Taiwan kan geld voor onderzeeërs nergens kwijt

De Amerikaanse president Bush heeft Taiwan acht onderzeeërs beloofd. Maar voor de aanlokkelijke deal is nog niemand gevonden. Volgens analisten kan dat ook nog wel even duren.

Het Taiwanese ministerie van Defensie heeft deze week bekendgemaakt 15 miljard dollar uit te willen geven aan nieuw wapentuig, waaronder acht dieselelektrisch aangedreven onderzeeboten. De Amerikaanse president George Bush beloofde twee jaar geleden Taiwan in het licht van de groeiende militaire dreiging van de Volksrepubliek China, te helpen bij de aanschaf van de boten. Maar de combinatie van Taiwanese miljarden en Amerikaans politiek gewicht heeft nog altijd geen land overgehaald de boten te leveren. De kwestie van die Taiwanese onderzeeërs ,,holt in kringetjes rond'', stelt Pat Bright van het Amerikaanse marine-adviesbureau AMI International.

President Bush zegde in april 2001 Taiwan toe op zoek te gaan naar acht onderzeeboten. Amerikaanse bedrijven zelf konden zo'n dieselelektrische onderzeeër niet bouwen aangezien ze al veertig jaar alleen maar grote nucleair aangedreven onderzeeërs bouwen. De Amerikaanse regering wilde daarom een Europees model aanschaffen, bijvoorbeeld in Nederland of Duitsland, en dat voorzien van Amerikaanse elektronica. Klein probleempje: Europese regeringen leveren geen militair materieel aan Taiwan, uit angst voor economische represailles van de Chinese Volksrepubliek.

Deze Europese huiver was niet onbekend toen Bush zijn belofte deed. De Amerikaanse defensie-industrie, grote ondernemingen zoals Northrop Grumman, Lockheed Martin en Raytheon, vermoedde dat de regering een troefkaart kon uitspelen om de Europeanen over te halen.

Vooruitlopend op Bush' overredingskracht kocht venture-capitalist One Equity Partners (OEP), onderdeel van de Amerikaanse bank Bank One, voor een miljard euro het Duitse Howaldtswerke-Deutsche Werft (HDW) de grootste exporteur van dieselelektrisch aangedreven onderzeeboten. De Duitse werf bezit onder meer belangen in het Griekse Hellenic Shipyards, dat HDW-boten van het type 214 in licentie voor de Griekse marine bouwt. HDW heeft daarnaast een belang in de Zweedse onderzeebootproducent Kockums.

Tot teleurstelling van OEP hield de Duitse regering vast aan het exportverbod naar Taiwan: HDW mocht geen boten leveren, ook niet via Griekse of Zweedse dochters.

In Nederland konden de Amerikanen evenmin terecht voor een bouwplan, omdat de regering Chinese sancties vreest. [Vervolg TAIWAN: pagina 13]

TAIWAN

Europa bang voor represailles China

[Vervolg van pagina 1] De Rotterdamse werf Wilton Feijenoord, dat is opgegaan in RDM-Submarines, leverde halverwege de jaren tachtig twee onderzeeërs. Maar Den Haag verbiedt sindsdien vervolgorders.

Ook Frankrijk en Italië schatten de waarde van de reusachtige Chinese markt hoger in dan die van een eenmalige miljardenorder van Taiwan.

OEP heeft de hoop intussen opgegeven, de onderneming wil snel van alle HDW-aandelen af.

De Europese terughoudendheid laat voor het inlossen van de belofte van Bush maar een paar creatieve, maar allemaal even moeilijke opties open. Even circuleerde zelfs het onwaarschijnlijke gerucht dat Taiwan aan Rusland had gevraagd om onderzeeboten van de Kilo-klasse te leveren, een modern type waarover ook de Volksrepubliek beschikt. Bright: ,,Bush komt over als een man van zijn woord, maar dit lijkt echt heel lastig te worden''.

Volgens de jongste marktanalyse van AMI is de Duitse optie nog niet helemaal verkeken, maar dan zou de Duitse regering een oogje moeten dichtknijpen wanneer HDW een Amerikaanse werf technische hulp levert. Binnen de wapenindustrie zijn schimmige constructies allesbehalve uitzonderlijk, maar de Chinese economische vergelding die bij dergelijk Duits ,,gedoogbeleid'' dreigt, maakt deze kans miniem.

Ook bestaat de mogelijkheid dat de Amerikaanse werven hun meer dan vijftig jaar oude eigen ontwerp voor een dieselelektrische onderzeeër afstoffen en moderniseren. ,,Politiek gezien is dat de meest aantrekkelijke optie'', stelt AMI, maar technisch en financieel is dit ,,allerminst waarschijnlijk''. Dat komt doordat het opkrikken van de expertise die meer dan veertig jaar heeft stilgestaan een zeer kostbare en tijdrovende affaire is.

De minst onwaarschijnlijke optie, meent Bright, ligt alsnog in Europa. President Bush heeft de Spaanse premier José Aznar in juni gevraagd of de Spaanse scheepsbouwer IZAR niet geïnteresseerd was in de bouw van de acht boten voor Taiwan. ,,Hij wilde Spanje daarmee bedanken voor de steun tijdens de oorlog in Irak.'' Maar ook Spanje riskeert economische belangen in China. ,,Of ze erop ingaan is dus maar helemaal de vraag.'' Taiwan mag miljarden aan onderzeeboten wíllen uitgeven, dit ook kúnnen blijft voorlopig ongewis.