Caissière winnaar op de arbeidsmarkt

Het MKB als fameuze `banenmachine' heeft te maken met haperingen. In de afgelopen maanden daalde ook in deze sector de werkgelegenheid. Maar sommige vacatures blijven hardnekkig. `Allochtonen en MKB vinden elkaar niet zomaar.'

Geen werk? Een goed opgeleide metselaar met werkervaring kan zo een mooie baan krijgen in de bouw. Wie enige werkervaring heeft naast een technische HBO-opleiding kan aan de slag op een klein accountantskantoor. ,,Vakbekwame mensen met een technische achtergrond zijn nog steeds moeilijk te krijgen. Dat geeft te denken over wat er gebeurt als de economie straks weer aantrekt'', zegt arbeidsmarktdeskundige A. van Delft van MKB-Nederland, de belangenorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf.

Met 2,8 miljoen werknemers is het midden- en kleinbedrijf goed voor 37 procent van de totale werkgelegenheid in Nederland. Nieuwe banen ontstaan bovendien vooral in nieuwe bedrijven, die in hun beginjaren doorgaans maar enkele werknemers tellen. Vooral hieraan ontleent het MKB zijn faam als `banenmachine', een reputatie die in de jaren negentig ook ruimschoots werd waargemaakt met een spectaculaire stijging van de werkgelegenheid.

Nu zit er zand in de banenmachine. De magere export en de dalende consumentenbestedingen eisen hun tol in het MKB, waar door faillissementen het aantal bedrijven voor het eerst sinds jaren is gedaald. Nadat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) eerder deze week meldde dat in de maanden mei, juni en juli het aantal werklozen weer verder is toegenomen, kwam gisteren MKB-Nederland met een somber rapport over de Nederlandse vacaturemarkt. In een jaar tijd zijn 66.000 banen verloren gegaan, terwijl bij een aanhoudende recessie nog eens 150.000 arbeidsplaatsen zullen verdwijnen.

Toch zijn er nog altijd bedrijven met moeilijk vervulbare vacatures, zo'n 55.000 in onder meer de zakelijke dienstverlening en de bouw. Met de daling van de werkgelegenheid is ook het aantal moeilijk vervulbare vacatures afgenomen zelfs meer dan het totale aantal openstaande werkplekken. Maar bij de vacatures die op 1 juli nog vervuld moesten worden, kostte het bedrijven in drie van de vijf gevallen moeite om mensen te vinden (gemiddeld zeven tot acht maanden), een percentage dat bijna net zo hoog was als vorig jaar om deze tijd.

Lastig voor bedrijven, prettig voor werkzoekenden. Hoger personeel kan makkelijk aan de slag in de zakelijke dienstverlening (uitzendbureaus, administratiekantoren) en de groothandel, voor het middenkader is er werk in de zogeheten non food-detailhandel (warenhuizen, bouwmarkten), horeca en de autoreparatiebranche, terwijl lager personeel gevraagd is in het transport, food-detailhandel (kleine supermarkten, bakkers). De caissière als winnaar op de arbeidsmarkt, naast de administrateur in het autobedrijf.

De verliezers zitten in de kleine industrie, onder meer bij de vele metaalbedrijven in Nederland. Toen in het jaar 2000 de Nederlandse economie nog op volle kracht draaide, signaleerde MKB-Nederland in deze sector al de eerste tekenen van naderend onheil. ,,In de tweede helft van dat jaar zagen we hier het aantal vacatures al teruglopen'', zegt Van Delft, ,,en die neergang heeft aangehouden.'' Van het werkgelegenheidverlies in het afgelopen jaar komt bijna de helft voor rekening van de industrie/metaal-technische sector, waartoe bijvoorbeeld garagebedrijven behoren. Pech dus voor de monteur in het autoschadebedrijf, die als hij het bedrijf moet verlaten nog net de personeelsadvertentie ziet voor de administratief-commerciële kantoorbaan op de andere afdeling.

De traditionele verliezers op de arbeidsmarkt zijn degenen, die niet in Nederland zijn geboren of wier ouders uit het buitenland komen. Op dit moment is 9 procent in het MKB allochtoon, net zoveel als vorig jaar. Het banenverlies treft allochtonen op dit moment dus net zo hard als autochtonen, ondanks het feit dat allochtonen gemiddeld genomen lager zijn opgeleid, beperkte werkervaring hebben, vaak tijdelijke arbeidscontracten hebben en veelal werken in lagere functies.

Toch lijken allochtonen ook in de huidige recessie een achterstand te hebben, namelijk bij het vinden van een nieuwe baan. In de periode juli 2002 tot juni 2003 werd 11 procent van de vacatures vervuld door allochtonen, aanzienlijk minder dan in voorgaande jaren toen deze percentages op 13 en zelf 15 lagen. Volgens MKB-Nederland komt dit mogelijk door beëindiging van het minderhedenproject begin 2003, waarbij het MKB samen met het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), het voormalige arbeidsbureau, extra tijd en energie staken in allochtonen.

,,Allochtonen en bedrijven in het MKB vinden elkaar vaak niet zomaar. Om die reden hebben we toen dat project gehad, waarbij het CWI maar liefst 250 intermediairs heeft ingezet voor de bemiddeling. Meer dan 50.000 allochtonen hebben we toen weggezet'', zegt Van Delft. Zonder deze impuls vindt de allochtoon weer moeilijker een baan dan de autochtoon, ook als hij werk zoekt als administateur bij een garagebedrijf of achter de toonbank wil staan in een winkel.

    • Karel Berkhout