Queen Latifah

De vrouwelijke rapper Queen Latifah is in korte tijd ook een superfilmster geworden, door een Oscarnominatie voor `Chicago', en het commerciële succes van `Bringing Down the House'.

De borstverkleiningsoperatie van rapper en filmster Queen Latifah (van cup DD naar C, beweren de persbureaus) was deze zomer in de roddelpers groter nieuws dan de forse toename van haar economische waarde. In dezelfde maand dat ze een Oscarnominatie kreeg voor de kleine bijrol van gevangenisdirectrice Mama Morton in Chicago, was de komedie Bringing Down the House drie weken lang de best bezochte bioscoopfilm in Noord-Amerika. Voor haar eerstvolgende hoofdrol, Beauty Shop, zou de ster nu `een bedrag van acht cijfers' als honorarium hebben bedongen hebben. Maar Queen Latifah, ooit werkzaam bij de Burger King, kreeg haar carrière niet cadeau.

Latifah betekent in het Arabisch `delicaat' of `gevoelig'. Toen Dana Elaine Owens (Newark, 18 maart 1970) acht jaar oud was besloot ze haar voornaam in Latifah te veranderen, volgens de mode die in die tijd veel Afro-Amerikanen richting Mekka deed blikken. De vorstelijke titel kwam toen ze als rapper een vrouwelijk tegengeluid formuleerde voor het gebitch van de hiphop-jongens.

Latifah's vader was een politieman en een Vietnamveteraan, hetgeen haar dit voorjaar, vlak voor de Oscaruitreiking in het teken van de oorlog in Irak, deed verzuchten dat ze heel goed weet wat een oorlog met mensen kan doen. Anders dan de meer vileine en `liberal' Whoopi Goldberg is Queen Latifah een radicale, volkse ster, die materialistisch durft te zijn. Ze zei ook vooral geïnteresseerd te zijn in de mand met presentjes die Oscargasten krijgen uitgedeeld.

Al een paar jaar na haar eerste rapplaat in 1988 debuteerde Queen Latifah als filmactrice in Spike Lee's Jungle Fever (1991), als een serveerster with an attitude. Na een paar kleine rollen was ze een van de vier zwarte bankroofsters in de authentieke genrefilm Set It Off (F. Gary Gray, 1996). Ze was een astronaute in Sphere (Barry Levinson, 1998) en de verpleegster van de verlamde Denzel Washington in The Bone Collector (Phillip Noyce, 1999). Misschien vormde haar stem van de mevrouw van de centrale in Martin Scorsese's ambulancefilm Bringing on the Dead (1999) tot nu toe de beste synthese van haar, elkaar aanvullende, delicate en no-nonsensekanten.

In Chicago en Bringing Down the House is Queen Latifah toch meer de burgermansschrik, de karikaturale zwarte vrouw die je beter niet in het donker kunt tegenkomen. Naarmate haar ster verder stijgt, zullen ook steeds weer de lijken uit de kast vallen, van haar arrestaties voor dronken achter het stuur zitten, in het bezit van marihuana en een pistool. Misschien is dat ook wel het beeld van een Big Mama, dat beter bevalt dan dat van de lepe Whoopi.