Ook corruptie kan Kameroen niet deren

Volk en Wereldbank zien de zelfverrijking van het bewind in Kameroen graag door de vingers. Ter wille van orde en stabiliteit.

Innocence en Marie sommen op wat het een gewone boer kost om zijn land te laten registreren in hun dorp Nseng-nlong in het midden van Kameroen. Geen stap in het lange ambtelijke proces wordt gezet zonder dat de ambtenaar geld krijgt toegeschoven. De leden van de kadastercommissie vragen het meest en verwachten bovendien bier en een feestelijke maaltijd. Alles bij elkaar ben je ongeveer 900 euro aan steekpenningen kwijt.

Dat is een bedrag dat niet iedereen zich kan veroorloven. Rijke boeren, handelaren en politici maken daarvan dankbaar gebruik en leggen zonder moeite de hand op niet-geregistreerde koffie-, hout- of cacaoplantages. ,,Pas heeft een ex-minister hier weer een palmplantage van een weduwe ingepikt'', zegt Innocence.

Corruptie en zelfverrijking door partijfunctionarissen van regeringspartij RDPC hebben geleid tot de de hoge schulden die Kameroen heeft uitstaan bij Wereldbank, IMF en afzonderlijke donorlanden. Maar zowel de Kameroenese bevolking als de internationale financiële instellingen nemen die corruptie voor lief. De Wereldbank keurde eind juli het plan van de overheid goed voor armoedebestrijding. Dat is een van de voorwaarden waaraan moest zijn voldaan om in 2004 – in dat jaar worden ook de presidentverkiezingen gehouden – volledige kwijtschelding van schulden te krijgen in het kader van het Highly Indebted Poor Countries (HIPC) programma.

Een van de criteria voor deelname in het HIPC-programma is `goed bestuur'. Het hoofd van de Wereldbank in Yaoundé, Madani Tall, geeft toe dat er creativiteit voor nodig was om in Kameroen goed bestuur vast te stellen. Kameroen is geen arm land. Het inkomen per hoofd van de bevolking daalt al jaren, maar bedraagt nog altijd ruim twee dollar per dag, beduidend meer dan in omringende landen. Het land heeft koffie, thee, cacao, hout, olie, bauxiet en goede mogelijkheden om elektriciteit op te wekken. Maar met name hout en olie worden gezien als `affaires du président', zaken die zich voor een deel nog altijd buiten de nationale kas om afspelen.

,,Maar de Wereldbank kan niet om Kameroen heen'', zegt het plaatselijk hoofd Manadi Tall. ,,Het is de economische motor in de centraal-Afrikaanse regio.'' Een paar miljoen Afrikanen uit buurlanden verdienen in Kameroen hun brood. Sinds de onrust in Ivoorkust neemt het belang van de Kameroenese havenstad Douala voor Amerikaanse, Europese en Aziatische bedrijven verder toe.

En Kameroen is een politiek stabiel land in een regio met veel olie. Alle buurlanden aan de Golf van Guinee hebben belangrijke olievoorraden, waar de Verenigde Staten belangstelling voor hebben. Kameroen zelf produceert elk jaar minder olie, omdat de bel bij Limbe (in het zuidwesten) opraakt, maar het hoopt nieuwe voorraden te vinden in het noorden van het land. Sinds vorige maand verleent het land doorgang aan olie uit Tsjaad, die via een ruim 1.000 kilometer lange pijplijn naar de Kameroenese haven Kribi loopt. Die olie is eigendom van de Amerikaanse maatschappijen Esso en Chevron en het Maleisische Petronas.

Het HIPC-programma heeft ook tot doel om de transparantie van overheidsbestuur te vergroten, door maatschappelijke organisaties te betrekken bij de plannen voor het gebruik van vrijkomend geld. ,,Wat dat betreft'', zegt Tall, ,,is Kameroen voorbeeldig. Het overleg tussen overheid, bevolking en en non-gouvernementele organisatie's (ngo's) is nergens zo intensief als hier. Het comité dat de overheid adviseert over projecten functioneert hier werkelijk.''

Maar volgens vertegenwoordigers van ngo's in het comité werkt het niet goed. Projecten die het comité goedkeurt krijgen het benodigde geld vaak toch niet van het ministerie van Financiën. Kardinaal Christian Tumi, een kritische prelaat die trots is op de titel `staatsvijand nummer één', denkt dat het schuldengeld in de zakken van de regering verdwijnt.

De ontevredenheid over corruptie bedreigt de stabiliteit van Kameroen niet. De tweede regeerperiode van president Paul Biya loopt af in 2004. Hij zal naar verwachting vervroegde verkiezingen uitschrijven en herkozen worden, ook zonder stembusfraude. Want kiezers zijn teleurgesteld in de oppositie. Vertegenwoordigers van vrijwel alle oppositiepartijen hebben zich de laatste jaren laten omkopen of wegkopen door de RDPC van Biya.

De enige oppositiepartij van enige omvang is het Social Democratic Front, dat zijn basis heeft in het Engelstalige westen van het land. De partij heeft nog 22 paralementszetels maar volgens afgevaardigde Aka Amua ontvangt zij bijna geen bijdragen meer van haar `militanten'. Haar leider John Fru Ndi geeft openlijk toe zich geld uit de partijkas toe te eigenen omdat hij al jaren geen salaris heeft ontvangen.

Veel mensen denken dat alleen een burgeroorlog een eind kan maken aan het bewind van de RDPC. Wat dat betekent zien ze naast de deur: in Ivoorkust en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Dan zijn ze beter af met vrede, met lage maar regelmatig betaalde salarissen, en een regering die zichzelf verrijkt.

,,Corruptie is een probleem dat onze kinderen zullen oplossen'', zegt schoenverkoper Marin. ,,Gelukkig hebben we goed te eten. Iedereen kan in Kameroen voor 300 franc cfa (50 eurocent) een heel goede maaltijd krijgen. En wie goed netwerkt, kan altijd via de RDPC een overheidsaanstelling of een buideltje geld bemachtigen.'' Een hoge RDPC-politicus op campagne spoorde er toe aan die weg te volgen: ,,Een wijs man zoekt zijn schuilplaats onder de boom die vrucht draagt.''