De moeder aller vragen na aanslag op VN

De regering-Bush beraadde zich gisteren al op een grotere VN-rol in Irak. Zware onderhandelingen bij de VN en binnen de regering zelf lijken onvermijdelijk.

Hoe een bomaanslag de koers van een supermacht in de war kan schoppen. Vorige week verwierp de regering-Bush het idee om de Verenigde Naties een grotere rol te geven bij de stabilisering van Irak, zoals Frankrijk, Duitsland, Rusland en India als voorwaarde hadden gesteld om vredestroepen te sturen. Gisteren, een dag na de aanslag op het VN-kantoor in Bagdad, bogen president Bush en zijn naaste adviseurs, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Powell, nationaal veiligheidsadviseur Rice en vice-president Cheney, zich alsnog over een grotere VN-rol in Irak. Vandaag al komt minister Powell naar New York voor overleg met VN-secretaris-generaal Kofi Annan over een nieuwe VN-resolutie voor een bredere vredesoperatie in Irak, met meer internationale troepen.

De haast is een symptoom van verwarring, om niet te zeggen lichte paniek, binnen in de Amerikaanse regering over hoe de Verenigde Staten, al dan niet samen met andere landen, Irak alsnog kunnen stabiliseren. Bovendien is de onvrede in het Congres over de Amerikaans-Britse bezetting van Irak, door de kosten en de tientallen Amerikaanse slachtoffers, na de aanslag in Bagdad verder gegroeid. Twee van de invloedrijkste senatoren op buitenlandgebied, de Democraat Biden en de Republikein Hagel, stuurden Bush gisteren een brief, waarin zij hem oproepen een grotere rol aan de VN te geven en meer politie- en legereenheden van andere landen, vooral NAVO-lidstaten, te recruteren. Een ,,oprechte internationale inspanning'' is nodig, schreven Biden en Hagel.

Bush had, politiek gezien, extra pech dat uitgerekend op het moment van de aanslag een delegatie van het Amerikaanse Congres in Bagdad op bezoek was bij de Amerikaanse bestuurder en chef van de bezetting, Bremer. De Congresleden, onder wie de Republikeinse senator McCain, reageerden verbijsterd en werden onmiddellijk naar Koeweit overgevlogen. Zij kregen zo een ander beeld van het post-Saddam-Irak dan de `het-gaat-steeds-beter'-retoriek van president Bush wil doen geloven. Het Amerikaanse volk zal ,,nog heel veel geduld'' moeten hebben, concludeerde McCain.

Hoezeer de zenuwen bloot liggen bij de VN, bleek de afgelopen dagen ook uit opmerkingen van VN-chef Annan, die voor zijn doen zeer kritisch was over de veiligheidssituatie onder de Amerikaans-Britse bezetting. ,,We hadden gehoopt dat de coalitietroepen inmiddels wel veiligheid hadden gebracht in de omgeving om ons in staat te laten zijn door te gaan met economische wederopbouw en het opzetten van instituties. Dat is niet gebeurd'', zei Annan, die zijn vakantie in Scandinavië na de aanslag afbrak. ,,Als je zo'n complexe operatie onderneemt, moet je tevoren aan planning doen en ik denk dat er aldoor enkele verkeerde veronderstellingen zijn gedaan. De coalitie heeft enkele fouten gemaakt en misschien hebben wij ook enkele fouten gemaakt.'' Beleefd idioom met een nauwelijks verholen verwijt: Gij, Amerika, runt tenslotte deze Irak-show, niet wij, de Verenigde Naties.

De verbetering van de veiligheidssituatie via een nieuwe VN-resolutie en met een grotere internationale troepeninzet via de VN zal nog zware onderhandelingen vergen. Mogelijk niet alleen binnen de VN, maar ook binnen de verdeelde Amerikaanse regering tussen het Pentagon en het State Department, een situatie die al dateert van voor de oorlog. De Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld is en blijft fel tegen het aan de VN overdragen of met andere landen delen van het militair gezag in Irak.

Rumsfeld liet zelfs gisteren vanuit Honduras weten dat wat hem betreft de Amerikaanse troepensterkte in Irak, 139.000 man, nu niet hoeft te worden verhoogd, en sloeg daarmee een oproep van senator McCain in de wind.

Rumsfeld zei dat de aandacht moet worden gericht op het ontwikkelen van Iraakse veiligheidstroepen. De haviken binnen de regering, Rumsfeld en Cheney, zijn evenmin bereid de macht van Irak-bestuurder Bremer te verkleinen, en dat is volgens regeringsfunctionarissen ook na het beraad van gisteren niet veranderd.

Met deze uitgangspunten werkt minister Powell nu aan een nieuwe VN-resolutie. Zijn ministerie vindt een internationale uitbreiding van de troepenmacht in Irak onontkoombaar, bovenop het huidige aantal van 22.000 soldaten uit andere landen. De bedoeling is vooral landen als India, Pakistan, Bangadesh en Turkije aan te moedigen troepen te zenden. Hun deelname kan bij elkaar resulteren in zeker 40.000 extra soldaten.

Maar zeker is dat de meeste landen bij de VN niets voelen voor troepenleveranties zonder een nieuw en ruimer VN-mandaat met meer zeggenschap voor de VN, zowel militair als civiel. Een in oktober te houden donorconferentie voor Irak lijkt op voorhand al weinig geld op te brengen als de opbrengst volledig in handen komt van de `bezetters', die mogen bepalen waar het naar toe gaat. Hoe de VS de internationale gemeenschap over de streep kunnen trekken voor meer troepen zónder concessies over een grotere invloed van de VN, is volgens VN-diplomaten onduidelijk en in hun ogen ook niet haalbaar.

Inmiddels buitelen de analisten in de VS over elkaar heen met adviezen voor Bush. Volgens de Amerikaanse oud-beroepsdiplomaat Dobbins zijn mogelijk 300.000 tot 500.000 soldaten nodig voor de stabilisatie. De Amerikaanse oud-VN-ambassadeur Holbrooke ziet drie opties: meer Amerikaanse troepen, wat zal leiden tot meer slachtoffers; terugtrekking uit Irak net zoals uit Vietnam en Somalië, wat een ,,ramp'' zou betekenen'; of ,,internationaal gaan'' en de last van de wederopbouw van Irak delen, wat zijn sterke voorkeur heeft. De moeder aller vragen, in het laatste geval, is of en tot hoever de haviken in Washington die prijs willen betalen.