Picknick met gesloten ogen

Honden africhten, fietsen, picknicken, skiën. Normale bezigheden, maar niet op een concentratiekampterrein.

In het voormalige concentratiekamp Mittelbau-Dora in het Duitse Nordhausen, niet ver van Erfurt, is het personeel verwikkeld in een voortdurende strijd met stadsbewoners. Een flink deel van de Nordhausenaren gebruikt het kamp als recreatieplaats. De directie moet om de haverklap optreden tegen grof gedrag. Zoals afgelopen juni, als op het terrein van Mittelbau-Dora een groep Duitsers van een jaar of 70 neerstrijkt. Ze zitten aan lange picknicktafels op de parkeerplaats, die onderdeel is van het concentratiekampterrein. De groep heeft direct uitzicht op een enorme grijsgrauwe vlakte, waar in de oorlog de barakken van de gevangenen hebben gestaan, en waar nu nog de appèlplaats, de martelkamer en het crematorium te zien zijn. Het geluid van glasgerinkel en gelach. De tafels zijn bezaaid met zakken broodjes, kannen koffie en flessen bier. De zon schijnt, de stemming is opperbest. De ouderen, gevraagd of ze dit wel kunnen maken , zeggen: ,,Zeker wel, dit is toch onze eigen grond.''

,,Steeds opnieuw moeten we mensen uitleggen dat deze plek dergelijk gedrag absoluut niet verdraagt'', vertelt de directeur van Mittelbau-Dora, Jens-Christian Wagner. Hij is ook directeur van het nabij gelegen kamp Buchenwald. Op beide plaatsen maakt hij wat dat betreft de meest bizarre dingen mee, maar Mittelbau-Dora spant wel de kroon. Want de picknick is geen incident, verzucht Wagner. ,,Er wordt hier gewandeld, gefietst, in de winter geskied, mensen oefenen hier hun rijvaardigheid voor hun rijexamen. Heel soms krijgen we te maken met extreem-rechtse groepen, in dat geval sturen we de politie er op af.''

Alle vroegere concentratiekampen in Duitsland hebben de status van herdenkingsplaats. Er geldt een gebod om je als bezoeker waardig te gedragen. Dat gebod wordt in Nordhausen dus fors genegeerd. ,,Als we de mensen daarop wijzen, en dat doen we altijd, zeggen ze `wat noemt u waardig''', vertelt Wagner. ,,Het is een totale ontkenning van de historie en de betekenis daarvan. Onwetendheid is het zeker niet, want de groep die picknickte had net een rondleiding in het kamp achter de rug. De houding is: het is allemaal heel erg geweest, maar wat hebben wij daar mee te maken?''

De Nordhausenaren hebben er in zoverre iets mee te maken, dat er in de oorlog aan de rand van hun stad ruim 20.000 van de 60.000 dwangarbeiders stierven door uitputting en marteling. Onder de doden waren naar schatting honderd Nederlanders. Het kamp werd eind 1943 door de nazi's ingericht in en rond een oude mijn. Mittelbau-Dora was geschikt om de productie van de V2, hun geheime moordwapen, letterlijk ondergronds voort te zetten. Dat moest nadat de V2-fabrieken in het noorden van Duitsland waren uitgeschakeld door een geallieerd bombardement.

Het uitgestrekte kampterrein, met allerlei weggetjes tussen de velden, ligt tegen Nordhausen aangeplakt. Dat verklaart misschien gedeeltelijk het gemak waarmee de bewoners er naartoe gaan. De meeste andere concentratiekampen zijn diep verscholen in de bossen. Al in de DDR-tijd, Nordhausen ligt in Oost-Duitsland, werd er onzorgvuldig mee omgegaan. Zo kreeg een hondensportvereniging in 1982 een vergunning om op het kampterrein honden af te richten. Het is directeur Wagner na een lange strijd pas onlangs gelukt om zich van deze club met bijbehorend gebouw te ontdoen. Hij slaagde daar alleen in door uit het eigen budget van Mittelbau-Dora 250.000 euro op te hoesten voor een nieuw clubgebouw elders. De hondenvrienden verhuizen oktober aanstaande.

Pedagogisch medewerkster Brita Scheuer, verantwoordelijk voor de wijze waarop het verleden in Mittelbau-Dora wordt gepresenteerd, noemt de gebeurtenissen een banalisering van het verleden. Ze laat een discussie lezen in een plaatselijke krant. Daarin stelt een briefschrijver dat iedereen op dit stuk grond toch mag doen wat hij wil, de directie wordt `overgevoelig' genoemd. Enkele andere briefschrijvers gaan hier weliswaar fel tegenin, maar de discussie is doodgebloed zonder een duidelijke uitkomst. De politiek, noch de journalistiek pikt het probleem op.

Wagner en Scheuer zien één lichtpunt. Duitse jongeren die voor een rondleiding komen, zijn steeds meer in staat om de realiteit in te zien: de nazi-misdaden zijn een concreet onderdeel van hun eigen geschiedenis. Bijna zestig jaar na dato wordt dat makkelijker, want het zijn niet meer de vaders en de grootvaders, maar inmiddels de overgrootvaders die erbij betrokken waren.