Vroegere `Dolle Hond' wil pariastatus afkopen

Groot-Brittannië heeft gisteren in de VN-Veiligheidsraad een ontwerpresolutie ingediend om de sancties van de Verenigde Naties tegen Libië op te heffen. Kolonel Gaddafi wil af van de status van internationale paria, waarin zijn land verkeert sinds `Lockerbie'. Maar Frankrijk kan het hem nog lastig maken.

De `Dolle Hond van Tripoli' de omschrijving is van president Reagan telefoneerde zondagavond met de voorzitter van de Europese Commissie in Brussel, de Italiaan Romano Prodi. Met Italië heeft kolonel Muammar Gaddafi ook in de jaren van internationaal isolement uitstekend kunnen opschieten.

Prodi liet vervolgens de wereld weten dat de leider van het Libische Arab Jamahiriya, zoals Libië zich sinds 1986 noemt, ,,alles wil doen om de relaties met de Europese Unie en de Verenigde Naties te normaliseren''. En dat geldt ook voor de betrekkingen met de Verenigde Staten.

Met een combinatie van vastberadenheid, handigheid en charme probeert de kolonel zich al sinds 1998 te ontdoen van de status van internationale paria. Op korte termijn zal hij in dat opzicht een belangrijk succes boeken, want in de Veiligheidsraad is een royale meerderheid ontstaan om de uit 1992 daterende, en in 1999 opgeschorte sancties definitief in te trekken.

In Groot-Brittannë en de Verenigde Staten is de politieke wil ontstaan om Libië de hand te reiken, omdat de Libische regering de verantwoordelijkheid wil nemen voor de daden van de Libische agenten die in 1988 een koffer met explosieven aan boord van Pan Am-vlucht 103 plaatsten.

De brief van de Libische zaakgelastigde Amed Own afgelopen vrijdag aan de Veiligheidsraad schreef is een voorbeeld van Gaddafi's handigheid. Weliswaar wordt de ,,verantwoordelijkheid voor de daden van de functionarissen geaccepteerd'', maar er wordt met geen woord gerept over degenen die de opdracht hebben gegegeven of over de rol van Gaddafi zelf en zijn naaste medewerkers.

Gaddafi wil álles doen, behalve schuld bekennen aan de dood van 259 inzittenden en de 11 omgekomen bewoners van het Schotse Lockerbie. Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hebben op hun beurt besloten hem het vuur niet na aan de schenen te leggen. De kolonel kan op grond van deze brief niet aangewezen worden als de schuldige, als het brein achter de aanslag. In volkenrechtelijk opzicht wordt een onderscheid gemaakt tussen `staatsverantwoordelijkheid' en persoonlijke aansprakelijkheid. Die staatsverantwoordelijkheid houdt, in dit geval, in dat de families van slachtoffers financieel worden gecompenseerd, zonder dat Libië erkent schuldig te zijn. In feit lijkt de `deal' veel op het soort schikkingen dat in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië veel voorkomt.

Groot-Brittannië, de VS en vrijwel alle landen van de Europese Unie willen het hoofdstuk `Lockerbie' afsluiten en Libië is bereid diep in de buidel, gevuld met toekomstige olierevenuen, te tasten. Het is niet verwonderlijk dat Amerikaanse en Britse families van de slachtoffers grote moeite hebben met deze internationaal-politieke afhandeling. Voor hen is onverteerbaar dat alleen de Libische agent Al-Megrahi, een uitvoerder, in Kamp Zeist tot levenslang is veroordeeld, terwijl Gaddafi buiten schot blijft. Familieleden van slachtoffers spreken daarom over ,,zwendel en bedrog''. Maar zij zullen de gelden wel accepteren: van weigeringen is tot nu toe niets bekend.

Kolonel Gaddafi voert al jaren een campagne om de betrekkingen van zijn land met de Europese Unie en de Verenigde Staten te normaliseren. Hij gooide terwille van de Britten leden van het Ierse Republikeinse leger zijn land uit. Terroristen als Abu Nidal en de Venezolaan Carlos `de Jakhals' werden verbannen en Gaddafi eiste in 1998 als een van de eerste ter wereld de aanhouding van Osama bin Laden. De kolonel probeerde de Amerikanen te helpen bij het bestrijden van terrorisme op de Filipijnen.

Geen Europese regering, geen diplomaat in New York of Washington zal in de kolonel ooit een ideale regeringsleider zien, maar geleidelijk aan heeft de overtuiging postgevat dat het Gaddafi ernst is met zijn rehabilitatie-campagne. Frankrijk en Groot-Brittannië hebben als sinds 1999 nauwe diplomatieke banden. De voormalige Britse ambasadeur in Libië, Anthony Laden, laat geen moment onbenut om te vertellen dat ,,Libië geen Irak is''. Volgens Laden staat ,,Libië tegenwoordig aan de goede kant van de strijd tegen het terrorisme'', zo zei deze Schotse ex-diplomaat in The New Statesman.

Laden verklaart de metaformose van de kolonel met economische en politieke argumenten. De ruim vijf miljoen Libiërs zijn niet echt tevreden over het socialistische experiment van kolonel Gaddafi. En hij zelf lijkt ook afstand te hebben genomen van zijn politieke en economische Groene Boekje. Armoede en hoge werkloosheid domineren het beeld. Voor een land met oliereserves, die geschat worden op 35 miljard vaten en waarschijnlijk meer omdat 70 procent van het land niet ontwikkeld is, is dat onaanvaardbaar.

Volgens Paul Sullivan, een econoom verbonden aan de National Defense University in Washington, heeft Libië grote behoefte aan buitenlandse investeringen en expertise om de olie- en gasindustrie uit te breiden, te moderniseren en te repareren. In het Gas & Oil Journal zegt Sullivan dat daarom Amerikaanse oliebedrijven grote druk uitoefenen om niet alleen de VN-sancties maar vooral ook de veel strengere Amerikaanse handels- en investeringboycot op te heffen.

Washington steunt het plan de VN-sancties af te schaffen, maar aarzelt nog over de eigen bilaterale sancties. Maar als Gaddafi zich keurig blijft gedragen dan zal dat in het begin van volgend jaar wel gebeuren. De aanvaarding van de VN-resolutie is echter nog geen uitgemaakte zaak door de opstelling van Frankrijk. Parijs protesteert steeds luider tegen de `onderbedeling' van de Franse en Congolese families die hun naasten verloren bij de Libische aanslag op een DC-10 van het Franse UTA op 19 september 1989. Deze slachtoffers krijgen 500.000 euro per dode. Een Franse blokkade van de VN-resolutie kan de campagne van Gaddafi nog lelijk dwarsbomen, tenzij de kolonel nog dieper in zijn staatskas tast.