Gemarineerde griet

Voor dit recept kunt u desgewenst ook grietfilets gebruiken. Laat de vis in dat geval maar zes tot twaalf uur marineren en verminder de kooktijd tot 10 à 12 minuten. Houd er ook rekening mee dat u met filets een grotere kans heeft dat de vis uit elkaar valt, dus let goed op met het serveren; een buigbare bakspaan komt dan goed van pas.

Schraap de wortels en snijd ze in dunne plakken. Pel de ui en snijd hem in dunne plakken. Snijd de venkelknol bij, snijd hem in de lengte doormidden en snijd hem dan ook in dunne plakken. Dit kunt u desgewenst met behulp van een keukenmachine doen.

De gember hoeft u niet te schillen. Snijd het stukje in dikke plakken. Snijd het citroengras bij, kneus het met een stamper of deegroller en laat de stengels verder heel. Doe de plakken groenten, gember en het citroengras in een pan. Voeg de witte wijn, vissaus, het water, de tamarinde en palmsuiker toe. Breng op een hoog vuur aan de kook en laat een paar minuten koken. Neem de pan van het vuur en laat het mengsel volledig afkoelen.

Spoel de vis onder de koude kraan, leg in een zuurbestendige ovenschaal waar hij knus in past en schep er de afgekoelde marinade over. Sprenkel er de beide soorten olie over en leg het deksel op de schaal. Zet de schaal een nacht in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200° C. Zet de vis in de marinade circa 20 minuten in de oven, of tot het visvlees gaar is. Controleer dat met de punt van een scherp mes. Neem het gare stuk vis uit de marinade en fileer het. Schik de filets op voorverwarmde borden en lepel er wat van de marinade en groenten over (haal er de gember en het citroengras uit). Strooi er de gehakte verse munt en koriander over en dien op. Geef er gekookte nieuwe aardappels met een beetje boter en gesnipperde bieslook bij.