Inlaten verzilt water onnodige maatregel

Er is geen enkele reden om brak of zilt water het Groene Hart in te laten stromen om de droogte te bestrijden. Geen van de argumenten die het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft aangevoerd snijdt hout.

Dat zegt het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen van TNO. Het NITG is Nederlands meest gezaghebbende instituut op het gebied van grondwateronderzoek. Er is volgens het instituut niets op tegen nog vandaag de inname van brak water uit de Hollandsche IJssel te beëindigen.

,,Het is ons een volstrekt raadsel waarom Rijnland tot zijn drastische stap heeft besloten'', zegt dr.ing. Mart J. van Bracht, hoofd van de afdeling grondwater bij het NITG. ,,We hebben ons standpunt vorige week direct in een gedetailleerde e-mail voorgelegd aan het Hoogheemraadschap en aan Rijkswaterstaat. Tot op heden zijn onze conlusies niet tegengesproken.''

Gisteren besloot het NITG naar buiten te treden. Het Hoogheemraadschap van Rijnland kon vanochtend hierop nog geen reactie geven. Ook de Unie van Waterschappen, die zich `overvallen' voelt, kon niet inhoudelijk reageren. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat liet weten ,,alleen maar het grondwaterpeil op niveau te willen houden, dat is alles''.

Sinds vorige week donderdag probeert het Hoogheemraadschap van Rijnland de gevolgen van de droogte te bestrijden door bij Gouda brak water in te laten in het gebied tussen Rotterdam, Leiden en Breukelen. Zonder deze noodmaatregel zou het grondwaterpeil volgens het Hoogheemraadschap zo sterk kunnen dalen dat de houten heipalen onder woningen komen droog te staan. Dan zou een onomkeerbaar proces van rotting beginnen. Ook moet de maatregel verdere inklinking van de veenbodem tegengaan en aantasting van boezemkades voorkomen.

Boomkwekers en natuurbeschermers hebben geprotesteerd tegen het inlaten van brak water, omdat dat niet voor beregening is te gebruiken en schade toebrengt aan flora en fauna.

Volgens het NITG heeft het hoogheemraadschap te hoge verwachtingen van de communicatie tussen het `oppervlaktewaterpeil' en het `grondwaterpeil'. Dat is de essentie van onze kritiek, zegt Van Bracht: ,,Je kunt het waterpeil in de sloten wel hoger zetten, maar dat is op korte termijn nauwelijks of niet van invloed op het grondwaterpeil in de veenweidegebieden tussen die sloten. Dat reageert daarop uiterst traag. De veenweidegebieden in West-Nederland zijn trouwens nog helemaal niet aan het verdrogen, in de veenmassa is boven het grondwaterpeil nog erg veel water aanwezig. Bovendien hebben we een paar heel natte winters achter de rug, het grondwaterpeil staat helemaal niet extreem laag.''

,,De wat groter dan normale maaivelddaling (inklinking) in het Groene Hart ís helemaal niet te bestrijden met het vullen van de sloten'', aldus Van Bracht. ,,Ook het droogvallen van de koppen van de houten heipalen is niet te verhinderen.'' [Vervolg GRONDWATER: pagina 3]

GRONDWATER

Paalrot is een kwestie van jaren

[Vervolg van pagina 1] Het zakken van het grondwaterpeil rond heipalen is een veel minder groot probleem dan het door het Hoogheemraadschap wordt voorgesteld – al was het maar omdat de palen toch heel lang vochtig blijven.

Een woordvoerder van TNO Bouw in Delft bevestigt deze conclusie. ,,We houden hier als richtlijn aan dat pas belangrijke schade optreedt na een gesommeerde droogstand van twee jaar. Het is helemaal geen ramp als de palen een paar weken, of zelfs een paar maanden droog staan. De paalrot wordt veroorzaakt door schimmels en die hebben zurstof nodig voor hun stofwisseling. Zodra de zuurstofconcentratie weer is gedaald, stopt hun werking''.

Niet het dalen van het grondwaterpeil, maar de maaivelddaling als zodanig kan hier en daar schade aan fundering toebrengen, zegt ir. Peter den Nijs, directeur van het Amsterdamse ingenieursbureau Wareco. Door de inklinking van de bodem neemt de belasting van fundering via het verschijnsel `negatieve kleef' toe, dan kan hier en daar funest zijn. De dalende grond trekt de palen daarbij omlaag.

Maar, zegt Van Bracht, de bodem in West-Nederland klinkt al eeuwenlang in, de actuele inklinking is in dat proces maar een micro-verschijnsel. Er valt aan toe te voegen dat de opzettelijke verlaging van de grondwaterstand op verzoek van de boeren de zaak geen goed heeft gedaan.

Den Nijs sluit zich uitdrukkelijk aan bij de conclusie van het NITG dat `het volzetten van de sloten' niet helpt. ,,Er heerst kennelijk verwarring over de effectiviteit van de maatrelen'', zegt hij diplomatiek. Van Bracht zegt het directer: ,,Er is te weinig expertise bij de hoogheemraadschappen en waterschappen, ze zijn altijd veel meer gericht op beheersing van het oppervlaktewaterpeil dan het grondwaterpeil.'' Het grondwaterpeil is alleen weer op peil te krijgen met regen of met grootschalige `omgekeerde drainage', dus infiltratie.

Ook het derde argument dat Rijnland voor zijn noodmaatregel heeft aangevoerd, de vermeende aantasting van de boezemkades, is volgens TNO geen geldig argument. ,,De waterschappen laten het peil in hun vaarten en sloten door het jaar heen voortdurend variëren. Aan het begin van de zomer zetten ze het hoog, om een buffervoorraad water te kweken, aan het begin van de winter zetten ze het juist extra laag. Dan hoor je ze nooit over aantatsting van boezemkades.''

Overigens zullen de gevolgen van het brakke water volgens TNO niet lang duren. Naar verwachting zal in de loop van september het `neerslagoverschot' (het verschil tussen neerslag en verdamping) weer positief worden. Dan wordt in korte tijd het zout afgevoerd.

    • Karel Knip