Het brede beeld als antwoord op de televisie: je zit ín Oklahoma

`If Zanuck's latest picture were the good old-fashioned kind,/There'd be no one in front to look at Marilyn's behind', zongen Fred Astaire en Janis Paige in 1957 in de musical Silk Stockings. Ook de staart van Lassie zou geen publiek meer trekken. Elk couplet van dit liedje van Cole Porter eindigde met 'You've gotta have glorious Technicolor,/ Breathtaking CinemaScope and/Stereophonic sound'. Silk Stockings is een van de films die vertoond worden op het Widescreen-weekend van het Filmmuseum, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van CinemaScope. In 1953 ging de eerste CinemaScope film, The Robe, in première. Het Widescreen-weekend wordt gehouden in Bellevue Cinerama in Amsterdam, een van de weinige Nederlandse bioscopen die (sinds 1965) breedbeeldfilms kon projecteren. Na de overname van dit theater door het Filmmuseum begin dit jaar, werd de apparatuur daarvoor gerestaureerd.

In het begin was Cinerama, het procédé waarnaar de bioscoop werd vernoemd, zoiets als Imax nu; een bioscoopervaring die het net deed lijken of je werkelijk in een speedboot zat of boven een ravijn hing. Alles went, kennelijk; het publiek dat in 1895 nog terugdeinsde voor een trein, had vijftig jaar later al sterkere illusies nodig. Die illusie werd vooral ingezet tegen de concurrentie van het nóg kleinere scherm. Breedbeeld was het antwoord van de bioscoop op de televisie. Veel van de musicals en epen die toen werden gemaakt, waaronder vele nog steeds bekende titels als Ben Hur en The Sound of Music, konden op een reuzenscherm nog imposanter lijken.

Bij CinemaScope worden opnames gemaakt met anamorfische lenzen, waardoor beelden worden gecomprimeerd die dan bij de projectie weer uit elkaar getrokken worden. CinemaScope maakte het beeld veel breder dan bij een gewone film. Bij het nog grotere Cinerama worden door drie camera's opgenomen beelden door drie projectoren op een gebogen scherm geprojecteerd. Probleem hierbij was dat de overgang tussen de verschillende projecties vaak zichtbaar was. Er liepen strepen over het doek. Dat is niet zo bij 70mm films, waarvan het negatief 65 mm groot is (de overige 5 mm zijn voor het geluid).

In 1957 waren er al zoveel verschillende breedbeeldsystemen dat Cole Porter zijn liedje met een opsomming kon besluiten: `You've gotta have glorious Technicolor,/Breathtaking Cinemascope or/Cinerama, Vista Vision, Superscope or Todd-A-O'. Van al deze systemen is Todd-AO het meest legendarische. Dit systeem is onder meer vernoemd naar de Amerikaanse zakenman Mike Todd, tweede man van Elizabeth Taylor, die Cinerama nog niet goed genoeg vond. Aan de Amerikaanse wetenschapper Brian O'Brien vroeg hij: 'Get me something where everything comes out of one hole'. O'Brien had eerder de snelle camera's uitgevonden waarmee de ontploffingen van atoombommen konden worden vastgelegd. De eerste film in Todd-AO werd opgenomen was de musical Oklahoma! (1955) van Fred Zinnemann. `You're in Oklahoma', adverteerden de posters.

Het Filmmuseum vertoont dit weekeinde films gemaakt in verschillende breedbeeldsystemen, en ook blow-ups van het gangbare 35mm formaat naar 70mm, zoals Close Encounters of the Third Kind (1977). Op het programma staan onder meer Lawrence of Arabia (Super Panavison), Porgy and Bess (Todd-AO) en Circusworld (Super Technirama). Zaterdag worden er gratis korte breedbeeldfilm vertoond, waaronder Sky over Holland, een film die John Fernhout in 1967 voor de wereldtentoonstelling in Montreal maakte. Fernhout monteerde een camera op de neus van een straaljager, en inderdaad, het lijkt net alsof je in een vliegtuig zit.

Widescreen-weekend. 22 t/m 24 augustus. Filmmuseum Cinerama, Amsterdam.