Zomer van 2003 ook warm op de aandelenbeurzen

Bijna ongemerkt kruipen de effectenbeurzen wereldwijd uit het dal. Beleggers nemen daarmee een flink voorschot op het herstel van de economie.

Sell in May and go away? Dat deze beurswijsheid, die tevens voorschrijft om september weer terug te zijn, niet altijd opgaat bewijst de zomer van 2003. Stil en broeierig was het niet alleen buiten, maar ook op de aandelenmarkten. Daar zijn de omzetten niet bijster hoog geweest, en de gemiddelde dagelijkse koersbeweging op het Damrak behoorde met een uitslag van 1 procent tot de tamste van de afgelopen jaren.

De temperatuur is desondanks behoorlijk opgelopen. Gisterochtend sloot de Japanse Nikkei-index voor het eerst sinds ruim een jaar weer boven de 10.000 punten, na dit voorjaar te zijn weggezakt tot rond de 7.600 punten. Gisteravond stoomden Amerikaanse aandelen vooruit, en sloot de Dow Jones-index op zijn hoogste peil sinds vorig jaar juli.

Europese aandelen zijn zo ver nog niet, maar maken gestage vorderingen. Vorige week sloot de AEX-index boven de stand van 322,73 punten waarop hij eindigde aan het eind van 2002.

Beleggers maken voor het eerst sinds januari van dit jaar weer een gemiddelde koerswinst op Nederlandse aandelen. Niet dat de winst ook gelijkelijk verdeeld is: het zwaar wegende ING was, in 2003 tot nu toe, in zijn eentje verantwoordelijk voor een stijging van de AEX-index met 6,9 punten. Philips was goed voor 5,4 punten. Daar tegenover staan de fondsen die de index juist naar beneden trokken: Unilever met 4,8 punten en Ahold met 5,7 punten.

De reden voor de wereldwijde opleving van de beurzen is vooral het toegenomen optimisme over de wereldeconomie. Aandelenbeurzen lopen daar doorgaans op vooruit. Voor donderdag verwachten analisten veel goeds van de publicatie van de index of leading indicators in de Verenigde Staten. En vanmorgen overtrof de indicator voor de Duitse economie van het vooraanstaande ZEW-instituut ruimschoots de verwachtingen.

De herleving van de animal spirits mag in de reële economie dan alleen nog in de verwachtingen zitten, op de beurs lijkt de opleving al aan de gang. Het Amerikaanse effectenhuis Lehman Brothers merkte gisteren op dat van de zestig grootste Europese ondernemingen die hun cijfers over het tweede kwartaal al hebben gepresenteerd, er 29 betere resultaten bleken te hebben dan de gemiddelde verwachting onder analisten. Negen ondernemingen presenteerden juist minder dan verwachte resultaten. Het aantal positieve verrassingen over het tweede kwartaal overtrof ook in de Verenigde Staten het aantal tegenvallers.

Dat wil niet zeggen dat er geen kanttekeningen te maken zijn. Allereerst komen de beurzen van een bijzonder laag niveau in het voorjaar. De AEX-index bereikte bijvoorbeeld in maart nog een dieptepunt van 217 punten. Wie zo'n laag niveau beschouwt als een anomalie, zou het herstel van de laatste maanden eerder zien als een normalisering dan als een teken van groot optimisme. Zeker als wat verder in het verleden wordt gekeken. In januari 2000 deed de Dow Jones-index nog een gooi naar 12.000 punten. In 1990 verkeerde de Nikkei-index nog op een niveau van tegen de 40.000 punten. En drie jaar geleden noteerde de AEX-index kortstondig boven de 700 punten.

Het grote aantal positieve verrassingen in de bedrijfsresultaten heeft bovendien veel te maken met het feit dat veel analisten hun verwachtingen gedurende het tweede kwartaal flink terugschroefden. En die waren daarna ook makkelijker te overtreffen. Dan is er de kwaliteit van de verbetering van de bedrijfswinsten. Als kostenbeheersing, zoals nu, de bepalende factor is, zegt dat nog weinig over een daadwerkelijke opleving van de activiteiten van de beursgenoteerde bedrijven.

Zeker in de Verenigde Staten leggen beleggers inmiddels een forse claim op de toekomst: de gemiddelde koers-winstverhouding, het aantal maal de gerealiseerde winst per aandeel die voor een aandeel wordt betaald, is in de VS 21,8. Voor de dertig grote fondsen in de Dow Jones-index is die koers-winstverhouding zelfs ruim 30.

In Europa is dat gemiddeld slechts 14. Dat ligt voor een deel aan de structureel hogere waardering van Amerikaanse aandelen. Maar dat de Europese beurzen achterblijven ligt ook aan de sterk gedaalde dollarkoers, die een drukkend effect heeft. Door de ogen van een in dollars rekenende Amerikaan doet Europa het sinds de vorige zomer vrijwel even goed als Wall Street.

Het herstel van de aandelenkoersen sinds de desastreuze lente van dit jaar is vooral goed voor de geplaagde verzekeraars en pensioenfondsen, die forse klappen opliepen. Dat is goed nieuws. Het voorschot dat beleggers inmiddels hebben genomen op het economisch herstel betekent wel dat de bevestiging van de opleving in de reële economie niet al te lang meer op zich mag laten wachten.