders. ,,Ik moet eten'', zegt hij zonder overgang, klopt me nog eens op de rug en vervolgt zijn weg. Een stukje verderop, midden in een plantsoen, zit een man in een rolstoel luid te roepen, soms lijkt het of hij huilt.

Het Noord-Limburgse dorp Heel herbergt veel verstandelijk gehandicapten (zwakzinnigen). Dit is de gemeente met het laagste IQ van Nederland: ruim 7 procent van de 8.300 inwoners heeft een verstandelijke handicap. Zoals Nederland het plaatsje Heel heeft, zo kent België Geel, een dorp met een buitengewoon hoog percentage geestelijk gestoorden (krankzinnigen). Al is er een belangrijk onderscheid tussen beide plaatsen: het Belgische Geel is een wereldberoemd voorbeeld van maatschappelijke integratie omdat dorpsbewoners de geesteszieken hebben opgenomen in de schoot van hun families, terwijl de gehandicapten in Heel in twee grote inrichtingen zitten, Sint Anna en Sint Joseph.

Sinds de jaren zeventig wordt geprobeerd om de grenzen tussen de inrichtingen en het dorp uit te wissen. De hekken zijn reeds lang gesloopt en het is aangenaam wandelen op de parkachtige inrichtingsterreinen. Tussen de middag, als de cafés van Heel nog dicht zijn, kun je in de inrichtingskeuken van Sint Anna een broodje kroket eten voor 91 eurocent, de koffie bij Sint Joseph is zelfs gratis. Een deel van de gehandicapten woont inmiddels in het dorp in gewone rijtjeshuizen. Sint Anna wil nu de omgekeerde integratie bevorderen door huizen voor gewone mensen te bouwen op haar eigen terrein.

Op straat zie je, als je wat langer rondkijkt, meer mensen met looprekken, rollators, wandelstokken met driepoot, rolstoelen en blindenstokken dan gewoonlijk. Maar opvallender nog zijn de vele personenbusjes die af en aan rijden, ze brengen gehandicapten van de snoezelruimte naar de sociale werkplaats, en van de therapieruimte naar huis. Ook eten en medicijnen worden met bestelwagens gedistribueerd, de gehandicapten leven in een geheel eigen wereld.

Ook de huizen voor gehandicapten vallen bij nadere beschouwing op.

Het is uitgesloten dat de twee-onder-een-kaphuizen aan de Panheelweg 34 tot en met 52 bewoond worden door gewone Helenaren: twee-aan-twee hebben de huizen steeds dezelfde vitrage, dezelfde sierpotten in de vensterbank en hetzelfde patroon van tweekleurig grind in de voortuin dat sterk doet denken aan `Duo Penotti, twee kleuren in een pottie'. Deze bewoners zijn er niet van bezeten hun allerindividueelste smaak tot uitdrukking te brengen, op de brievenbussen staan zelfs geen namen.

Van echte integratie is in Heel geen sprake, dorp en inrichting leven in vreedzame apartheid. Maar de tijd van hekken is gelukkig voorbij, denk ik. Totdat ik aan de rand van het dorp op een nieuwbouwwijkje stuit, er staan al 58 woningen te blinken van nieuwigheid. Slagbomen sluiten het terrein hermetisch af. Worden hier de gevaarlijke patiënten geconcentreerd, onder permanente bewaking? Maar nee, Boschmolenplas blijkt een recreatiepark te zijn, waar je vanaf 166.000 euro een tweede woning kunt kopen. Tegenwoordig zitten de rijken achter hekken: de nieuwe segregatie.