Consument bezuinigt op huis

Nederlanders hebben de afgelopen maand mei bezuinigd op de inrichting van hun huizen. Woningwinkels boekten in deze maand ruim 10 procent minder omzet in meubels, keukens en vloerbedekking dan in dezelfde periode in 2002, zo blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gisteren heeft bekendgemaakt.

Een maand eerder moesten de woninginrichters ook al een omzetdaling van ruim 6 procent incasseren. In de totale Nederlandse detailhandel daalde de omzet met 3,2 procent. Dat cijfer is nog iets geflatteerd, omdat mei een zaterdag meer telde dan dezelfde maand vorig jaar.

Ook kledingwinkels en elektronicawinkels behaalden in mei minder omzet met respectievelijk een daling van 7 en 10 procent. Mede hierdoor daalde de omzet van winkeliers die niet in de voedingssector opereren met 6,3 procent. De grootste stijging noteerden de textielsupermarkten, landelijke winkelketens met goedkope kleding. Dit soort zaken had in mei 9 procent meer inkomsten dan in mei 2002. Voor winkels in huishoudelijke artikelen becijferde het CBS een omzettoename van 0,3 procent.

De voedingssector noteerde in de maand mei een plus. De omzet steeg 2,6 procent ten opzichte van mei 2002. Vooral supermarkten verdienden meer: 3,8 procent, hoewel die groei minder sterk was dan in april. Supermarkten hebben 80 procent van de Nederlandse voedingsmarkt in handen.

Consumenten hebben in de maand mei voor 6,8 miljard euro aan artikelen gekocht in winkels. Dat komt neer op 980 euro per huishouden.