Turndrama: iedereen treft blaam

Het falen van de Nederlandse turnvrouwen bij de WK in Anaheim kan niet alleen bondscoach Frank Louter worden verweten. Er schort ook iets aan de medische begeleiding en de onderlinge verhoudingen.

Dat kwalificatie voor de Olympische Spelen van 2004 ook kon misgaan, was geen moment bij de Nederlandse turnsters en hun begeleiders opgekomen. Vanaf 2001, het jaar van de doorbraak, werd er bij internationale toernooien onafgebroken op olympisch niveau gepresteerd. De Nederlandse turnsters meenden zich een vaste plaats bij de beste twaalf landen van de wereld te hebben verworven; de resultaten gaven dat tenslotte keer op keer aan. Maar op het moment dat de groepsreis naar Athene geboekt moest worden, bleek niet iedereen gereed om te vertrekken.

De turnvrouwen werden dezer dagen bij de wereldkampioenschappen in Anaheim geconfronteerd met de harde topsportwet dat je klaar moet zijn voor het moment van de afrekening. Maar zij wisten niet dat de roes van succes ook verstoord kon worden; twee jaar voorspoed had de turnsters immuun gemaakt voor tegenslagen. Pas toen Verona van de Leur én Renske Endel én Gabriëlla Wammes én Berber van den Berg in de aanloop naar de WK tegelijkertijd geblesseerd raakten, openbaarden zich de kwetsbaarheden van de smalle nationale selectie en bleef er weinig over van de status van turnnatie in opkomst.

Een gulden regel in de topsport is eveneens dat eerst tegenslagen overwonnen moeten worden om de weg naar succes te kunnen vinden. Voorbeelden te over. Zwemmer Pieter van den Hoogeband werd bij de Spelen in Atlanta twee keer vierde voordat hij vier jaar later in Sydney twee gouden medailles won. De Nederlandse volleyballers hadden vele finales verloren waaronder die van de Spelen van 1992 in Barcelona eer zij in Atlanta olympisch kampioen werden. De tragiek van de turnsters is evenwel dat hen weinig tijd gegund is, omdat de sport maar in korte tijd op hoog niveau beoefend kan worden. Het is weinig turnsters gegeven om twee keer aan de Olympische Spelen deel te nemen. Van de Leur en Endel hebben reeds laten doorschemeren dat zij niet doorgaan tot en met de Spelen van 2008 in Peking; voor hen is `Athene' de enige en laatste kans.

Is er een schuldige voor de afgang in Anaheim aan te wijzen? Op grond van een vluchtige analyse niet; iedere sporter kan tenslotte geblesseerd raken. Maar is het toeval dat zo veel turnsters op hetzelfde, hoogst ongelukkige, moment ziek, zwak en misselijk zijn? Het kan geen kwaad dat de gymnastiekbond een analyse maakt van de medische begeleiding van haar topturnsters. De nationale selectie beschikt weliswaar over een arts en een fysiotherapeut, maar dat is weinig gelet de intensiteit van de sport en de programma's.

Toen Van de Leur eind maart door haar enkel ging bij een wedstrijd in Thessaloniki heeft het een week geduurd voordat werd besloten een MRI-scan te maken. Het gevolg: onnodig tijdverlies waardoor de kwetsuur mogelijk verergerde. Ander voorbeeld: Endel werd ziek bij een toernooi in Parijs. Met hoge koorts moest zij alleen hals over kop terugreizen naar Nederland. Verantwoord? Niet als het om kwetsbare topsportsters gaat. Een bond met olympische ambities moet er voor zorgen dat de medische begeleiding van hoog niveau is en dat structureel artsen en fysiotherapeuten bij trainingen en wedstrijden aanwezig zijn.

Is er op het technisch vlak wat fout gegaan? Ja, want bondscoach Frank Louter is er niet in geslaagd om zijn turnsters op het moment suprème te laten pieken. Aan zijn kundigheid als trainer kan het niet gelegen hebben, want die wordt alom geprezen. Maar wel aan zijn relatie met turnsters, die vaak nog tieners zijn. Louter is na slechte ervaringen uit het verleden koel en zakelijk geworden in de omgang met turnsters. Hij is hard en veeleisend. Die aanpak werkt niet bij iedereen. Suzanne Harmes brak met hem als clubcoach en vluchtte naar Boris Orlov bij De Hazenkamp in Nijmegen. En er sijpelen steeds meer geluiden door dat de relatie met zijn protégé Van de Leur danig is bekoeld.

Nu Louter heeft gefaald, dient zijn positie geëvalueerd te worden. De conclusie zou dan kunnen zijn dat hij beter kan stoppen als bondscoach. In dat geval ontstaat er een vacuüm waar niemand bij gebaat is. In eigen land zijn geen gelijkwaardige alternatieven; bovendien heeft hij nog een contract voor een jaar. En voor de aanstelling van een bekwame buitenlandse bondscoach heeft de gymnastiekbond geen geld. De bond, de turnsters en de huidige bondscoach zijn tot elkaar veroordeeld. Wil het succes van de afgelopen twee jaar gecontinueerd worden en willen de twee Nederlandse turnsters die wél naar de Olympische Spelen in Athene mogen enige kans op succes hebben, dan moeten na de WK nieuwe afspraken over samenwerking worden gemaakt.