Toegevoegde waarde

De Onderwijsraad stelt opnieuw voor de kleinste schoolkinderen jaarlijks te testen. Dit keer moeten de 6-jarigen het slachtoffer worden. De testresultaten kunnen vergeleken worden met testen aan het eind van de basisschool, zoals de CITO-toets. Zo kan vastgesteld worden of de school veel `toegevoegde waarde' biedt. En dat geeft informatie over de kwaliteit van de school, is de redenering. De Onderwijsraad heeft het idee afgekeken van het Engelse onderwijs. Daar moeten al een aantal jaren alle kinderen van 7, 11 en 14 jaar oud landelijk vastgestelde toetsen (de SAT's school assessment tests) maken. Dat is niet om te zien wat de kinderen hebben geleerd, maar om de toegevoegde waarde van de school vast te stellen.

Het zou aardig zijn als de Onderwijsraad ook naar de feitelijke gevolgen van haar bedenksels zou kijken. Het Engelse onderwijsstelsel kraakt onder de vloedgolf van testen.

In Wales zijn de testen van 7-jarigen inmiddels weer afgeschaft. Op de jaarlijkse conferentie van de NAHT in mei, riep deze vereniging van schoolhoofden de regering op de testen af te schaffen. Van de Engelse situatie kunnen we leren. De testen kosten enorm veel tijd en energie, ten koste van het echte onderwijs. Alleen rekenen en taal zullen voorlopig worden getest, schrijft de Onderwijsraad, omdat andere vakken zo lastig te testen zijn. En dat zal dezelfde gevolgen hebben als in Engeland: verarming van het onderwijs.