Servië hekelt in Veiligheidsraad `Albanees terrorisme' in Kosovo

De unie Servië en Montenegro eist een uitbreiding van de aanwezigheid van de internationale gemeenschap in Kosovo. Die uitbreiding zou een eind moeten maken aan het geweld tegen Kosovo-Serviërs.

De Veiligheidsraad van de VN wijdde gisteren een debat aan de kwestie-Kosovo, naar aanleiding van de moordaanslag, vorige week, op een groep zwemmende kinderen in het westen van Kosovo; een sluipschutter schoot toen twee jongeren dood en verwondde vier anderen. Volgens vice-premier Nebojša Covic, die in Belgrado is belast met het Kosovo-dossier en die vannacht in New York het woord voerde, maakte de aanslag deel uit van een systematische campagne van geweld van Albanese extremisten tegen Kosovo-Serviërs; die campagne heeft volgens hem ten doel de Serviërs voor altijd uit Kosovo te verdrijven. Covic zei dat sinds de intocht van de vredesmacht KFOR in juni 1999 6013 aanvallen op Kosovo-Serviërs zijn gepleegd, die 1021 van hen het leven heeft gekost. Gisteravond stierf overigens een Serviër die vorige week in midden-Kosovo door onbekenden in het hoofd was geschoten terwijl hij zat te vissen.

De internationale vredesmacht, zo betoogde Covic in de Veiligheidsraad, is ,,gijzelaar van het Albanese extremisme en terrorisme''. Hij waarschuwde dat de internationale gemeenschap ,,tegenover de geschiedenis verantwoordelijk is voor een wederopleving van het fascisme in een deel van Europa en voor de schepping van een monsterlijke mono-etnische Albanese parastaat in wat juridisch is erkend als onderdeel van Servië''. De ,,afzichtelijke moord'' op de twee Servische jongens maakt deel uit van ,,een escalatie van intimidatie en vervolging van de in Kosovo achtergebleven Serviërs.''

De vice-premier beschuldigde het VN-bestuur in Kosovo, de 17.000 soldaten tellende vredesmacht KFOR en de 4000 agenten tellende VN-politie in Kosovo te weinig te doen. Hij eiste dat het Kosovo Beschermingskorps TMK – een civiele organisatie die is voortgekomen uit het vroegere Kosovo Bevrijdingsleger UÇK – ,,wordt onderzocht voordat het wordt opgeheven'', omdat het betrokken zou zijn bij de terreuraanvallen op de Serviërs.

De premier van Kosovo, Bajram Rexhepi, wendde zich vóór het debat van gisteravond tot de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, met een brief waarin hij zich beklaagde over de houding van Belgrado. Hij zei dat Servië de afgelopen dagen ,,een nieuwe golf van diplomatieke aanvallen'' op Kosovo heeft gelanceerd en hij schreef te hopen dat de Veiligheidsraad niet zwicht voor ,,de pogingen van Belgrado om haar te misbruiken''.