Geen goed signaal

De zeepbel is terug. De aandelenkoersen stijgen. De winsten gaan omhoog en de wereldeconomie trekt aan. Dat is althans wat beleggers lijken te geloven.

De aandelenmarkten in VS, Europa, Groot-Brittannië, en Japan hebben niveaus bereikt die we een jaar geleden voor het laatst zagen. Helaas lijken ondernemingsbestuurders dit vertrouwen niet te delen. Zij verkopen in adembenemend tempo aandelen in hun eigen bedrijf. Als deze verkopen doorgaan in het tempo dat ze de eerste week van augustus hadden, zou het maandtotaal wel bij de 19 miljard dollar kunnen uitkomen. Zakenbank Dresdner Kleinwort Wasserstein wijst erop dat dat het hoogste niveau zou zijn sinds vlak vóór het hoogtepunt van de beurs drie jaar geleden.

Als de geschiedenis zich herhaalt, zal dat niet helemaal volgens dezelfde lijnen verlopen. Net vóór de instorting van de markt in 2000 behoorden topmanagers van technologiebedrijven tot de grootste verkopers van aandelen in hun eigen bedrijven. Nu zijn het directeuren van banken en supermarktketens die de toon zetten. Dat is een belangrijk verschil. Deze sectoren zijn gevoelig voor een van de weinige onderdelen van de economie die nog goed draaien: de consumptie. Toch is het aantal topmensen van Amerikaanse supermarktketens dat deze maand aandelen verkoopt bijna achtmaal groter dan het aantal van hen dat aandelen in het eigen bedrijf aankoopt. SG Securities wijst erop dat het verschil van dit percentage ten opzichte van het langetermijngemiddelde wel erg groot is.

Het beeld bij Amerikaanse en Britse banken is even verontrustend. De directeuren van deze instellingen stoten hun aandelenbezit bijna net zo snel af. Dit soort aandelenverkopen is weliswaar maar een van de indicatoren van de toekomstige winstgroei, maar als topmensen zelf niet geloven dat de vooruitzichten van hun bedrijven de stijging van de koersen rechtvaardigen, kunnen beleggers maar beter op hun hoede zijn.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.