Manager voor één strandseizoen

Bij de hippe strandtent Bloomingdale in Bloemendaal aan Zee is niet te merken dat het slechter gaat in Nederland. ,,Bij ons valt of staat alles met het weer'', zegt bedrijfsleider Gideon van Voornveld. Inkomenszekerheid heeft hij niet, maar dat is niet erg: de strandtent draait een topseizoen.

Er wordt gestolen. Daarom zijn de glazen vervangen door plastic bekers. ,,Het is bizar, maar we begonnen dit strandseizoen met tweehonderd champagnekoelers, nu zijn er nog twintig over. Gewoon verdwenen'', zegt Gideon van Voornveld (30). Hij is bedrijfsleider van Bloomingdale, een hippe strandtent in Bloemendaal aan Zee. Het asociale gedrag van sommige gasten vindt Van Voornveld de minder leuke kant van zijn werk. Van de 900 grote crèmekleurige kussens die er in april waren voor de ligbedden zijn er nu nog 600 over. Ook floormanager Marieke Kuijl (25) verbaast zich er nog steeds over dat ,,iedereen alles zomaar op de grond flikkert en onder de banken stopt''.

Deze zondagochtend zijn er tien man bezig om de troep van de vorige dag op te ruimen. In totaal heeft Van Voornveld honderd man personeel op de loonlijst staan. Iedereen, ook Van Voornveld, is voor één seizoen in dienst. Dat seizoen loopt van 1 april tot 1 oktober. Dan wordt de hele tent afgebroken. Begin april wordt die weer als een bouwpakket in elkaar gezet. ,,Dit jaar gingen we op 18 april open. Ik was nieuw en mijn personeel ook, maar we moesten wel in twee weken de menukaart samenstellen, alle apparatuur moest functioneren, de voorraad moest op peil zijn en zo kan ik nog wel even doorgaan.'' Maar dat vindt Van Voornveld, die een havo-diploma heeft en tien jaar ervaring in de horeca, juist het leuke aan zijn werk: in korte tijd iets tot stand brengen.

Zekerheid in inkomen en voorzieningen houden hem nog niet bezig. Hij bouwt in zijn verschillende banen wel pensioen op, maar ook pensioenbreuken. Hoeveel hij verdient, wil hij niet zeggen, maar wel dat hij van de aandeelhouders een bonus ontvangt die gekoppeld is aan de hoogte van de omzet die hij dit seizoen behaalt. Op een dag als vandaag komen er zeker 1.500 man, die vaak de hele dag blijven en dus drinken en eten. Eén flesje bier kost €3,60.

Deze dag lopen de eerste gasten om een uur of half elf 's ochtends binnen. Na twaalf uur mag er alcohol geschonken worden en gaat de muziek harder. Het publiek is, op een enkele uitzondering na, niet ouder dan een jaar of veertig, heeft geen last van overgewicht en veel aandacht voor kleding en uiterlijk. De grote, breedgeschouderde, blonde man die om twaalf uur begint met bewegen op muziek en staande op zijn ligbed boksbewegingen maakt, doet dat om acht uur 's avonds nog. Af en toe met een nieuwe Breezer. Het is 35 graden. Bijna niemand zwemt; de plantenspuiten zijn voor velen een goed alternatief om af te koelen.

Van Voornveld vindt dat zijn medewerkers hard werken, hoewel hij mensen heeft moeten ontslaan omdat ze het werktempo en de druk niet aankonden. ,,Natuurlijk kan iemand een slechte dag hebben, maar als jij steeds een lagere omzet draait dan je collega's, dan ligt de lat te hoog voor je.'' De meeste werknemers zijn tussen de 18 en 22 jaar oud, hebben een nul-urencontact en werken op afroepbasis. Gemiddeld verdient het bedienend personeel 10 euro per uur, inclusief fooien.

De werkweek van Van Voornveld telt zeker zestig uur. Hij begint meestal om een uur of acht 's ochtends en sluit af na middernacht. Het aantal werkuren heeft hij aan het begin van het seizoen onderschat. ,,Ik merk dat het belangrijk is om er gewoon te zijn'', zegt Van Voornveld, ook al heeft hij zeven managers onder zich, die ieder een eigen taak hebben: de keuken, de techniek, strand, binnen etcetera. Van Voornveld springt in waar het vast dreigt te lopen en houdt intussen alles in de gaten. De hele dag loopt hij heen en weer tussen zijn simpele, kleine kantoor en de werkvloer. ,,Op drukke dagen leeg ik elk uur de kassa's en de tien portemonnees, die bij de bediening uitstaan.'' Zijn rol speelt zich voornamelijk af op de achtergrond: ,,Ik heb weinig direct contact met gasten, alleen als zich problemen voordoen of als onze sponsors er zijn. Die leggen we in de watten. De kleding van het personeel, maar ook de stoelen op het terras, de sigaretten en de drankjes, worden gesponsord door bekende merken.'' Voor de rest doet hij de administratie, de communicatie met de gemeente en de politie, het personeelsbeleid en het wekelijkse overleg met de drie aandeelhouders over de gang van zaken. ,,Ja, er zijn omzet- en winstdoelen geformuleerd en het is mijn taak de aandeelhouders tevreden te houden. Welke omzet hij draait? ,,Dat is het best bewaarde geheim op dit strand.''

Ondanks de drukte loopt alles zoals het moet, vindt Van Voornveld. ,,Als ik niet uitkijk, ga ik me vandaag nog vervelen'', bekent hij tegen vijf uur 's middags. De voorbereidingen voor de barbecue liggen op schema, de discjockey is binnen aan het draaien. ,,Je zult zien, om een uur of negen staat het binnen vol met honderden dansende mensen.'' Hij krijgt gelijk. Om half twaalf 's avonds moet Van Voornveld ervoor zorgen dat die allemaal weg zijn.

Hoe lang wil hij dit werk nog blijven doen? ,,In de horeca ben ik eigenlijk uitgegroeid. Zie jij in de horeca ooit personeel van boven de vijftig? Ik niet: óf je stapt eruit óf je begint voor jezelf.'' Hij is in gesprek met twee partijen over zijn toekomst. Een horecabedrijf en een jonge onderneming in de meubelsector. Voor beide zou hij een nieuwe vestiging moeten opzetten. Hij heeft nog geen beslissing genomen. ,,Eerst in oktober drie weken met mijn vriendin naar Indonesië.''

In deze rubriek wordt maandelijks een loopbaan in beeld gebracht