Leeg land

De thuisblijvers kregen deze vakantie op zo'n schroeiende manier gelijk dat het ons nog lang zal heugen. Ik verwacht dat Nederland het volgende hoogseizoen afgeladen vol zal zijn.

Wie wil het nóg een keer meemaken dat hij na dagenlang file-oponthoud in de brandende zon, na overvolle campings en levensbedreigende bosbranden gestrest uit het zuiden van Europa terugkeert om zijn thuisgebleven buren goudbruin, stralend en heerlijk uitgerust aan te treffen?

Toch nog niet genezen van de volksverhuizingswoede? Vraag dan eens langs je neus weg aan de kinderen: wat zullen we volgend jaar doen, wéér de Costa Brava of toch maar Terschelling? De antwoorden zullen u verbazen. Kinderen haten lange autoreizen, af en toe onderbroken door een uitstapje omdat pa zo nodig in een wolk van culturele zelfverheffing een of andere kathedraal moet bezoeken. Kinderen willen zon en zee, en wel zo snel mogelijk.

Vreemd eigenlijk dat we onze neus ophalen voor een vakantie in eigen land. Want er gaat niets boven Nederland in juli. Ik kwam daar dit jaar achter omdat ik om allerlei redenen zelf was thuisgebleven. Nederland in juli is, met uitzondering van de kuststrook, een volstrekt leeg land. Iedereen is weg naar de bosbranden en de diarree.

De achterblijvers kunnen hun hart ophalen. In Amsterdam kun je overal je auto parkeren als je op zoek bent naar een van de vele halfvolle terrasjes. De musea snakken naar bezoekers. Amsterdam is een rustig, slapend stadje geworden, een soort Assen. Alle snobs, verkeersmaniakken, hoeren en ADHD-kinderen de deur uit het lucht geweldig op.

Buiten Amsterdam daalt er zo'n rust op je neer dat je geneigd bent de tocht per postkoets voort te zetten. Wij wandelden en fietsten door de Betuwe en Overijssel zonder op enige andere vreemdeling te stuiten, afgezien van een toevallige landloper of een asielzoeker die zich afvroeg waarom hij niet welkom is in zo'n leeggelopen land. Boeren op het land staken verbaasd hun hand op als ze ons zagen en kwamen verheugd een praatje maken (de meeste boeren waren naar Saint-Tropez).

Nooit zal ik de aanblik vergeten van een speeltuin in het hart van Overijssel, het zogeheten vlekje het Hollands Schwarzwald. De schommels en carrousels stonden er onbeheerd bij, er was geen kind te bekennen. Overal in de omgeving waren de restaurants gesloten. Ook Overijssel was met vakantie. Naar het Schwarzwald?

Over Overijssel gesproken. Is er een mooiere provincie in Nederland? Nee. In Overijssel hervind je het Brabant en Limburg van de jaren vijftig. Weinig industrie, voor Nederlandse begrippen veel natuur.

Ik viel definitief voor Overijssel toen ik bij een buitenherbergje twee koffie en een krentenwegge moest afrekenen. Het kostte 4,60 euro, ik gaf een biljet van tien en voegde er stedelijk royaal aan toe: ,,Geeft u maar vijf terug.''

De oude mevrouw die het zaakje beheerde, zei stomverbaasd: ,,Maar dan krijgt u te weinig terug!''

,,Zo is het goed'', zei ik.

Ze keek me bijna bedroefd aan en zei: ,,Maar dat hoeft niet, hoor.''

Overijssel!

In juli.