Rapper als tonic voor sufmans

Je moet van goede huize komen wil je vandaag de dag nog in een film met een stalen gezicht kunnen beweren dat witte Amerikanen stijve sukkels zijn en zwarten zo goed kunnen dansen.

Bringing Down the House is een komedie waarin wel meer gebeurt zonder een spier te vertrekken. Zo zingt Joan Plowright als erfgename van een katoenfortuin een spiritual waarin arme negerkindertjes bevend aan hun moeder vragen wanneer de baas zal komen om hen weg te halen. Dat is niet bedoeld om te lachen, maar om aan te tonen hoe belachelijk racistisch zij is, en in hoeveel bochten belastingadviseur Steve Martin zich moet wringen om het beheer over al dat geld voor zijn kantoor als opdracht binnen te slepen. Maar aan het ouderwetse clichébeeld over wit en zwart wordt niet getornd.

Waar het om draait in de nieuwe film van acteur regisseur Adam Shankman, die eerder in The Wedding Planner kordate Latina Jennifer Lopez aan zuidelijke zeikerd Matthew McConaughey koppelde, is het best te vergelijken met de televisiereclame voor DubbelFrisss. Daarin zorgt een slokje van een sprankelend frisdrankje voor privé-Surinamer Wesley op je schouder die je leert swingen en minnen. Steve Martins DubbelFrisss heet Queen Latifah.

De rapzangeres heeft zelf een productiecredit voor de film waarin zij het ingeslapen leven van workaholic Martin rumoerig op z'n kop komt zetten. Martins Peter Sanderson blijft echter een saaie druif al leert hij hiphoppen als een bejaarde Eminem.

Martin Bril schreef vorige week in de Volkskrant dat een blanke die iets zwarts doet, iets geheimzinnigs heeft. Bringing Down the House maakt van die fascinatie iets ontluisterends.

Bringing Down the House. Regie: Adam Shankman. Met: Steve Martin, Queen Latifah, Eugene Levy, Joan Plowright, Jean Smart. In 54 bioscopen.