Libië zwicht voor eisen Fransen

Libië is bereid de familie van de slachtoffers van de aanslag op een DC-10 van de Franse luchtvaartmaatschappij UTA in 1989 royaler te vergoeden.

Frankrijk had gedreigd zijn veto uit te spreken tegen de opheffing van de VN-sancties tegen Libië tenzij dat land de nabestaanden een bedrag uitbetaalt dat vergelijkbaar is met de 10 miljoen dollar per slachtoffer die de nabestaanden van de Lockerbie-aanslag krijgen. Tot nu kregen de families van elk UTA-slachtoffer een half miljoen dollar.

De bomaanslag van dinsdag op het VN-hoofdkwartier in Bagdad, de tijdrovende storting van de 2,7 miljard dollar compensatie die Libië betaalt aan de nabestaanden van de Lockerbie-ramp en de trage werking van de diplomatie kunnen een stemming over de sancties tot volgende week uitstellen en zo Libië en Frankrijk de tijd geven een regeling uit te werken.

Volgens de Libische minister van Buitenlandse Zaken heeft Frankrijk het recht niet de opheffing van de resolutie te blokkeren omdat het indertijd de VN-Veiligheidsraad heeft gemeld dat Libië aan alle Franse eisen omtrent de compensatieregeling had voldaan. Toch zijn er gesprekken aan de gang tussen de families van de slachtoffers en Libische onderhandelaars ,,om een humane oplossing te vinden die aan de eisen van deze families voldoet,'' aldus de Libische minister.

In 1999 betaalde Libië 36 miljoen euro aan de families van 170 omgekomen passagiers en bemanningsleden van de UTA-vlucht naar Niger. De nabestaanden van de 270 slachtoffers van de aanslag op de Boeing die in 1988 boven het Schotse Lockerbie werd opgeblazen krijgen maximaal 10 miljoen dollar per slachtoffer, 2,7 miljard dollar in totaal.

Inmiddels is Libië begonnen met de transfer van de 2,7 miljard dollar naar een Zwitserse bank. De omvangrijke storting zal pas morgen voltooid zijn. Groot-Brittannië heeft in een ontwerpresolutie dinsdag opheffing van de VN-sancties tegen Libië voorgesteld.