Bomaanslag op VN-gebouw Bagdad

De Verenigde Naties zullen hun humanitaire missie in Irak voortzetten, ondanks de aanslag op het VN-hoofdkwartier in Bagdad die gisteren het leven kostte aan zeker 17 mensen, onder wie de speciale VN-gezant voor Irak, Sergio Vieira de Mello.

,,We laten ons niet intimideren'', zei secretaris-generaal Kofi Annan vanochtend. ,,We zullen volharden. We zullen doorgaan. Het is wezenlijk werk'', aldus Annan. Ondersecretaris-generaal Shasi Tharoor zei echter dat niet wordt uitgesloten dat de werkwijze of de inzet van VN-personeel in Irak fors zal veranderen. Tharoor noemde het noodzakelijk ,,de aanwezigheid, het personeel en de inzet van VN-mensen'' opnieuw te bekijken.

Overwogen wordt al het buitenlandse VN-personeel in Bagdad en de Noord-Iraakse stad Mosul naar Jordanië te evacueren.

In Nederlands hebben de ministers De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) en Kamp (Defensie) vanmorgen in de ministerraad de situatie in Irak na de aanslag besproken. Volgens Kamp is er geen reden voor ongerustheid over de Nederlandse militairen in het zuiden van Irak. ,,Zaak is wel om alert te blijven'', aldus Kamp. De Hoop Scheffer zei te verwachten dat de VN hun werkzaamheden ter plekke voortzetten.

De aanslag werd veroorzaakt door een zware bom die vermoedelijk verborgen was in een cementwagen die geparkeerd stond onder het kantoor van VN-gezant De Mello. Drie verdiepingen van het VN-hoofdkwartier, een voormalig hotel, zakten volledig in elkaar. Op het moment van de aanslag, in de namiddag, was een persconferentie van de VN gaande over het opruimen van mijnen. Meer dan honderd mensen, VN-personeel, medewerkers van de Wereldbank, journalisten en omstanders raakten gewond.

VN-medewerkers spreken van de zwaarste aanslag op een VN-complex in de 58-jarige geschiedenis van de internationale organisatie. Op het hoofdkantoor van de VN in New York werden de vlaggen van de 191 lidstaten gestreken en ging de blauwe VN-vlag halfstok. Volgens een woordvoerder van de VN kan het dodental nog oplopen. Reddingwerkers zijn de hele nacht op zoek geweest naar overlevenden. De Amerikaanse federale recherche FBI en forensische experts zijn ingeschakeld bij het onderzoek naar de daders. Turkije stuurt op verzoek van de VS tien reddingswerkers en twee honden.

De aanslag is een grote tegenslag voor het Amerikaanse leger in Irak dat sinds de val van het Iraakse regime van Saddam Hussein begin april kampt met aanhoudende onrust en gewelddaden in het land. De Amerikaanse president George Bush heeft echter in reactie op de aanslag gezegd dat de Verenigde Staten zich niet zullen laten intimideren door ,,terroristen en de overblijfselen van het wrede regime [van Saddam Hussein]''. De wederopbouw van ,,vrede en democratie'' in Irak zullen derhalve onverminderd voortgaan, zei Bush. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw zei dat hij met zijn Amerikaanse collega heeft gesproken over een grotere rol voor de VN in Irak. De hoogste Amerikaanse civiele bestuurder voor Irak, Paul Bremer, heeft bezworen de daders van de aanslag op te sporen. De aanslag is niet opgeëist. Maar eerder deze week had Bremer gewaarschuwd voor de recente komst naar Irak van moslimextremisten, onder wie leden van de terreurorganisatie Al-Qaeda, volgens Washington de hoofdverdachte van de aanslagen van 11 september 2001 op New York en Washington.

Achtergrond pagina 5