Marktvrijheid geldt voor iedereen behalve voor het eigen land

,,Op een vrije markt zouden de Amerikaanse katoenboeren geen schijn van kans hebben, vooral niet tegen de Afrikaanse.'' Toch beheersen ze de wereldmarkt. Dat komt, schrijft het Duitse weekblad Die Zeit, doordat de 25.000 Amerikaanse katoenboeren in 2002 bijna 4 miljard dollar subsidie kregen, ,,twee keer zoveel als in 1992 en drie keer zo veel als de Amerikaanse ontwikkelingshulp voor 500 miljoen Afrikanen''. Dientengevolge exporteren de Amerikaanse boeren katoen als nooit tevoren, en is de prijs van katoen op de wereldmarkt gehalveerd van 80 tot 40 dollarcent per pond, een prijsniveau dat in zeventig jaar niet meer zo laag is geweest. Volgens het Internationale Katoen Adviesbureau in Washington kunnen de boeren in Burkina Faso de katoen drie keer zo goedkoop produceren als hun Amerikaanse concurrenten, schrijft het blad. En omdat ze de katoen nog met de hand plukken is de kwaliteit ook nog eens een stuk beter. De enige kans die de katoenboeren in Burkina Faso volgens het blad hebben is de wereldhandelsconferentie die de komende maand plaats vindt in Cancún.

,,De huidige regulering van de handel in landbouwproducten is een belediging van het principe van de vrije en eerlijke handel'', meent het Britse weekblad The Economist. De landbouwsubsidies bedragen op wereldschaal zo'n 300 miljard dollar per jaar, te betalen door de belastingbetalers. ,,Importbeperkingen en -tarieven houden de prijs voor de consumenten hoog, terwijl 96 procent van de boeren, wonend in arme landen, erop achteruitgaat, zowel op de wereldmarkt als op de locale markten.'' Tijdens de wereldhandelsconferentie komt een voorstel aan de orde om `handelsbelemmerende betalingen' te verminderen. Het probleem is alleen, analyseert het blad, dat het merendeel van de Europese en Amerikaanse landbouwsubsidieprogramma's van respectievelijk 88 en 52 miljard dollar niet onder de definitie vallen van `handelsbelemmerende betalingen'.

Niet in alle Afrikaanse landen gaat het slecht, schrijft het blad in de rubriek `Economics Focus'. De economie in Mozambique, Rwanda en Oeganda groeide vorig jaar met respectievelijk 12, 9,9 en 6,2 procent. Dat is grotendeels te danken aan buitenlandse hulp voor het herstel van oorlogsschade. Dat maakt deze landen tot ongemakkelijke voorbeelden voor de rest van Afrika, schrijft het blad. ,,Je kunt moeilijk adviseren een land eerst tot de grond toe af te branden teneinde een naoorlogse expansie van de bouwsector tot stand te brengen zoals in Rwanda.'' Daar komt bij dat de groei in de genoemde landen vaak beperkt blijft tot de hoofdstad en enkele andere streken, terwijl de economie in de rest van het land stagneert. Regionale verschillen per land zijn overigens heel gewoon, bijvoorbeeld tussen New York en Mississippi, of tussen de grote Chinese steden aan de kust en het achterland.

Welke verschillen er in China ook zijn, de 1,3 miljard inwoners die het land telt, staan in de rij voor de aanschaf van een auto. Het Amerikaanse tweewekelijks blad Fortune schrijft dat meer dan een miljoen Chinezen vorig jaar een nieuwe auto kochten. De eerste helft van dit jaar werden er 85 procent meer auto's verkocht dan in dezelfde periode vorig jaar. Volkswagen, de grootste buitenlandse autoproducent in China, heeft beloofd de komende vijf jaar 6,8 miljard dollar te investeren om de productiecapaciteit op te voeren. General Motors heeft net 1,5 miljard dollar uitgegeven aan de bouw van een fabriek in Sjanghai.

En dus groeit ook China's afhankelijkheid van olie.

Bush en Blair mogen dan wel ontkennen dat de oorlog in Irak om de olie ging, maar volgens het tweemaandelijkse Middle East stapelt het bewijs zich op dat het tegendeel waar is. Het belangrijkste doel van hun beleid is om de olietoevoer naar China, Rusland, India, Europa, Amerika en Israël veilig te stellen. De ironie wil, schrijft het blad, dat de regering-Bush in gebieden opereert die ze vroeger verwaarloosde zoals Centraal-Azië, de Kaukasus, de sub-Sahara, de westkust van Afrika, terwijl landen als Saoedi-Arabië, Iran, Koeweit en Irak nog steeds de sleutel van de belangrijkste olievoorraden in handen hebben.

Maar, geeft het blad toe, het is natuurlijk waar dat het vervoer van olie uit de Golf naar de VS zes weken duurt, terwijl de afstand tussen West-Afrika en de VS in twee weken te overbruggen is. Dat neemt niet weg dat heel Afrika op dit moment maar 8 procent van de oliereserves heeft, Saoedi-Arabië 25 procent en Irak 11 procent.

,,Een centraal element van de Republikeinse politiek in het negentiende-eeuwse Amerika was iets dat de economen tegenwoordig unaniem afwijzen: protectionistische tarieven.'' Dat schrijft Robert Hormats, vicevoorzitter van Goldman Sachs International en voormalig onderminister van Economische Zaken, in het managementmaandblad Harvard Business Review. De auteur vergelijkt de huidige wereldeconomie met de Amerikaanse in de periode voordat Lincoln orde op zaken stelde. Zo herinnert hij eraan dat deze als rechtgeaard Republikein geloofde in een vrije markt, maar niet in laisser faire. De deelnemers aan de wereldhandelsconferentie zouden er volgens de auteur goed aan doen de lessen van Lincoln ter harte te nemen, in het bijzonder de leiders van landen als Rusland, Brazilië en China.