Boete en straf om voorkennis bij Furness

De rechtbank in Amsterdam heeft gisteren een bouwondernemer uit Ede veroordeeld voor handel met voorkennis in aandelen HIM Furness. De 60-jarige belegger, L. van D., kreeg een taakstraf van zestig uur en een voorwaardelijke celstraf van vier maanden. Ook moet hij een boete van 45.000 euro betalen en de koerswinst op zijn transacties van 94.000 euro afstaan.

De veroordeling is een overwinning van het openbaar ministerie (OM) in zijn moeizame strijd tegen handel met voorkennis. Justitie is bezig met een inhaalslag. Dit jaar heeft het OM een aantal kleinere zaken voorgebracht en verschillende schikkingen getroffen in voorkenniszaken (onder meer Norit en Kempen & Co). De uitspraak van gisteren is de tweede veroordeling dit jaar.

Van D. kocht in november 1999 voor ongeveer 1 miljoen gulden (450.000 euro) aandelen in HIM Furness. Kort daarna maakte grootaandeelhouder Rob Lubbers bekend het bedrijf via een openbaar bod van de beurs te willen halen. De beheersmaatschappij van de familie van oud-premier Ruud Lubbers bood 60 euro per aandeel, terwijl de beurskoers rond de 45 euro schommelde.

Het is volgens de rechter niet aangetoond hoe Van D. aan de informatie is gekomen; de tipgever is nooit vastgesteld. De rechter noemde nadrukkelijk wel J.K., commissaris van Koops Holding, dat in 2000 door Furness werd overgenomen, als een mogelijke bron. Deze zakenman had zakelijk contact met aannemer Van D. De laatste voerde wel eens een bouwopdracht voor Koops uit.

Ondanks het ontbreken van een bron vond de rechter de transactie van Van D. opmerkelijk genoeg om te veroordelen. De rechter concludeert dat de omstandigheden erop wijzen dat Van D. op de hoogte moet zijn geweest van koersgevoelige informatie over HIM Furness. Zo was het de eerste keer in meer dan tien jaar dat Van D. in aandelen handelde.

De straf is iets lager dan de eis van fraudeofficier van justitie J. Tonino. Die had gevraagd om tweehonderd uur dienstverlening, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een boete van 45.000 euro. De koerswinst moest eveneens worden ingeleverd, vond het OM. De straf van zestig uur dienstverlening viel twintig uur lager uit omdat de rechter vond dat het te lang heeft geduurd voordat de zaak in behandeling kwam.

Het openbaar ministerie toonde zich vanmorgen tevreden met de uitspraak. ,,De rechtbank heeft de indirecte bewijsvoering overgenomen en dat is positief'', zei een woordvoerder.