Gijzelaars

DE VEERTIEN Europese toeristen die zes maanden zijn vastgehouden door een Algerijnse fundamentalistische strijdgroep, zijn eindelijk vrijgelaten. De toeristen, negen Duitsers, vier Zwitsers en de Nederlander Arjen Hilbers, zijn veilig overgedragen en via Mali op weg naar Duitsland. Hun avontuurlijke vakantie door de Sahara is na zes maanden gijzeling gelukkig goed afgelopen. Met dank aan de diplomatieke inspanningen die met name Duitsland voor deze groep onfortuinlijken heeft verricht. Eerder al werden zeventien toeristen die in dezelfde periode werden gegijzeld, door Algerijnse commando's bevrijd uit de handen van de GSPC, de Salafistische Groep voor Prediking en Strijd.

Gijzelnemingen zijn een instrument om druk uit te oefenen, maar het verschil met bruut banditisme is minimaal. In sommige landen zijn gijzelingen uitgegroeid tot een bedrijfstak waarmee grof geld wordt verdiend door willekeurige mensen, waaronder kinderen, te ontvoeren en tegen betaling van losgeld weer vrij te laten. In sporadische gevallen vormen gijzelingen een instrument van politieke strijd. Voor de GSPC gaat het om de instelling van een fundamentalistische islamitische staat en de bestrijding van westerse invloeden in Algerije.

Het ideologische element dat gijzelingen in de jaren zestig en zeventig in Zuid-Amerikaanse dictaturen hadden, waarbij Amerikaanse diplomaten en geheime agenten werden ontvoerd (onderwerp van de beroemde film van Costa Gavras `Staat van Beleg'), is geheel verdwenen. Gemeenschappelijk kenmerk is tegenwoordig dat de gegijzelden vrijwel altijd toevallige slachtoffers zijn. Soms zakenlieden, maar vaker willekeurige passanten. De ontberingen die ze gedurende lange tijd moeten doorstaan, zijn doorgaans groot en politieke doelen worden met hun ontvoeringen nooit bereikt. Dit alleen al maakt het tot zo'n cynische en angstaanjagende praktijk.

Bij de opluchting over de goede afloop van de ontvoeringen in de woestijn valt de kanttekening te maken dat de Europese toeristen konden weten dat ze in de zuidelijke Sahara risico's liepen. Van oudsher is bekend dat zich daar bandieten schuilhouden die het gemunt hebben op langstrekkende karavanen. Tegenwoordig zijn dat toeristen die op motoren of met terreinwagens door de woestijn trekken. Ze zoeken het avontuur en weten dat ze gevaar lopen, al denken ze daarbij eerder aan motorpech dan aan ontvoeringen.

Pogingen om gegijzelden vrij te krijgen lopen lang niet altijd goed af. In Colombia, waar jaarlijks zo'n drieduizend mensen door guerrillabewegingen worden ontvoerd en de meesten tegen betaling van losgeld worden vrijgelaten, is onlangs de overdracht van Ingrid Betancourt spectaculair mislukt. Deze kandidate voor de presidentsverkiezingen in haar land wordt al ruim een jaar vastgehouden. Ze heeft ook de Franse nationaliteit en een geheime Franse missie om haar via Brazilië vrij te krijgen, is uitgelopen op een diplomatieke afgang voor de Franse minister van Buitenlandse Zaken, die de actie klaarblijkelijk op eigen houtje had georganiseerd. Ook de vrijlating van Arjan Erkel, de Nederlandse medewerker van Artsen zonder Grenzen die een jaar geleden in de Russische deelrepubliek Dagestan werd ontvoerd, laat nog steeds op zich wachten.

VRIJWEL ALTIJD houdt vrijlating verband met de betaling van losgeld. Het officiële beleid van overheden – en trouwens ook van ondernemingen – is dat er nooit geld betaald wordt om mensen vrij te krijgen. Toegeven aan financiële eisen zou immers de bedrijfstak van gijzelnemingen alleen maar aanwakkeren. Aan deze lijn hebben Nederland en Duitsland voorzover bekend in het geval van de gegijzelde toeristen ook vastgehouden. Althans officieel. Het is mogelijk dat Mali, het land dat bij de vrijlating bemiddeld heeft, voor zijn diensten indirect beloond wordt. Als Duitsland of Nederland volgend jaar een opmerkelijk aantal waterpompen of andere vormen van ontwikkelingshulp aan dit straatarme Sahelland schenkt, heeft de vrijlating van de toeristen daar wellicht iets mee te maken. Zo'n gebaar is begrijpelijk, maar voorop moet blijven staan dat ontvoerders niet op dit soort humanitaire gebaren kunnen rekenen.