Antillen en route

Het was even onzeker, maar de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer hebben gisteren besloten hun voorgenomen bezoek aan de Nederlandse Antillen gewoon door te laten gaan. Dat is een verstandige beslissing. De na het aantreden van de nieuwe Antilliaanse regering gespannen verhouding tussen Nederland en het rijksdeel in de West is niet gebaat bij langetenenpolitiek. Die kant leek het vorige week wel op te gaan toen enkele fractievoorzitters het nut van de reis in twijfel trokken nadat premier Mirna Godett had laten weten geen prijs te stellen op een ontmoeting met de politici uit Nederland.

De ontmoeting met de Antilliaanse premier vormde slechts een miniem onderdeel van het programma. Om het niet doorgaan van dat gesprek aan te grijpen voor het schrappen van de hele reis zou een overdreven reactie zijn geweest. Bovendien miskent een dergelijke stap de verhoudingen op de Antillen. Er is op dit moment vooral sprake van een probleem tussen Nederland en toonaangevende politici van Curaçao. De andere vier eilanden van de Antillen en Aruba staan hier strikt genomen geheel buiten. De ophef van de afgelopen weken tekent vooral de ingewikkelde staatkundige verhoudingen die nog altijd zijn gebaseerd op het uit 1954 daterende Koninkrijksstatuut. Alleen daarom al is het goed dat de Nederlandse fractievoorzitters zich gedegen op de hoogte stellen van de situatie ter plekke.