Artschwager geeft zijn objecten dubbele lading

Toen Richard Artschwager nog in zijn onderhoud voorzag als meubelmaker – in New York in de jaren vijftig – vroeg de katholieke kerk hem een altaar te maken. Een draagbaar altaar, met koperbeslag, een lade, en een kastje om kleding in op te bergen. Het ding beviel goed, en in één jaar maakte Artschwager nog eens dertig. Zelf zegt Artschwager, in een interview in 1965, niet te weten of de altaren hem op het idee van meubelsculpturen hebben gebracht. In ieder geval maakte hij iets dat naar zijn aard gewichtiger is dan een stoel of een tafel. Het is een voorwerp dat iets celebreert, en dat niet alleen dient om dingen in op te bergen of om aan te eten.

Een paar jaar later ontstonden Artschwagers eerste meubelobjecten. Het begon met een overgeschoten stukje formica dat `Gebleekt Walnoot' heette, wit met zwarte houtnerfpatronen, hard en glanzend. Het zag eruit alsof, in Artschwagers woorden, ,,het hout er doorheen gegaan was'', alsof het zelf maar half bestond, een afbeelding van hout. De inmiddels 80-jarige Amerikaanse kunstenaar maakte een klein wandkastje, van buiten echt walnoothout en van binnen een walnoot-herinnering van formica. Het kastje uit 1962 is te zien op een overzichtstentoonstelling in Krefeld van tekeningen, schilderijen en objecten die Artschwager maakte van de vroege jaren zestig tot heden.

Het is een strak, perfect gemaakt kastje, het formica verleent het een vervreemdende anonieme kwaliteit. Door het kleurverschil ontstaat ook een lichtwerking in het object; de buitenkant is `gewoon' en stoffelijk, maar de binnenkant niet. Bovendien is het kastje nutteloos. Het hangt op ooghoogte en is te klein om te gebruiken.

De objecten van Artschwager hebben altijd deze dubbele lading. Als meubels beantwoorden ze aan de menselijke maat, ze hebben met het lichaam te maken. Ze behoren tot de dagelijkse werkelijkheid, maar tegelijkertijd onttrekken ze zich daaraan. Ze ontstijgen aan zichzelf, of ze zijn op verhevigde wijze stoel of kastje door er een prototypische afbeelding van te zijn. Ze zien er onpersoonlijk, ontoegankelijk en industrieel vervaardigd uit. En toch hebben ze een transcendentaal aura. Overigens laat Artschwager de schoonheid van formica zien. Het plezier van het maken van deze dingen is duidelijk navoelbaar.

Voordat Artschwager met zijn objecten begon, tekende hij al. De tentoonstelling in Krefeld maakt duidelijk dat het tekenen de basis van zijn werk is. Artschwager onderscheidt drie elementen waarvan hij zich tijdens het tekenen altijd bewust is, en waarvan hij hoopt dat de beschouwer zich ook bewust is: het papier, de handeling van het tekenen en de voorstelling. Hij gebruikt papier met een duidelijke textuur. ,,Paper always talks a lot'', zegt Artschwager, het heeft een uitdrukking van zichzelf, en dus hoeft hij niet het hele oppervlak te bedekken. Hij tekent met houtskool dat hij licht over het papier laat gaan waar het licht is in het beeld, en zwaarder waar het donkerder is, en zo creëert hij een illusie van schaduw, van objecten, van deuken en `knepen' in het papier. In Upper Right Hand Flame liet hij een vlek open in een grijsgewolkt oppervlak, zodat een sensatie van een brandende vlam ontstaat. Altijd is er de suggestie van een object. Maar het is alsof de voorstelling zich niet prijs wil geven: het beeld is niet de uitdrukking van de wil van de maker (als expressie), ook is het niet de uitdrukking van het materiaal (als abstractie of louter vorm), en evenmin is het direct herkenbaar als voorstelling (als plaatje). Het beeld zweeft daar tussen in. Ook waar Artschwager wél een herkenbare voorstelling tekent is er die ambivalentie. Een interieur heeft bijvoorbeeld meer dan één perspectief, het oog vindt er geen houvast.

De schilderijen zijn een tussenvorm tussen de tekeningen en de objecten. Artschwager schildert in grisaille op celotex, hardgeperste vezelplaat met een grove structuur die het onmogelijk maakt voor het oog om het beeld `binnen te gaan', de blik wordt teruggekaatst, de voorstelling bestaat alleen op het oppervlak. Dikke lijsten van formica en plastic maken deel uit van het schilderij en werpen brede schaduwen op het beeld.

De kunst van Artschwager is één stap verwijderd van het normale dagelijkse leven. Door deze fysieke en mentale afstand ontstaan beelden en objecten die deel uitmaken van dat leven en tegelijkertijd ook weer niet. Ze bestaan in feite alleen binnen het domein van de kunst. Artschwager maakt dit domein van visuele waarneming en speculatie, op geniale wijze zichtbaar.

Tentoonstelling: Richard Artschwager: Tekeningen, schilderijen en objecten. Haus Lange en Haus Esters, Wilhelmshofallee 91-97, Krefeld. Tot 21/9. Di t/m zo 11-17u. Inl: 0049-2151-770044.