Gekwetste ego's

Vandaag vergadert een groep toonaangevende commissarissen over de voorstellen van de commissie-Tabaksblat om het bestuur van grote ondernemingen doorzichtiger te maken. Volgens een bericht in deze krant is een steen des aanstoots dat de commissie-Tabaksblat voorstelt onder andere een limiet te zetten op variabele beloningen van bestuurders.

De bijeenkomst van de bezorgde commissarissen had op geen beter moment kunnen komen. Uitgerekend deze week werd namelijk bekend dat de commissarissen bij bankverzekeraar ING hebben besloten het beloningspakket van de zes bestuurders zodanig op te schroeven dat zij er dit jaar met 15 procent op vooruitgaan. De maatregel maakt deel uit van een driejarige operatie waarbij de bestuurders 60 procent meer mogen gaan verdienen dan nu.

De discussies over individuele beloningen van topmensen bij beursgenoteerde ondernemingen lopen telkens vast en eindigen in frustratie. Een belangrijke reden is te vinden bij ING waar het konijn genaamd `internationale marktverhoudingen' uit de hoed wordt getoverd. Een onderzoek zou hebben uitgewezen dat de ING-bestuurders gemiddeld 40 procent minder verdienen dan hun collega's bij negentien andere internationale branchegenoten.

Ja, en wat dan nog?

Het suggereert ten onrechte dat bestuursvoorzitter Kist overweegt naar Deutsche Bank over te stappen zolang ING hem blijft `onder'betalen. Of dat bestuurder Maas naar Barclay's belt om te melden dat hij er genoeg van heeft om voor ING tegen een hongerloon te buffelen. Zo werkt dat niet, en wel omdat er geen transparante markt voor dit soort functies is. Ooit een advertentie voor zo'n baan gezien?

De topman bij ING wordt doorgaans gezocht in eigen rang en anders gaat een headhunter zoeken naar kandidaten van buiten. De beloning van de nieuwbakken held wordt bepaald door de belonings- of remuneratiecommissie binnen de raad van commissarissen. Dat proces is zo transparant als het graf, de natte vinger is alom tegenwoordig. Potlood en vlakgom zijn binnen handbereik, want doorzichtige criteria zijn vele lichtjaren weg. Zelfs de maatschappelijke verhoudingen zijn zoek, aangezien de ING-werknemers genoegen moeten nemen met een CAO-stijging van 1,75 procent (geen dank, geen hulde, liever een gulden) en de aandeelhouders nog niet eens de helft van hun koersverliezen hebben kunnen terugkrijgen.

Dit betekent niet dat marktwerking en beloning volledige onbekenden voor elkaar zijn. Denk aan David Beckham als voetballer (criterium: scoren), J.K. Rowling als auteur van de Harry Potter-boeken (criterium: omzet) en Justine Henin als tennisster (criterium: plaats op de wereldranglijst). Hier werkt de markt in volle glorie omdat het unieke supertalenten betreft, die niets te maken hebben met headhunters en remuneratiecommissies. Zij bewijzen zichzelf.

Een topmanager kan dat moeilijk volhouden. Hij is afhankelijk van collega's, medewerkers en klanten. Een topmanager is in de eerste plaats een functionaris. Hij of zij leeft bij de gratie van de organisatie. Daarom valt het op dat de beloning van topmanagement bij ING blijkbaar losstaat van de maatschappelijke bedding van de onderneming. Die bedding bestaat uit de relaties die de onderneming onderhoudt met belanghebbenden zoals aandeelhouders, werknemers, omwonenden, leveranciers, etc. De discussies zouden een andere wending krijgen indien de beloning van de top het resultaat is van maatschappelijke aanvaardbaarheid – waarbij aandeelhouders en werknemers een hoofdrol spelen – in plaats van te blijven fantaseren over niet-bestaande markten.

Verder mag men zich afvragen of geld de doorslaggevende factor voor dit soort functies moet zijn. Waarom zou Alan Greenspan voor slechts 150.000 euro per jaar voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken willen blijven? Let wel: zijn woorden zijn goud waard voor de analisten op Wall Street die soms het twintigvoudige verdienen. Kennelijk is er voor Greenspan zoiets simpels als eer te behalen, en komen de centen op de tweede plaats. Hij doet zijn werk zo ook wel goed, want hij wordt blijkbaar gemotiveerd door zijn verantwoordelijkheid.

Waarschijnlijk is de achtergrond voor grote beloningsstijgingen er een van psychologische aard, namelijk het voorkomen van scheve gezichten. De vergelijking met het buitenland heeft de ING-bestuurders zo onzeker gemaakt dat alleen een grootscheepse inhaalmanoeuvre hun gekwetste ego's kan herstellen. Bovendien moet worden gevreesd dat de verantwoordelijkheid niet voldoende is om de ING-bestuurders gemotiveerd te houden.

Misschien moeten ze wat meer om zich heen kijken. Dan zouden ze zien dat de stijging van de kwartaalwinst met 9,5 procent voor een groot deel het gevolg is van gewone mensen die vooral zijn aangewezen op doordeweekse arbeidsvreugde. Zij verkopen polissen, verwerken financiële gegevens, geven cursussen, verstrekken adviezen, bestuderen kredieten. Van de stijging van hun CAO-salaris moeten ze het niet primair hebben – laat staan van opties en aandelen – maar doodgewoon van lekker werken. Misschien moeten topbestuurders en de commissarissen die vandaag zitten te mopperen in een Amsterdams hotel ook daar eens bij stilstaan. Wellicht krijgen zij dan een idee wat er in de echte wereld gebeurt. Maar zolang topmanagers bij hun aantreden een gepantserde limousine in plaats van een strippenkaart ontvangen, zal die wereldvreemdheid nog wel een tijdje blijven.

verwey@public-business.com

    • Wynold Verwey