`WTO-zege arme landen nodig'

De ministersconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), volgende maand in Cancún, staat en valt met een positief resultaat voor de ontwikkelingslanden. Daarbij is essentieel dat ontwikkelingslanden toegang krijgen tot goedkope, levensreddende medicijnen, zoals aids-remmers.

Dit hebben minister Brinkhorst en staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken gisteren gezegdtijdens een bijeenkomst waarop zij het Nederlandse standpunt voor `Cancún' toelichtten. Brinkhorst, een van de vice-voorzitters van de conferentie, leidt de 34 leden tellende Nederlandse delegatie.

In de delegatie zitten ook staatssecretaris Van Gennip, minister Van Ardenne voor Ontwikkelingssamenwerking en de Antilliaanse vice-premier Cova, die tevens minister van Arbeid en Economische Zaken is. Verder maken Kamerleden en vertegenwoordigers van onder meer LTO Nederland en de Consumentenbond deel uit van de Nederlandse afvaardiging.

De ministersconferentie is bedoeld om halverwege de huidige `Doha-ronde' van wereldhandelsbesprekingen de stand op te maken en vastgelopen onderhandelingsprocessen vlot te trekken. De ronde is genoemd naar de Qatarese hoofdstad waar eind 2001 een begin werd gemaakt met de huidige serie handelsgesprekken, die eind volgend jaar tot concrete resultaten moeten leiden.

Tot nu toe verloopt het proces teleurstellend, erkende Brinkhorst. Hij verwacht dan ook ,,een zware conferentie'' waarbij de onderhandelingen ,,dag en nacht'' doorgaan. Centraal op de agenda staat het onderwerp landbouw. De minister noemde het onlangs bereikte akkoord tussen de `olifanten' Europese Unie en Verenigde Staten over liberalisering van de handel in agrarische producten ,,een bijdrage aan een oplossing''.