Rijmpost

`Zo gaat-ie goed, meneer Van Lennep', zei de prostituee tegen de zoon van de Leidse schrijver Jacob van Lennep.

Elk jaar stuur ik een voormalige geliefde voor haar verjaardag een prentbriefkaart met op de voorkant Groeten uit Eefde en felicitatie plus liefs op de achterkant. In een opwelling voegde ik deze keer twee dichtregels van Paul van Ostaijen toe: `Leg uw hoofd zo in mijn arm/ dat van uw voorhoofd naar uw mond mijn blik schuive.' Per kerende post arriveerde een ansichtkaart met Groeten uit Amsterdam en in haar vertrouwd vinnige hanenpoten de regels `Lay your sleeping head, my love,/ Human on my faithless arm' van W.H. Auden.

Onmiddellijk dacht ik aan de literaire parallel tussen de Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen en de kosmopoliet Elias Canetti. In het sprookje over een hooghartig meisje dat op een wittebrood ging staan, om haar nieuwe schoenen niet te bevuilen, schrijft Andersen dat zij voor haar plezier vliegen de vleugels uittrok om er `kruipdieren' van te maken. Elias Canetti citeert in Die Fliegenpein uit de memoires van Misia Sert: ,,Een van mijn kamergenootjes was een kampioene geworden in de kunst van het vliegen vangen. Geduldige bestudering van die diertjes had het haar mogelijk gemaakt precies de plaats te vinden waar je de speld doorheen moest steken om ze op te prikken zonder dat ze stierven. Zij vervaardigde op deze manier kettingen van levende vliegen en raakte in verrukking over het hemelse gevoel dat haar huid ervoer bij de aanraking van de wanhopige voetjes en trillende vleugeltjes.''

Ongeweten doen ook Marita Mathijsen en Maarten 't Hart aan literaire kruisbestuiving. Zij beschrijft in haar eind vorig jaar verschenen essaybundel De gemaskerde eeuw een gevleugelde anekdote over de seksuele mores van de Leidse schrijversfamilie Van Lennep. Vader Jacob van Lennep vond dat zoonlief David moest worden ingewijd in de geheimen van de `voortteling' en stuurde hem daartoe naar een prostituee. Mathijssen: ,,Toen de jongen na een paar mislukte pogingen eenmaal op dreef was, zei ze: `Zo gaat-ie goed meneer Van Lennep.' Verbaasd vroeg David hoe zij wist dat hij een Van Lennep was. Zij antwoordde: `Ik herkende de vader aan uw rustige streek.'''

Maarten 't Hart schreef in 1995 in Hollands Maandblad dat hij van een `rasechte Groninger' het volgende verhaal hoorde. ,,Een broer en een zuster gaan met elkaar naar bed. De zuster zegt na afloop tegen haar broer: `Jij hebt dezelfde kalme slag als vader.' Waarop de broer zegt: ,,Dat zei moeder ook al.'''

    • Peter Yvon de Vries