FBI: bom Bagdad kwam uit Saddams arsenaal

De bom die het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in Bagdad grotendeels heeft verwoest en waarbij zeker 23 mensen zijn omgekomen, was gemaakt van materiaal afkomstig uit het oude wapenarsenaal van de verdreven Iraakse leider Saddam Hussein.

Volgens de Amerikaanse federale recherche (FBI), betrokken bij het onderzoek naar de zware aanslag van twee dagen geleden, is gebruik gemaakt van een 225 kilo zware bom van Sovjetmakelij die andere munitie, mortieren en granaten, tot ontploffing heeft gebracht. In de wrakstukken van de vrachtwagen die de bom heeft geleverd zijn gisteren lichamelijk resten gevonden. Dat zou duiden op een zelfmoordaanslag.

,,Deze munitie is mogelijk in het bezit geweest van het Iraakse leger'', zei de hoogste FBI-agent in Irak, Thomas Fuentes. ,,Iemand met toegang tot een grote opslagplaats heeft ze op een vrachtwagen geladen en is er mee de straat op gegaan.'' Amerikaanse militairen vinden zo vaak militaire opslagplaatsen dat zij Irak ook wel één grote munitiedumpplaats hebben genoemd.

Over mogelijke daders wordt veel gespeculeerd. Ahmad Chalabi, een van de 25 leden van de door de Amerikanen aangestelde Bestuursraad voor Irak, zei er zeker van te zijn dat de daders zijn te vinden onder de volgelingen van Saddam Hussein. ,,We twijfelen er niet aan dat degenen die deze terroristische daad hebben begaan de overgebleven volgelingen zijn van het regime''. Hij gaf daarvoor geen bewijzen.

Volgens Chalabi heeft de Bestuursraad de Verenigde Staten enkele dagen voor de aanslag op het VN-gebouw gewaarschuwd voor een mogelijk aanslag. ,,We hadden informatie ontvangen dat een grote aanslag zou plaatshebben. Die informatie hebben we gedeeld met de Amerikanen.''

De hoogste Amerikaanse civiele leider voor Irak, terrorisme-expert Paul Bremer, is minder stellig over de achtergrond van de daders. De omvang van de aanslag duidt volgens hem op mogelijke betrokkenheid van moslimextremistische terreurgroepen als Ansar-al-Islam. ,,Maar betrokkenheid van de oude Saddam-jongens kunnen we niet uitsluiten' , zei Bremer.

Bremer ontkende gisteren tegenover de Amerikaanse media dat het land waar hij verantwoordelijk voor is in chaos verkeert. ,,We hebben te maken met een veiligheidsprobleem hier. Daar is een terreurdimensie bijgekomen, dat is nieuw. Maar voor de rest is de veiligheid groter dan vlak voor mijn komst drie maanden geleden.'' Ook de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld ziet geen noodzaak het aantal Amerikaanse militairen in Irak te versterken. ,,De conclusie van de verantwoordelijke militairen is dat de troepensterkte is zoals die moet wezen'', zei Rumsfeld gisteren.

Amerikaanse militairen liggen vrijwel dagelijks onder vuur. Gisteren kwam een Amerikaanse soldaat om het leven toen er werd geschoten op het konvooi waar hij deel van uitmaakte. Sinds het formele einde van de Amerikaanse militaire handelingen in Irak op 1 mei zijn zeker 61 Amerikaanse militairen gedood.